Voorzitter Acosta maakt gekkenhuis van volleybal

In Japan werd tijdens het volleybaltoernooi om de Grand Champions Cup een nieuwe puntentelling uitgeprobeerd. Een ongelukkig experiment, maar de almachtige voorzitter Acosta is helaas enthousiast.

ROTTERDAM, 25 NOV. In geen andere tak van sport zijn de laatste jaren zo veel wijzigingen in de spelregels doorgevoerd als in het volleybal. Dat heeft alles te maken met de enorme geldingsdrang van de voorzitter van de internationale federatie FIVB, Ruben Acosta. De eigenzinnige Mexicaan heeft het volleybal in een aantal gevallen een goede dienst bewezen, maar af en toe draaft hij te ver door.

In opdracht van Acosta werd bij het toernooi om de Grand Champions Cup in Japan geëxperimenteerd met een puntentelling die volslagen belachelijk is. Het komt er op neer dat als een set na 25 minuten nog niet beslist is, wordt overgegaan op het rally-pointsysteem. Dat wil zeggen dat dan elke balwisseling een punt overlevert en niet alleen als de serverende ploeg scoort.

Het verschil in telling binnen dezelfde set werkt verwarrend en storend. Zo kan het voorkomen dat een set een spannend verloop heeft en dat door de nieuwe tijdregel de laatste, en dus belangrijkste punten binnen een paar minuten worden afgeraffeld. Ook sluipen door de nieuwe regel vervelende aspecten in het volleybal, zoals tijdrekken. Want op het moment dat het rally-pointsysteem gaat gelden, is het voor een ploeg aantrekkelijk om de service niet zelf te hebben. De ontvangende partij heeft namelijk de meeste kans als eerste te scoren. De Nederlandse aanvoerder Bas van de Goor sprak na een van de wedstrijden in Japan niet voor niets over “een gekkenhuis”.

Acosta wil met de nieuwe puntentelling, omslachtig Set Time Limit Playing System (STLPS) genaamd, de duur van de wedstrijden beperken. De voorzitter trekt de grens bij twee uur en een kwartier. Daar is op zich niets op tegen. Onder het bewind van Acosta werd al besloten om de vijfde set volgens het rally-pointsysteem te laten verspelen. Dat is een succes gebleken. Maar ook na die ingreep kunnen volleybalwedstrijden nog steeds langer duren dan tv-kijkers en de toeschouwers op de tribunes wensen. De Nederlandse bondscoach Toon Gerbrands en zijn voorganger Joop Alberda zijn ook voorstander van een sneller verloop van de wedstrijden. Maar zij hebben een eenvoudiger aanpassing voor ogen dan Acosta en stellen voor van begin tot einde rally-point te spelen en dan in een best-of-seven.

Alberda denkt als lid van de coaching commission van de FIVB nog steeds mee over de ontwikkelingen binnen het volleybal. Hij heeft goede berichten gehoord over een experimentele puntentelling in de Deense competitie. Er worden twee sets (rally-point) tot 21 punten gespeeld, met daartussen een pauze van tien minuten. Als de stand 1-1 is, volgt een derde set. Een interessant probeersel, maar ook dit plan tast te veel het karakter van het volleybal aan. Een set gaat in deze tak van sport nu eenmaal al vijftig jaar tot de vijftien.

In het topvolleybal loopt nóg een door Acosta geïnitieerd experiment. Voor de tweede achtervolgende keer mochten de ploegen bij het supertoernooi in Japan gebruikmaken van een zogenaamde vrije verdediger. Dat is een speler die onbeperkt voor een van zijn ploeggenoten in het achterveld mag worden ingezet. Hij is herkenbaar aan een opzichtig geel hesje dat hij over zijn shirt draagt. Nu nog een feestneus op en er staat een clown in het veld. En dat is een situatie waar men in de echte sport terecht zo bang voor is: het moet geen circus worden.

Ook Alberda's gerenommeerde collega's in de FIVB-commissie, onder wie de Italiaanse Argentijn Velasco, zien weinig in de recente experimenten. Dat zullen ze Acosta in januari bij de evaluatie van het toernooi vertellen. Maar het valt te betwijfelen of de voorzitter dan zijn oren naar de eensgezinde specialisten laat hangen. In Japan liet Acosta afgelopen weekeinde tijdens een ontbijt met de aanwezige bondscoaches weten enthousiast te zijn over de nieuwe tijdregel. Toon Gerbrands somde nog wel de nadelen van het experiment op, maar Acosta leek niet onder de indruk. “We moeten niet bang zijn voor vernieuwing”, reageerde hij.

En de wil van de Mexicaan is nu eenmaal wet in het volleybal. Hoewel Acosta in Japan anders wilde doen geloven. Hij wees op het FIVB-congres van volgend jaar oktober waar 215 afgevaardigden over de nieuwe regel moeten beslissen. Maar de praktijk heeft uitgewezen dat de meesten klakkeloos hun almachtige voorzitter volgen. En Acosta heeft nóg meer in petto, zoals het invoeren van een tweekleurige bal en strakke kleding. Het klinkt bijna net zo gek als zijn voorstel in 1990 om de bal ook met benen en voeten te mogen spelen. Iedereen lachte hem destijds uit, maar inmiddels is het volleyballers wel degelijk toegestaan de onderste helft van hun lichaam te gebruiken.

Die laatste wijziging is gelukkig zonder grote gevolgen gebleven. De afgelopen twee jaar is gebleken dat de bal nauwelijks met de benen en voeten wordt gespeeld. En als het wel gebeurt, is dat meestal door een speler die in een vertwijfelde poging probeert de bal nog in het spel te houden. Het levert soms een spectaculaire omhaal op. De nieuwe puntentelling mag ook onder de circusnummers worden geschaard, maar dan een die helaas niet amusant en sfeerverhogend is.

Een geruststelling voor de 'gewone' volleyballer is dat mocht de nieuwe tijdregel worden ingevoerd, hij voorlopig alleen geldt voor de grote internationale toernooien.