Vluchtgedrag van tbs-patiënt onvoorspelbaar; Iedereen in de kliniek heeft recht op verlof

Een aantal tbs-patiënten wist de laatste weken te ontvluchten. De meeste ontsnappingen doen zich voor tijdens een verlof. Ondanks het vluchtgevaar blijven klinieken verloven toekennen. De tbs-patiënt heeft daar recht op.

BALKBRUG, 25 NOV. In de afgelopen weken hebben vier tbs-patiënten aan de vrijheid geroken. Twee ontsnapten uit het washok van de strengbewaakte Dr. S. van Mesdag-kliniek in Groningen, één uit de wc van het Haagse paleis van justitie en één was tijdens een gemeenschappelijk verlof zijn begeleiders te snel af. De eerste drie zijn kort na hun ontsnapping aangehouden en in bewaring gesteld. De vierde meldde zichzelf aan de poort van de Prof. mr. W.P.J. Pompekliniek in Nijmegen en is aldaar meteen in afzondering geplaatst.

Niet alle ontsnappingen halen het nieuws. Uit de Rijksinrichting Veldzicht in het Drentse Balkbrug ontsnapte in september van dit jaar een patiënt. Van hem ontbreekt tot nu toe ieder spoor. Hij heeft ernstige zedendelicten begaan en werd al sinds lange tijd behandeld. Hij is volgens de directeur van de inrichting, D.W. Oppedijk, wel degelijk gevaarlijk. Uit diezelfde kliniek ontsnapte in 1991 een tbs-gestelde die nog steeds vrij rondloopt. Oppedijk: “Maar om hem maken we ons niet zo veel zorgen”. Uit cijfers van het ministerie van Justitie blijkt dat er jaarlijks niet meer dan tien tbs-gestelden de benen nemen. Vorig jaar ontsnapten er zeven uit de kliniek of tijdens een verlof. Dit jaar zijn dat er vijf van wie er nog één voortvluchtig is.

In Nederland verblijven op het moment 803 tbs-patiënten in acht tbs-klinieken. Drie daarvan zijn rijksinstellingen (Van Mesdag, Veldzicht en het Meijers-instituut) en vijf particuliere instellingen (Oldenkotte, Delta, De Grote Beek, Pompekliniek, Van der Hoevenkliniek). Honderdzestig delinquenten die hun gevangenisstraf hebben uitgezeten, de zogenoemde 'passanten', wachten op een plaats in één van de instellingen.

De meeste vluchtpogingen doen zich voor tijdens een verlof. De klinieken zijn doorgaans goed beveiligd en geven de 'bewoners' nauwelijks de gelegenheid te ontkomen. 'Buiten' is dat anders: een tbs-gestelde kan zich trachten te ontdoen van zijn bewaker of begeleider, maar verspeelt daarmee alle kansen op een volgend verlof. Een begeleider kan op dat moment ook niet veel doen. Overmeesteren wordt afgeraden. Bovendien heeft een begeleider of bewaker ook geen aanhoudingsbevel. De bewakers waren tot voor kort bewapend, maar dat is “jammer genoeg” afgeschaft, aldus Oppedijk.

Tijdens een verlof zijn er altijd risicovolle momenten of omstandigheden. Een daarvan blijft de sanitaire stop. Oppedijk: “Een vrouwelijke begeleider kan nu eenmaal niet met een man mee naar de wc, en wanneer zij zelf tijdens het verlof naar de wc moet, laat zij geen patiënten met haar meegaan.” Na een ontsnapping, zoals die onlangs van S. Kröger en J. van Tamelen, uit de Mesdag-kliniek, worden alle verloven voor de andere tbs-patiënten in de kliniek tijdelijk ingetrokken.

