'Geen nieuwe EU-landen voortrekken'

DEN HAAG, 26 NOV. De vier grote fracties in de Eerste Kamer vinden dat de Europese Unie vanaf volgend jaar tegelijkertijd moet onderhandelen met alle tien Centraal- en Oost-Europese landen die zich bij de EU willen aansluiten.

De fracties van PvdA, VVD, CDA en D66 zeiden gisteren in een debat over Europa te vrezen dat er anders tussen die landen en binnen Oost-Europa politieke spanningen en nieuwe scheidslijnen kunnen ontstaan die de EU met haar geplande uitbreiding nu juist wil vermijden.

Staatssecretaris Patijn (Buitenlandse Zaken) had wel begrip voor die vrees maar wilde toch vasthouden aan de aanbeveling van de Europese Commissie om volgend jaar eerst alleen met Polen, Tsjechië, Hongarije, Slovenië en Estland, en met Cyprus, onderhandelingen te beginnen. Litouwen, Letland, Slowakije, Roemenië en Bulgarije moeten eerst hun economie en/of hun wetgeving op het terrein van sociaal beleid en mensenrechten verbeteren voor zij in aanmerking kunnen komen voor toetredingsonderhandelingen, zei hij.

Patijn waarschuwde de senaat voor vertraging indien tegelijkertijd met alle aspirant-leden zou moeten worden onderhandeld. De EU gaat ervan uit dat de onderhandelingen met de eerste groep landen al tot 2005 zullen duren, wat niet betekent dat zij dan ook allemaal tot de EU worden toegelaten. Volgens Patijn is het zelfs mogelijk dat nu nog niet geselecteerde kandidaten uiteindelijk eerder EU-lid worden dan landen uit de eerste groep. De Nederlandse regering meent dat alle EU-kandidaten wél goed bij het EU-uitbreidingsproces betrokken kunnen blijven via de zogenoemde Permanente Conferentie van de Unie, die Frankrijk heeft voorgesteld.

PvdA-senator Jurgens trok aandacht met de suggestie om volgend jaar in de kabinetsformatie het staatssecretariaat Europese Zaken te verplaatsen van Buitenlandse Zaken naar Algemene Zaken. Patijn zelf heeft onlangs in een toespraak ook al hierop gezinspeeld. Volgens Jurgens maakt de steeds zwaardere rol die staatshoofden en regeringsleiders in de Unie spelen én het groeiende effect van Brusselse besluiten voor de gehele Nederlandse bevolking het nodig dat de “Europese” staatssecretaris en zijn ambtenaren (Directie Integratie Europa) rechtstreeks ter beschikking komen van de minister-president. Dat minister Van Mierlo (Buitenlandse Zaken) niet bij het debat aanwezig was, vond Jurgens veelbetekenend. “Dit debat ging kennelijk over onderwerpen die hem toch niet direct raakten, dat is des te meer reden om de staatssecretaris naar Algemene Zaken te verplaatsen”, zei hij.