Concurrentie dwingt satelliettelefonie tot grote investeringen; Alweer een nieuwe vloot satellieten

Het gaat uitstekend met Inmarsat, de internationale organisatie die het telefoneren via satellieten verzorgt. Maar particuliere bedrijven met laagbanige satellieten en zaktelefoons lijken daar een eind aan te zullen maken. Inmarsat komt daarom met nieuwe apparatuur en nieuwe mogelijkheden, waar ook weer nieuwe satellieten bijhoren. Terwijl de oude nog lang niet op zijn.

Het is weer eens raak bij het Journaal: een land nabij de evenaar is gelijktijdig getroffen door een aardbeving en een staatsgreep. De president is ingestort, alle verbindingen zijn verbroken, de luchthavens gesloten. Geen mens kan het land in of uit, bericht de nieuwslezer geschokt. Maar toevallig bevindt zich in het rampgebied Frits van Veen van de organisatie Hulp in Nood. “En als het goed is hebben we hem nu aan de lijn. Frits, hoe is de situatie op dit moment?” Frits wacht een seconde langer dan tijdens een normale dialoog, om vervolgens zeer zenuwachtig te melden dat het allemaal niet zo best is. Aan de kwaliteit van de verbinding zou je dat niet zeggen: alsof hij vanuit het café op de hoek belt zo helder, en iedere vergelijking met een GSM-gesprek gaat mank. Frits belt dan ook zonder tussenkomst van enige plaatselijke infrastructuur, via een satelliet die ver buiten het bereik van de kalasjnikovs van de rebellen op 35.786 kilometer boven de evenaar staat. Als het echt gevaarlijk wordt hoeft hij zijn satelliettelefoon alleen maar dicht te klappen en er hard mee weg te rennen.

Toch zit aan satelliettelefonie een gevaarlijk aspect, en wel voor de eigenaar van de satellieten, de International Mobile (tot 1994: Maritime) Satellite Organization, Inmarsat, waarvan Nederland één van de 81 lidstaten is. Opgericht in 1979 om telefonie met schepen op volle zee mogelijk te maken, ontdekte Inmarsat de laatste zeven jaar het amfibische karakter van het eigen product doordat de telefoons steeds kleiner en goedkoper werden: omstreeks 1991 waren ze min of meer draagbaar en begon het gebruik te land. De recente lancering van vier nieuwe, supersterke Inmarsat-satellieten maakte verdere miniaturisatie van de gebruikersapparatuur mogelijk. De kleinste satelliettelefoon van nu, afwisselend Inmarsat Phone of Mini-M genoemd, weegt twee kilo en kost ongeveer zesduizend gulden. In 1991 was dat nog zestig kilo respectievelijk een halve ton. Het aandeel van maritieme communicatie bij de Inmarsat revenuen daalde tussen '91 en '96 van 100 naar 75 procent, landmobiel steeg van nul tot 23 procent. De rest komt uit de lucht: vliegtuigpassagiers belden in 1996 met z'n allen twee miljoen minuten via Inmarsat.

Alle witte vlekken op de wereldkaart van de telefoonaansluitingen kunnen nu worden ingevuld met Inmarsat: een enorme prestatie met grote gevolgen voor internationale hulporganisaties, VN-vredesmissies, verslaggevers, oliemaatschappijen, natuurbeschermers, diplomaten, handelsreizigers, de mensheid in het algemeen - en Inmarsat zelf. Dezer dagen kent het succes van de organisatie nauwelijks grenzen. Er bestaan een paar concurrerende regionale systemen, met name in Noord-Amerika en Australië; maar Inmarsat heeft voorlopig het monopolie op satelliettelefoons die het, behalve in de poolgebieden, wereldwijd doen. Het aantal per maand verkochte telefoons groeide het afgelopen jaar met een factor vijf tot 1.700 in oktober; Inmarsat houdt zich overigens niet bezig met fabricage en verkoop van de apparatuur. De 36 Inmarsat-grondstations (de schakels tussen de satellieten en de aardse telecomnetwerken) doen het zakelijk goed - tot zeer goed, zoals in het geval van het Inmarsat-grondstation van PTT Telecom bij het Friese dorpje Burum, dat zich officieel Station 12 noemt.

