Krijgsmacht moet naarstig op zoek naar geschikte soldaten

De krijgsmacht heeft op de arbeidsmarkt te maken met geduchte concurrentie. Na de afschaffing van de dienstplicht is de prangende vraag: wie wordt er nog (beroeps)soldaat?

VENLO, 26 NOV. Op een bankje van het station in Venlo zit soldaat Gert-Jan Geus (21) in gevechtstenue op de trein te wachten. Zijn volgepakte plunjezak staat naast hem. Hij heeft getekend als BBT'er (Beroeps Bepaalde Tijd) bij de landmacht, omdat “het weer iets anders is” en omdat hij nog niet wist of hij “een eigen restaurant” zou beginnen. Het diploma van de hotelschool heeft hij al op zak. In het leger volgt hij de koksopleiding, zodat hij later “ook achterin de zaak” uit de voeten kan.

Een meerderheid van de Tweede Kamer vindt dat de mogelijkheden voor BBT'ers om een civiele opleiding te volgen tijdens hun baan bij Defensie verruimd moeten worden. De Kamer ondersteunt daarmee de wens van voorzitter B. Snoep van de militaire vakorganisatie AFMP om militairen met een tijdelijk dienstverband meer perspectief te bieden op een baan in de burgermaatschappij.

Snoep vreest “statusverlaging” van het soldatenvak, doordat sinds de afschaffing van de dienstplicht het opleidingsniveau van Jan en Johanna Soldaat sterk is gedaald. Hij is bang dat het leger een vergaarbak van “kansarmen” wordt.

Met een beroepsleger inclusief uitgebreide studiemogelijkheden voor militairen die voor een paar jaar hebben getekend richt de Nederlandse krijgsmacht zich meer en meer op het model van het Amerikaanse leger, zegt hoogleraar H. Binneveld van de studie maatschappijgeschiedenis van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Het Amerikaanse beroepsleger kent een royaal stelsel van studiebeurzen gekoppeld aan het aantal jaren waarvoor een militair heeft getekend. Dat is een beproefd middel waarmee de Amerikaanse krijgsmacht sinds de Vietnam-oorlog zijn status hoog houdt. “Geteisem, criminelen en mislukkelingen” blijven daardoor buiten het leger, aldus Binneveld.

Een Kamermeerderheid is voor verlaging van de leeftijdsgrens van 17,5 naar 16 jaar en voor verruiming van de civiele opleidingen voor BBT'ers. Die maatregelen worden nu voorgesteld, omdat de Nederlandse krijgsmacht anders de slag op de arbeidsmarkt dreigt te verliezen.

Het ministerie van Buitenlandse Zaken meldde gisteren overigens dat het idee om de leeftijdsgrens te verlagen haaks staat op de inspanningen van Nederland op internationaal vlak. Daar zegt Nederland sinds enige tijd dat recruten ten minste zeventien jaar moet zijn. Met dat standpunt op het internationale forum wil Nederland het inzetten van kindsoldaten tegengaan.

Defensie slaagt er dit jaar niet in voldoende recruten aan te trekken en kampt met een tekort van bijna één op de vijf plaatsen. Van de 6.980 recruten die Defensie zoekt heeft zij er na selectie 5.801 gevonden. De krijgsmacht heeft 6.238 recruten nodig voor een tijdelijke aanstelling van minimaal 2,5 jaar, de zogenoemde Beroeps Bepaalde Tijd (BBT). Voor een vast dienstverband, de Beroeps Onbepaalde Tijd (BOT), zijn 762 banen beschikbaar.

Arbeidsdeskundigen voorzien dat de werving van nieuwe recruten de komende jaren nog moeilijker wordt. Er is een toenemende vraag van bedrijven naar jonge arbeidskrachten, het aantal jongeren neemt af en veel jongeren besluiten door te studeren. De minimumleeftijd van 17,5 jaar waarop recruten aangenomen mogen worden, speelt Defensie parten bij de werving van vooral laaggeschoold personeel. De vooropleidingen van meer dan de helft van de recruten liggen op Mavo-, VBO-niveau of daaronder. De Mavo- en VBO-scholieren doen doorgaans eindexamen op hun zestiende, waardoor zij anderhalf jaar moeten wachten voordat zij de krijgsmacht in kunnen.

Bij een aantrekkende arbeidsmarkt raakt Defensie Mavo-scholier Danail Verdonschot (14) gegarandeerd kwijt aan het bedrijfsleven. Hij stapt samen met zijn kompaan Roy Phillippy (14) de banenwinkel van de landmacht in Roermond uit waar zij beiden hebben gevraagd wat hun mogelijkheden in het leger zijn.