Toch heeft iedere tbs-patiënt op een bepaald moment recht op een verlof. Verloven worden pas verstrekt als een tbs-gestelde een flink deel van zijn behandeling erop heeft zitten en als hij daar volgens zijn behandelaars aan toe is. Alle verloven worden bij het ministerie van Justitie gemeld. In 1996 werden er vanuit de acht klinieken landelijk 36.231 verloven gegeven. Daarvan waren er 13.142 begeleid en 23.089 onbegeleid. Gemiddeld gaat het vijf keer per jaar mis, aldus Oppedijk. “Dat varieert van 'te laat terugkomen' en 'te veel gedronken' tot helemaal niet terugkeren of het plegen van een delict.”

In Veldzicht in Balkbrug worden alle verloven op twee niveaus getoetst. Eerst door de direct betrokkenen (psychiater, psycholoog, afdelingshoofd en therapeuten) die het voorstel doen. Dat voorstel wordt bekeken door een forum dat bestaat uit niet direct betrokkenen. Zij bepalen als buitenstaander of het wel of niet verstandig is het verlof toe te kennen. Daarna gaat het voorstel nog eens naar het ministerie van Justitie waar het beoordeeld wordt door de afdeling Individuele Jeugd- en tbs-zaken (IJTZ). Oppedijk: “Er bestaan bij ons zo'n dertig verschillende verloven die variëren in afstand en begeleiding. Het strengste verlof is onder begeleiding naar de supermarkt in het dorp en het soepelste verlof bestaat uit een weekend zonder begeleiding verblijven in een ander deel van het land.”

In de eindfase van de behandeling kan een patiënt overgeplaatst worden naar een open afdeling waar hij veel vrijheden geniet. Daarna volgt het 'proefverlof'. Zo'n 'proefverlof' is heel wat anders dan een gewoon 'verlof'. Wanneer iemand met proefverlof is, heeft hij geen enkele band meer met de kliniek. De reclassering is dan verder verantwoordelijk voor de man of vrouw, die op zichzelf woont en/of werkt. “Wij zoeken zo iemand nog wel eens op, maar in feite is de behandeling afgesloten en is iemand definitief uit de inrichting”, zegt Oppedijk.

De crux van het verlof is dat de kliniek nooit kan voorspellen hoe gevaarlijk iemand is. Oppedijk: “Je loopt lange tijd om iemand heen, je laat hem door verschillende disciplines observeren, je kunt het vluchtgevaar en het delictgevaar enigszins inschatten. Maar die honderd procent zekerheid hebben we nooit. Dat risico calculeer je in. Maar ook wij worden nog steeds verrast. Er is geen enkele inrichting waar dat niet gebeurt.”

Als de behandeling volgens de deskundigen echter 'succesvol' is verlopen, vormt de tbs-gestelde niet langer een 'onaanvaardbaar risico' voor de maatschappij en wordt de tbs opgeheven.

Per jaar worden zo'n vijftig tot zestig behandelingen door de rechter (na een positief of soms ook wel negatief advies van de kliniek) beëindigd. Het proefverlof wordt dan omgezet in definitief ontslag.

Uit onderzoek naar 'Recidive na ontslag uit de tbs' van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Justitie, blijkt dat ondanks de veranderingen binnen de tbs-populatie (vroeger ging het om extreme lastpakken en nu om zeer gewelddadige delinquenten), het aantal recidivisten stabiel is gebleven. Ongeveer 50 procent van de ex-tbs-gestelden wordt na beëindiging van de tbs opnieuw voor enig delict veroordeeld. Gemeten aan de strafmaat is in ongeveer 20 procent van de gevallen sprake van relatief ernstige recidive op het gebied van (seksuele) geweldsdelicten, aldus onderzoeker E. Leuw van het WODC.

Inrichtingdirecteur Oppedijk ligt er niet wakker van. “Verloven zal ik altijd blijven verstrekken tenzij ik persoonlijk twijfel. Ontsnappingsgevaar zal altijd blijven bestaan en als het ook werkelijk gebeurt, schrikken we daar niet van. Maar het houdt ons wel scherp.”

“Een vrouwelijke begeleider kan niet met een man mee naar de wc.”

    • Margot Poll