En toch dreigt er binnen twee jaar een groot probleem. Eind 1998 en begin 1999 komen namelijk Iridium respectievelijk Globalstar voor het publiek beschikbaar. De 48 Globalstar satellieten bevinden zich 25-maal dichter bij de aarde dan de geostationaire Inmarsat-vloot, en de 66 Iridium-satellieten zelfs 50-maal. Gevolg is dat de apparatuur in een jaszak past en dat de aanschafkosten de helft tot tweederde lager zijn dan voor een Inmarsat-telefoon, met als bijkomend voordeel dat de nieuwe satelliettelefoons van een plaatselijk cellulair netwerk gebruikmaken indien aanwezig. De beller kan desgewenst blijven rondlopen, fietsen of autorijden, want de apparatuur voor verbindingen via low earth orbit-satellieten (LEO's) werkt met sprietantennes. Bellen met Inmarsat lukt alleen als de platte antenne op een satelliet gericht staat.

Sinds 1991 heeft Inmarsat gewerkt aan een eigen LEO-systeem, onder verantwoordelijkheid van een min of meer van Inmarsat losgekoppeld bedrijf. Dat resulteerde in november 1995 in een vrijwel totale loskoppeling: ICO, zoals het systeem heet dat in 2000 operationeel moet zijn, verhuisde naar een eigen kantoor aan de andere kant van Londen, en wordt sindsdien geleid door de grote man achter Inmarsat, directeur van 1979 tot begin 1995, de Zweed Olof Lundberg. Een ander resultaat was dat de staven van Inmarsat en ICO een tijd nauwelijks on speaking terms waren, al gaat dat de laatste tijd beter. Inmarsat heeft nog steeds tien procent van de ICO-aandelen en krijgt het alleenrecht voor ICO-verbindingen met schepen en vliegtuigen (niet het interessantste deel van de markt).

Sinds twee jaar is Warren Grace Inmarsats director general. Over de afsplitsing van ICO: “Ja, er zijn wel eens momenten dat ik het betreur. Als delegatiehoofd van Australië stemde ik indertijd tegen de splitsing.” Toch ontneemt de komst van de LEO-systemen hem geenszins zijn vertrouwen in Inmarsats toekomst. “De LEO's vormen zeker een bedreiging”, beaamt hij met uitzicht op de Londense avondspits, “het gaat een drukke markt worden. Maar tegelijk helpen de LEO-systemen om de markt te ontwikkelen. Wij proberen de wereld duidelijk te maken dat er satelliettelefoons bestaan, en dat lukt beter met meer aanbieders.” Andrew Ivey, hoofdverantwoordelijke voor de marktontwikkeling voor de Inmarsat Phone, gaat nog verder: “Ik ben verrukt over alle reclame voor Globalstar en Iridium. Iedere dollar die zij uitgeven scheelt mij ongeveer dertig cent! En vergeet niet dat de concurrentie helpt bij de verwezenlijking van Inmarsats visie van wereldwijde mobiele communicatie.”

Dat alles laat onverlet dat Inmarsat straks een nieuwe bestaansbasis zal moeten vinden. Grace vindt het onverstandig om te rekenen op technische of andere tegenslagen bij de concurrentie: “Ik ga er vanuit dat ze hun plannen zullen realiseren, dat is het veiligst.” Net als Ivey ziet hij ook na de komst van de LEO's nog ruim emplooi voor de Inmarsat Phone. Het gewicht zal dalen tot 1,5 kilo: slechts drie- tot tweemaal zo zwaar als de LEO-alternatieven, en met het enorme voordeel dat een telefoonverbinding nooit zomaar wordt afgebroken. Als je een vrije horizon rondom hebt, blijven ook LEO-verbindingen in stand zolang beide bellers dat willen, want er staat altijd en overal ten minste één satelliet boven de kim; maar anders dan de geostationaire Inmarsat-satellieten, bewegen LEO's ten opzichte van de aarde en kunnen dus ook ineens achter een boom, berg of gebouw zakken - tuuuut tuuuut tuuuut.

Bij de tariefstelling bieden de LEO's ook al weinig voordeel. Iridium gaat zes gulden per minuut kosten en Inmarsat zit daar nu al tien procent onder. De prijs van een Globalstar-gesprek komt vermoedelijk nog iets lager te liggen, al bestaat daarover nog veel onduidelijkheid. Verder wijst Ivey er graag op dat Inmarsat-gebruikers hun antennes heel goed op een dak of in een tuin kunnen zetten, met een kabel naar de laptopvormige telefoon, waarvan de hoorn bij veel modellen weer draadloos is. “Met je Iridium-telefoon moet je in de gloeiend hete zon gaan staan, en als het regent kan je niet schuilen want dan verbreek je misschien je verbinding.” Anders dan bij de LEO-concurrentie zijn de Inmarsat telefoons groot genoeg voor standaard contrapluggen voor faxkabels, en RS-232 voor computers.

