'Wij zijn geen KEMA-keur'

Oudere schrijvers die niet tot een stroming of een tijdschrift behoren, zijn niet de enige afwezigen op de tentoonstelling Gaan waar de woorden gaan, die overmorgen in het Haagse Letterkundig Museum geopend wordt.

Op Hugo Claus na, die is geboekstaafd als een van de Vijftigers, ontbreken ook alle Vlaamse auteurs in het overzicht van '250 jaar Nederlandse literatuur'. Zodat de bezoeker tevergeefs zal zoeken naar Guido Gezelle, die grote invloed had op de Tachtigers, of naar Willem Elsschot, die een voorbeeld was voor een hele generatie, waarvan P.C. Hooftprijswinnaar 1981 Karel van het Reve de bekendste vertegenwoordiger is.

“We zijn nu eenmaal een taakverdeling overeengekomen met het Archiefmuseum voor het Vlaamse Cultuurleven,” zegt Aad Meinderts, adjunct-directeur van het Letterkundig Museum, secretaris van de P.C. Hooft-stichting en projectleider van de tentoonstelling. “Zij doen de Vlamingen en de tijd vóór 1750, wij doen de Nederlanders. En dat komt goed uit, want we hebben een ruimteprobleem. Om vergelijkbare redenen hebben we Elisabeth Eybers, die in het Afrikaans dicht, niet opgenomen, ook al won ze in 1991 de P.C. Hooftprijs. En aan de Surinaams-Nederlandse literatuur is ook geen vitrine gewijd. Maar niemand zou zich daarover druk moeten maken, het Letterkundig Museum is geen KEMA-keur.”

Mevrouw Elisabeth Eybers, dichtend in Nederland sinds 1961, zit er niet mee dat zij ontbreekt in het heringerichte Museum. “Men moet maar zien hoe men mij beschouwt, daar heb ik zelf geen invloed op. Ik ben bijna 83, en kan mij niet anders dan passief gedragen. Misschien behoor ik inderdaad niet bij de Nederlandse literatuur. Het is veel vreemder dat Elsschot ontbreekt. Ik weet dat hij een Vlaming is, maar ik zie hem niettemin als een van de belangrijkste schrijvers uit de Nederlandse literatuurgeschiedenis.”