Bruno Barreto vraagt om begrip voor oude linkse terroristen

Four Days in September. Regie: Bruno Barreto. Met: Alan Arkin, Pedro Cardoso, Fernanda Torres, Luis Fernando Guimaraes, Claudia Abreu. In: Cinecenter, Amsterdam; Lantaren/Venster, Rotterdam; Babylon, Den Haag.

Op 4 september 1969, een dag na de dood van Ho Chi Minh en drie dagen na de machtsgreep van kolonel Gaddafi, ontvoerde een terroristisch commando van de Braziliaanse stadsguerrillagroep MR-8, de Amerikaanse ambassadeur Charles Burke Elbrick. Na vier dagen voldeed de Braziliaanse regering aan de eisen van de ontvoerders: het op de televisie voorlezen van een communiqué en de vrijlating van vijftien politieke gevangenen. De ambassadeur werd losgelaten tussen duizenden voetbalsupporters en de ontvoerders verdwenen in de massa. Een van hen, Fernando Gabeira, zou later een relaas publiceren van de kidnapping, dat regisseur Bruno Barreto verfilmde als Four Days in September.

De film van de maker van twee ook bij ons bekende zwoele zedenkomedies naar romans van Jorge Amado (Dona Flor e seus dois maridos en Gabriela) mist raffinement en handigheid. Soms doet de wat hoekige en schematische stijl zelfs denken aan het amateurisme dat de film aan de ontvoerders toeschrijft. Gabeira (Pedro Cardoso) wordt voorgesteld als een wat wereldvreemde ideoloog; gerecruteerd in een klungelige sessie met hem onbekende andere revolutionairen, waar de leidster van het commando Maria (Fernanda Torres) haar medestrijders onder hun protest schuilnamen toedeelt als in Reservoir Dogs, blijkt zijn voornaamste kwaliteit te liggen in het schrijven van het communiqué. De operatie wordt in feite geleid door twee op boekhouders gelijkende veteranen van de illegale communistische partij, die na afloop weer even geruisloos verdwijnen als ze gekomen zijn. Gabeira's incidentele tegenwerpingen en zijn liefdesaffaire met de commandante leiden ertoe dat de schaduwleiding hem met de opdracht belast de ambassadeur (Alan Arkin) te doden, wanneer het ultimatum afloopt. Net op tijd blijkt dat niet nodig te zijn.

Ondanks de gebreken van Four Days in September is het een innemende en inhoudelijk opmerkelijke film geworden. Kennelijk bestaat in Brazilië eerder de behoefte begrip te wekken voor het linkse terrorisme van weleer, als een schutterig soort van jeugdzonde, dan om er grimmig mee af te rekenen. Ook de mannen van de geheime politie, die jacht maken op de daders, worden eerder met ironie dan met haat bekeken. Die toon overtuigt, want juist de onwaarschijnlijkste details komen in verhalen over helden op sokken in aanmerking voor geloofwaardigheid. Over de anonieme beroepsrevolutionairen die achter de schermen van de tot terrorisme vervallen idealisten aan de touwtjes getrokken zouden hebben, is zelfs nog nooit eerder een film gemaakt.