“We zijn te jong, maar mogen wel op een informatieavond komen”, zegt de Mavo-scholier. Hij piekert er niet over om na zijn examen anderhalf jaar op een baan bij Defensie te wachten. “Als ik een goede baan heb, ga ik niet meer bij de landmacht langs.” Zijn vriend Roy denkt er anders over. Ook als hij na zijn VBO-examen een baan vindt, zal hij die inruilen voor een paar jaar Koninklijke Landmacht. De kans om met een eenheid “op oefening” te gaan, laat hij zich niet ontglippen.

Defensie heeft dit jaar moeten vaststellen dat de bron van dienstplichtigen definitief is opgedroogd. Werd de behoefte aan recruten in 1995 nog voor 40 procent gedekt door dienstplichtigen die voor een paar jaar bijtekenden, in 1996 voorzag de laatste lichting dienstplichtigen in 25 procent van het benodigde aantal. Dit jaar moet Defensie het voor het eerst stellen zonder dienstplichtigen en staat het departement meteen voor de opgave een dreigend tekort te voorkomen.

Defensievoorlichter O. Beeksma erkent dat het probleem zorgelijk is, maar hij vindt ook dat de zaak niet moet worden overtrokken. Het tekort van 17 procent aan recruten kan volgens Beeksma grotendeels worden opgevangen door militairen die voor een bepaalde tijd van minimaal 2,5 jaar in dienst zijn, voor een volgende periode te laten bijtekenen. Om het tekort van dit jaar geheel weg te werken, zullen er van de ongeveer 12.400 BBT'ers 1.179 moeten bijtekenen voor een volgende periode.

Door middel van “agressieve wervingscampagnes”, door het verkorten van de tijd tussen aanmelding, selectie en in dienst gaan, en door BBT'ers meer mogelijkheden te bieden om tijdens hun dienstverband een vak te leren, hoopt Defensie voldoende recruten met een dienstverband van enkele jaren te krijgen.

Een probleem voor Defensie is wel dat zij militairen voor een bepaalde tijd zoekt. Door de concurrentie van bedrijven zal de arbeidsmarkt juist “een afvlakking van de flexibiliteit” te zien geven, aldus J. Heyke van het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt van de Universiteit Maastricht.

Volgens onderzoeker Jan Schoeman van de Stichting Maatschappij en Krijgsmacht hoort een tekort aan recruten bij een beroepsleger. “Elk land met een beroepsleger heeft er problemen mee om de krijgsmacht voor honderd procent gevuld te krijgen. Amerika kan niet zonder zijn reservisten, en ook een land als België heeft een tekort.” Voorzitter B. Snoep van de militaire vakorganisatie AFMP vreest dat Defensie de normen voor toelating zal laten zakken. Met vijfentwintig- tot veertigduizend sollicitanten per jaar is er in principe voldoende belangstelling. Twintig procent valt af omdat zij geen Nederlander zijn, niet over de juiste vooropleiding beschikken of te jong of te oud zijn. Bij de overigen wordt gekeken naar hun lichamelijke en psychische gesteldheid en wordt nagegaan of zij een strafblad hebben.

Voorlichter Beeksma van Defensie zegt dat de daling van het opleidingsniveau een logisch gevolg is van de omschakeling van een leger van dienstplichtigen naar een beroepsleger. “Een tank wordt niet langer bestuurd door een bedrijfseconoom, tot tevredenheid van de bedrijfseconoom waarschijnlijk.”

Het voorstel van de landmachtstaf om de vooropleiding voor mitrailleur- (MAG) en antitankschutter (Dragon) bij de luchtmobiele brigade te verlagen van VBO-B naar VBO-A noemt Snoep een veeg teken. Hij vindt dat de Nederlandse soldaten sinds de afschaffing van de dienstplicht te laag zijn opgeleid voor de steeds veelzijdiger taken die zij in VN-verband moeten vervullen. Hoogleraar H. Binneveld geeft Snoep “volstrekt gelijk”. “Iedereen kan met een een MAG, een soort machinegeweer, schieten, maar bij operaties in VN-verband komt meer kijken, zoals gevoeligheid en inlevingsvermogen in een andere cultuur. Voor alle VN-functies zijn het liefst breed opgeleide, verstandige manschappen nodig.”

Het Tweede-Kamerlid Zijlstra (PvdA) kwam vorige week met een voorstel dat tegemoet moet komen aan de klacht van Snoep dat de soldaten te laag zijn opgeleid. Zijlstra opperde studenten hun studieschuld kwijt te schelden als ze voor enkele jaren tekenen. Zijn partijgenoot en Kamerlid M. Sterk is daar tegen. De krijgsmacht zou een plaats worden voor “arme mensen”, waardoor de krijgsmacht geen afspiegeling meer zou zijn van de samenleving, zo vreest Sterk.

Dat is een typisch Nederlands ideaal, vindt hoogleraar Binneveld. Het is voor hem de vraag of de krijgsmacht een afspiegeling van de samenleving moet zijn. “Voor gevechtsfuncties bestaat nu eenmaal geen equivalent in de burgermaatschappij.”

    • Rik Plantinga