Japan kan zichzelf en de rest van Azië helpen

Japan is volgens premier Hashimoto niet in staat op te treden als de locomotief die de Aziatische economieën kan trekken. Dat lijkt te bescheiden. Slaagt het land erin de eigen bancaire crisis op te lossen, dan kan het vertrouwen in de regio weer terugkeren. Daarmee kan Japan ook de ongerustheid bij de Amerikaanse president Clinton wegnemen.

SEOEL, 26 NOV. Is Japan de locomotief die de rest van Azië uit de problemen kan trekken? De Amerikaanse president Clinton maande de Japanse premier Hashimoto gisteren snel tot actie over te gaan bij het saneren van de financiële sector, om zo de Azië-crisis te temmen.

De Verenigde Staten hebben daar steeds meer belang bij. Toen de crisis zich beperkte tot Thailand, de Filippijnen, Maleisië en Indonesië, was de schade voor de Amerikaanse economie te overzien. Slechts 0,2 procentpunt aan economische groei zou het de Amerikanen kosten, in de vorm van een verslechterend handelstekort omdat de export naar het gebied inzakt.

Nu ook Zuid-Korea door het Azië-virus is aangetast, en de Japanse bankencrisis in alle hevigheid naar boven komt, wordt de ernst voor de Verenigde Staten groter. Het effect op de Amerikaanse economie wordt nu geschat op zo'n driekwart procentpunt aan groei - en dat is nog zonder dat een mogelijke besmetting van Latijns Amerika is ingecalculeerd.

De Verenigde Staten maken zich ook zorgen om een massale terugtrekking van Japanse beleggingen in Amerikaanse staatsobligaties, als Japanse banken hun beleggingen te gelde moeten maken om aan hun verplichtingen te kunnen voldoen. Een massale verkoop duwt de koersen van Amerikaanse obligaties omlaag, en daarmee de rente omhoog.

De vrees voor een Japanse uitverkoop lijkt overigens voorbarig; Japanners krijgen thuis nog geen 2 procent rente op staatleningen, tegen 6 procent in de VS. En de yen, zo wordt verwacht, kan door de bankencrisis verder dalen, waardoor flinke valutawinsten wachten op de Japanse belegger die zijn Amerikaanse bezit juist aanhoudt. Het Amerikaanse begrotingstekort loopt inmiddels zo snel terug, nu al tot onder de 1 procent van het bruto binnenlands product, dat er relatief weinig verse staatsleningen worden uitgebracht. Daardoor kan de markt best wat extra Japans aanbod van Amerikaanse leningen opnemen. Amerikaanse obligaties hebben de laatste maanden dan ook geen krimp gegeven.

Toch kan de Aziatische vertrouwenscrisis een schokgolf door de internationale financiële gemeenschap jagen. Kan Japan, zoals Clinton wil, als redder optreden voor de rest van Azië? Premier Hashimoto zei na Clintons oproep dat Japan de rol van locomotief niet kan spelen. Dat lijkt te bescheiden. Japan kan in beginsel een goed leveren waaraan op dit moment in Azië, en zeker hier in Zuid-Korea, de meest nijpende behoefte aan bestaat: vertrouwen.

Het oplossen van de bancaire crisis en de economische stagnatie hebben in Japan heel veel met elkaar te maken. Japan zit in wat wel een liquiditeitsval wordt genoemd. Sinds de economie in 1990 ineen zeeg, toen de prijzen van aandelen en onroerend goed kelderden, lijkt geen enkele maatregel de economie vlot te kunnen trekken.

Pagina 19: Herstel van vertrouwen is essentieel voor Azië

De overheid lanceerde een aantal stimuleringsplannen - waardoor het Japanse begrotingstekort met bijna 5 procent nu het hoogste is van de hele industriële wereld - die niet hielpen. De Bank van Japan verlaagde haar rente tot een onvoorstelbaar lage 0,5 procent. Maar hoeveel er ook door de overheid is gefourneerd, en hoe goedkoop het ook te lenen is, het geld lijkt de economie maar niet te bereiken. 1997 zag de zoveelste valse start van de economie, die na een gunstig eerste kwartaal in het tweede kwartaal ver terugviel, omdat een btw-verhoging van twee procent om de staatskas op orde te krijgen, de voorzichtig opgeleefde consumptieve vraag meteen de nek omdraaide.

Een belangrijke verklaring voor dit verschijnsel ligt bij de sluis van de monetaire naar de reële economie. En dat zijn de banken. Met een erfenis aan oninbare leningen, die gemiddeld meer dan tien procent van het uitstaande krediet uitmaken, is de vermogenspositie van de banken zodanig verslechterd dat zij terughoudend zijn met nieuwe kredieten. Welke bank schrijft nieuwe leningen uit als het eigen vermogen al nauwelijks meer voldoende is om het bestaande pakket van leningen te ondersteunen? Deze credit crunch houdt Japan nu al jarenlang in zijn greep.

De oplossing van de vertrouwenscrisis, die vanmorgen werd verhevigd omdat na Hokkaido Bank en Yamaichi nu ook Tokuyo City Bank en Yasuda Trust wankelen, kan de sleutel zijn voor de herleving van de rest van de economie. In dit opzicht kunnen de Japanners wat leren van de Amerikanen. Die gingen een eigen crisis, die van de Amerikaanse spaarbanken, begin jaren negentig te lijf met een enorm fonds van meer dan 100 miljard dollar, dat de slechte leningen van de banken overnam en er voor zorgde dat zij weer met een schone lei konden beginnen.

Eenmaal bevrijd van hun last - en ontdaan van het management dat toeliet dat het probleem ontstond - kan de Japanse banksector dat voorbeeld volgen. Waarmee voor de buitenwereld wordt bewezen dat de crisis oplosbaar is. Dat is van belang voor het vertrouwen in de rest van Azië, waar met name Zuid-Korea, maar ook China problemen hebben met slechte leningen in de banksector. Zo kan Japan wel degelijk de rol van Aziatische locomotief spelen. Zonder zich - en dat is de grootste vrees in de VS - alleen met een goedkope yen uit de problemen proberen te exporteren. In Seoel ging vanmorgen in buitenlandse bancaire kringen het scenario rond dat de Zuid-Koreaanse overheid een bedrag van 10 miljard dollar op de kapitaalmarkt wil binnenhalen om een slechte-leningenpot voor de banksector mee te creëren. Maar niet voordat het IMF zijn zegen heeft gegeven, en Japan het goede voorbeeld.

In Japan is het gebruik van publieke middelen voor het redden van de banksector politiek zeer omstreden. Maar hoe meer rijen van verontruste rekeninghouders zich voor de loketten vormen, hoe makkelijker het wordt.