Enquête Opzij: steeds meer bijval voor 'zorgloon'

AMSTERDAM, 26 NOV. Meer dan de helft van de Nederlanders vindt dat een 'zorg- en opvoedingsloon' ingesteld moet worden waardoor het zorgen voor kinderen of zieke familieleden onder betaalde arbeid gaat vallen.

Dit blijkt uit een onderzoek naar de toekomstverwachtingen van het Nederlandse volk, dat het maandblad Opzij heeft laten uitvoeren ter gelegenheid van zijn 25-jarig bestaan.

Een soortgelijk idee werd eerder deze maand ook al gepresenteerd door de Limburgse ondernemersorganisatie Lozo: geef een vrouw eenderde van het minimum loon voor ieder kind dat zij baart. Hiermee hoopt de Lozo het verwachte werknemerstekort in Limburg op te vangen. Vrouwen die willen werken kunnen de premie gebruiken voor kinderopvang, zo stelde voorzitter B. Moonen. Er was hevige kritiek op zijn voorstellen, maar nu blijkt dat 68 procent van de Nederlandse bevolking positief tot zeer positief op het idee om zorgtaken te belonen reageert.

In het onderzoek van Opzij werd aan duizend mannen en vrouwen en aan 350 abonnees hun mening gevraagd over de toekomstige ontwikkelingen van onder andere het huwelijk, relaties, ouderschap, carrière, vrijetijdsbesteding, abortus, euthanasie, religie en ouder worden.

Uit het onderzoek blijkt verder dat Nederlanders steeds minder maaltijden gebruiken: we gaan van drie naar twee officiële maaltijden per dag. Er wordt minder gekookt en men eet vaker buitenshuis.

Over ideale leefvormen lopen de meningen uiteen. Het heteroseksule huwelijk met kinderen zal volgens ruim 80 procent van de ondervraagden de favoriete leefvorm blijven, al verwacht 66 procent dat er in de toekomst geen onderscheid meer zal zijn tussen samenlevingscontract en huwelijk. Ongeveer driekwart van de ondervraagden gelooft dat het homo-huwelijk een wettelijke basis zal krijgen.

Het bewust of onbewust zonder partner leven wordt steeds gewoner, zo verwachten de meeste ondervraagden. Mede daardoor zal het aantal 'alleenstaanden' groeien. Een relatie naast een relatie zal taboe blijven. Bijna alle ondervraagden zien in structurele vormen van vreemdgaan weinig perspectief; een klein percentage (8 procent) is er zeker van dat buitenechtelijke relaties toekomst hebben.

Steeds meer 65-plussers beginnen op latere leeftijd een nieuwe relatie, wordt verwacht. Dit zou passen in het patroon van de meer assertieve oudere die zich niet neerlegt bij wat het lot hem of haar heeft toebedeeld. Mannen denken overigens vaker dan vrouwen dat oudere alleenstaanden in de toekomst een nieuwe partner vinden.