Helaas voor Inmarsat bepaalt niet de leiding in Londen, maar de klant welke satelliettelefoons straks de meeste voordelen bieden, en voor alle zekerheid is de satellietorganisatie maar begonnen aan een dramatische koerswijziging. Het beoogde marktsegment voor 2001 en daarna betreft mobiele multimedia en draagt het label 'Horizons'. Daarbij moeten we denken aan een laptop, verbonden met een kleine zender/ontvanger en een platte richtantenne ter grootte van een A4-tje, die anywhere-verbindingen van maximaal 144 kilobit/s levert; dat is vier- tot vijfmaal zo snel als een gewone Internetverbinding per telefoon. De Horizons-apparatuur gaat omstreeks 2.000 gulden kosten, bij een tarief van omstreeks 5 gulden per minuut. (Voor hetzelfde verzendtarief krijg je nu 2,4 kilobit/s, door een Inmarsat Phone op een laptop aan te sluiten. Iridium en Globalstar zullen 2,4 kilobit/s uplinks en 4,8 kilobit/s downlinks bieden. Wie Horizons alleen gebruikt om te bellen of te faxen heeft aan een paar kilobit genoeg, krijgt ook niet meer, en betaalt navenant minder dan bij 144 kilobit.)

De sector multimedia-per-satelliet wordt dezer jaren gelijktijdig besprongen door meer dan een dozijn consortia en bedrijven (veel satellietbouwers), die allemaal rond de eeuwwisseling startklaar hopen te zijn. Beperking is echter steeds dat de apparatuur te zwaar en te energievretend zal zijn om mee te nemen naar het strand of de woestijn of de bergen. Wie ook daar wil websurfen, wil deelnemen aan een videoconferentie, of een video-opname wil doorsturen, komt terecht bij Horizons van Inmarsat. Probleem is alleen even dat voor Horizons weer nieuwe satellieten nodig zijn - terwijl de Inmarsat-3-satellieten nog maar net in gebruik zijn genomen (de vijfde, een reserve, gaat op 6 januari per Ariane-4 de ruimte in) en tot 2010 dienst kunnen doen. Combineer de vereiste investering van twee miljard dollar (waarvan eenderde geleend kan worden) met de vrees dat het huidige fundament van Inmarsat spoedig zal afkalven, en het wordt begrijpelijk waarom tal van lidstaten vraagtekens plaatsten bij de zin om door te gaan met deze internationale organisatie.

Het antwoord van Inmarsat zelf, en van Warren Grace in het bijzonder: wel doorgaan, maar niet in de oude vorm. Hij wijst op een zeer belangrijke bestaansreden, het verzorgen van het Global Maritime Distress and Safety System: Inmarsat vervult daarmee een unieke en essentiële taak voor de wereldgemeenschap. Talloze schepelingen danken hun leven aan GMDSS. Verder kan Inmarsat de gebruikers van omstreeks 100.000 satelliettelefoons niet zomaar laten vallen.

Dat alles is echter niet genoeg om Horizons te rechtvaardigen. De huidige 81 eigenaren zijn statutair verplicht in ieder nieuw project te investeren naar evenredigheid van hun bestaande Inmarsat-aandeel. Voor PTT Telecom is dat 2,82932 procent. De Amerikaanse Inmarsat partner Comsat (de federale organisatie voor satellietcommunicatie) is met 23,0 procent Inmarsats grootste aandeelhouder en zou dus 23 procent van het startkapitaal voor Horizons moeten aandragen. Waar Comsat voor gepast heeft, terwijl Horizons bedoeld is om het voortbestaan van Inmarsat te garanderen. Ergo: er moet ruimte komen voor andere aandeelhouders dan alleen maar PTT's en wat dies meer zij, en ook voor meer dan één aandeelhouder per land zoals nu. Grace, licht zuchtend, want terugblikkend op ruim een jaar veel en zwaar vergaderen: “Ik geloof niet dat dat ooit eerder is vertoond: een internationale organisatie verbouwen tot een gewoon bedrijf. Eenentachtig overheden hebben allemaal hun eisen en wensen. Niet eenvoudig.”

