De orde van toen en nu

Op 11 september 1990 riep president Bush in zijn historische rede voor het Amerikaanse Congres de Nieuwe Wereldorde uit. Een rede hoeft niet historisch te zijn in die zin dat men later zal zeggen: toen is daar in zoveel woorden iets aangekondigd dat groot is geworden en stand heeft gehouden.

Historisch was het in dit geval omdat er, achteraf bezien, een plan werd ontvouwd dat gebouwd was op begrippen en verhoudingen die hun beste tijd hadden gehad. Bush zag een wereldorde, gebouwd op een gemeenschap van soevereine naties, in de traditionele betekenis. Deze gemeenschap zou in haar geheel via de internationale organen de verantwoordelijkheid voor vrede en rechtvaardigheid dragen.

Onder leiding van de Verenigde Staten kwam daarna de coalitie die de Golfoorlog tegen Saddam Hussein heeft gevoerd. Koeweit werd bevrijd, maar nadat zijn leger was verslagen, werd Saddam verder met rust gelaten. Dat was een Amerikaanse beslissing. Washington had twee goede redenen om het voor gezien te houden. Ondanks de snelle successen was de oorlog niet populair. Oprukken naar Bagdad was misschien wel mogelijk geweest, maar een land bezetten is gemakkelijker dan het weer te verlaten. Het trauma van Vietnam gaf de doorslag en zo komt het dat Saddam nog steeds in Bagdad zetelt.

Wat zou er gebeurd zijn als de coalitie Saddams nederlaag had voltooid? Het is een vraag van het soort: wat, als Hitler de oorlog had gewonnen, hoewel deze van aanmerkelijk beperkter strekking is. Want hoewel de Iraakse dictator voor weinig terugschrikt, kan hij niet in de schaduw van de Duitse Oostenrijker staan. Wat, als? Gesneuveld? In dat geval martelaar van de Arabische zaak geworden? In ballingschap gegaan om van daaruit de strijd voort te zetten? In Syrië of in Libië? Het zijn theoretische, maar geen vruchteloze vragen omdat in grote trekken de toekomst van een Saddam in ballingschap direct verbonden zou zijn geweest met de ontwikkeling van de 'Arabische zaak', dat wil zeggen de voortgang van de Arabische wereld naar modernisering van hun grote, islamitische samenleving, of het mislukken daarvan.

Saddam heeft het er dus betrekkelijk ongeschonden vanaf gebracht. Van de nieuwe wereldorde werd na de Golfoorlog steeds minder vernomen. Dat heeft twee oorzaken. In 1991 brak de Joegoslavische oorlog uit, en hoewel de geweldpleging met succes in quarantaine werd gehouden, sprak het dagelijks bloedbad, dagelijks op de televisie vertoond, alles tegen wat met orde te maken had, en dat gold ook voor de quarantaine-politiek zelf. De tweede oorzaak is dat sinds 1991 aan het begrip orde zelf langzamerhand een andere betekenis wordt toegekend, al weet nog niemand precies welke. De rol van de soevereine staten in het handhaven van een zekere internationale orde vermindert gestaag. Wat ervoor in de plaats komt is onduidelijk. Er is een school die het erop houdt dat als gevolg van de vrije markt de nationale grenzen verder zullen vervagen. Dan is er een school van een nieuw soort politieke integratie, een langzame verweving van een aantal nationale instituten, bijvoorbeeld van politie en rechtspleging - niet noodzakelijk in conflict met de soevereine staat, noch met de vrije markt. En er is een school van de wereldcommunicatie, bestaande uit de utopisten die geloven dat, als het wereldwijde web voor iedereen toegankelijk is en de treinen en vliegtuigen op tijd overal heen gaan, de rest vanzelf komt. De drie scholen verschillen onderling meer in nuance dan in principe. Ze hebben gemeen dat uit een veelzijdige verweving van talloze belangen geleidelijk een nieuwe wereldorde zal groeien. De globale integratie van de internationale economie levert dan niet de bouwstenen, maar is de enorme motor die nauwelijks te beheersen valt.

Is dit een tijd van overgang? Naar welke volgende toestand? Dat valt pas met enige zekerheid te zeggen als die toestand is bereikt. Een bijdrage tot het inzicht dat de wereld sinds de rede van George Bush sterk is veranderd, danken we in ieder geval aan Saddam. De zenuwenoorlog, tegen hem door de Amerikanen gevoerd, is na de Golfoorlog met wisselende intensiteit voortgezet. Een nieuwe piek werd bereikt toen Saddam de Amerikaande VN-waarnemers uit Irak wilde zetten: een crisis die Washington met geweld wilde oplossen. Daartoe werd geprobeerd steun van de VN te verwerven, de oude coalitie om te beginnen politiek weer leven in de blazen. Maar verder dan de poging is het niet gekomen. De Fransen en de Russen wilden niet, de Arabische vrienden evenmin en zelfs Koeweit distantieerde zich zonder veel vertoon van diplomatie.

Het komt doordat Saddam twee vraagstukken vormt. Het eerste, het relatief kleine, is hij zelf, de tiran die steeds nieuwe wegen zoekt en vindt om gevaarlijk te blijven. Het tweede, het grote, is de Arabische wereld die niet is meegegaan in de ontwikkeling van de nieuwe economische wereldorde en zich nog altijd verder van deze mondiale beweging verwijdert. Fundamentalistische revoluties, oorlogen, daling van de olieprijzen in de jaren tachtig, het voortwoekerend Palestijns-Israelische probleem dat zijn eigen gesprekspartners heeft vernietigd, de Algerijnse terreur, en vooral van dit alles het resultaat: de uitschakeling van de middenklassen die overal in de rest van de wereld die nieuwe mondiale ontwikkeling dragen - dat maakt de Arabische wereld tot een grote, gevaarlijke enclave. Er is niet een onvermijdelijke 'botsing van beschavingen' volgens Samuel Huntington in voorbereiding; er is een opeenstapeling van vergissingen, wederzijds, gaande.

Verwijdering van Saddam kan in de nieuwe context misschien nuttig zijn, maar het is niet meer dan symptoombestrijding. Het is ouderwetse politiek, zoals de nieuwe wereldorde van George Bush ouderwets was toen hij zijn denkbeeld lanceerde. In de verte doet de campagne van de Amerikanen zelfs denken aan die van de Britten, Fransen en Israeliërs tegen Gamal Abdel Nasser. Die is geëindigd in de Suez-crisis. De Amerikaanse politiek is een mengvorm: zij lijkt wat op de Brits-Franse van 41 jaar geleden, maar heeft ook veel van de quarantaine-politiek waarmee het Westen in de eerste vier jaar de crisis van Joegoslavië heeft geprobeerd te bezweren. Het zijn twee slechte voorbeelden. Tot meer dan symptoombestrijding is Washington niet bereid. En wat anders dan een grootschalige quarantaine zou het Westen hebben, na een eventuele gewelddadige verwijdering van Saddam? Er is nog geen spoor van een alternatief bedacht.

    • H.J.A. Hofland