Evaluerend stelt hij vast dat de herstructurering nu toch wel goed op koers ligt, nadat in mei de impasse compleet was en het voortbestaan van Inmarsat onzeker leek. Met tussenpozen van twee maanden komen vertegenwoordigers van de lidstaten sindsdien bijeen, eind deze maand opnieuw. Antwoorden moeten gevonden worden, want alles grijpt in elkaar. Horizons is volgens Grace ondenkbaar zonder een complete herstructurering, terwijl het voortbestaan van Inmarsat moeilijk denkbaar is zonder Horizons, en terwijl sommige landen zich om uiteenlopende redenen tegen de herstructurering verzetten. Een belangrijke groep vormen de ontwikkelingslanden, waaronder dertig die minder dan één promille aan het Inmarsat kapitaal hebben bijgedragen. Nu kunnen ze hun stem verheffen in de plenaire vergaderingen, waar een tweederde meerderheid (een stem per land) vereist is bij grote beslissingen, zoals over Horizons. Maar wat straks, als Inmarsat geregeerd wordt door de belangen van een paar grote zakelijke Westerse investeerders? De ironie is natuurlijk dat satelliettelefonie juist gedijt bij de gebrekkige telecominfrastructuur rond de evenaar en in het voormalige Oostblok.

De kwestie blijkt Grace zeer na aan het hart te liggen: “We doen onze uiterste best om te zorgen dat ze hun stem niet verliezen. Een voorstel is bijvoorbeeld om drie van de veertien posten in de raad van bestuur voor ontwikkelingslanden in te ruimen. En we hebben al besloten dat de directie regelmatig moet overleggen met wereldwijd vijf regionale groepen van aandeelhouders - wat natuurlijk geen puur altruïsme is, want de ontwikkelingslanden zijn een belangrijke markt.”

Mede door dergelijke maatregelen om het internationale karakter van Inmarsat enigszins te behouden, loopt ook de besluitvorming over Horizons voorspoedig. Eind juli konden de offerte-aanvragen de deur uit. Over een half jaar zullen de lidstaten zich voor een definitief ja of nee buigen over de antwoorden van vier Amerikaanse en Europese satellietbouwers voor het space segment, en de offertes van twee of drie consortia voor de grondstations, hun onderlinge verbindingen en - lastig en belangrijk - een factureringssysteem.

Hoofd Horizons is executive vice president George Symeonidis uit Griekenland. De vraag of het wel verstandig is wéér een nieuwe vloot satellieten te bestellen - lang voor de oude op zijn en terwijl het leasen van capaciteit bij anderen ook mogelijk is - ligt inmiddels achter hem. Ingrijpende berekeningen gaven daarop een duidelijk antwoord, en een marktonderzoek leerde dat “het zakenplan zeer solide en aantrekkelijk was”.

De ellende in de satellietsector is dat je zo veel langer vooruit moet denken dan allerlei aardse concurrenten, en dat terwijl omvang, aanbod en vraag in de telecommarkt zich in een dramatisch hoog tempo ontwikkelen. “Daarom is onze herstructurering ook zo belangrijk”, zegt Symeonidis. “Wat wij doen is dermate kapitaalintensief, en je moet zoveel investeren voordat er geld terugkomt, dat je niet in een isolement te werk kan gaan. Dit is een wereld van allianties, en de herstructurering geeft ons de ruimte daarin mee te gaan, om anders zaken te doen dan voorheen.” Zijn hoogste chef onderstreept nog eens het unieke van deze sector: “Ik wou dat het ontwerpen, bouwen en ingebruiknemen van een satelliet zes maanden kostte in plaats van vijf jaar”, aldus Warren Grace. “En na de lancering kan je er niets meer aan veranderen. Het is zeer lastig, maar dat is nu eenmaal de aard van het spel.”

Intussen zijn hij en zijn staf in gedachten al bezig met de Inmarsat-5-satellieten die rond 2007 gelanceerd moeten worden. “Vraag me niet wat ze gaan doen. Haha! Nog snellere datacommunicatie met mobiele terminals, denk ik. Geen idee in welk deel van het spectrum. Maar we hebben er al wel ruimte voor gemaakt in onze financiële planning.”

Internet: www.inmarsat.org; www.station.com; www.iridum.com; www.globalstar.com; www.ico,com

    • Michiel Hegener