Spoorzoeken op Internet

De politie is nauwelijks het schrijfmachinetijdperk ontgroeid en moet zich nu opmaken om actief op Internet te gaan speuren naar misdrijven, zoals minister Sorgdrager (Justitie) onlangs tegen de Tweede Kamer zei. Volgens Sorgdrager is actieve opsporing op het wereldwijde medium nodig om kinderporno en andere digitale misdrijven effectiever te bestrijden.

De politie, die op het moment onvoldoende kennis en middelen heeft om actief digitaal te rechercheren, bezint zich op de toekomst. Voordat met het actieve opsporingswerk begonnen kan worden, moet eerst een aantal problemen worden opgelost, zo bleek vorige week op het congres Cybercrime. Politie, Justitie en de Digitale Snelweg.

Eén van de problemen waardoor de aanpak van bijvoorbeeld kinderporno of racistische uitingen in discussiegroepen of op websites bemoeilijkt wordt, is het regionale karakter van de politie. De Nederlandse politie is in 25 regiokorpsen opgedeeld. Als een Internetgebruiker uit Groningen aangifte doet van kinderporno afkomstig van een gebruiker uit Middelburg die hij heeft aangetroffen op een computer van een provider in Maastricht, blijft de zaak vaak lang liggen omdat geen van de regiokorpsen zich verantwoordelijk voelt. Tegen de tijd dat de politie in actie komt, is het strafbare materiaal al lang van de computer van de provider verdwenen en zijn ook andere gegevens verloren die bij de bewijsvergaring een belangrijke rol spelen.

Het vergaren van bewijzen in Internetzaken is een probleem op zichzelf. Het achterhalen van de identiteit van een gebruiker die wordt verdacht van het plegen van strafbare feiten op Internet is niet alleen erg tijdrovend, het vergt ook een flinke hoeveelheid technische kennis en vaardigheden, die bij de meeste korpsen niet aanwezig is. Om de ware identiteit van een afzender van een bericht dat antisemitische leuzen bevat vast te stellen, is vaak de hulp van een provider nodig.

Ook de snelheid van technologische ontwikkelingen belemmert het speuren op Internet. Volgens de Internet-deskundige Felipe Rodriquez, tot voor kort voorzitter van de branchevereniging van Internetproviders (NLIP), bestaan er alleen al twaalf verschillende programma's voor telefonie via Internet. Elk programma zet spraak op een andere manier om in data. De decodering van deze berichten zal technisch zeer moeilijk zijn en veel tijd kosten. Tegen de tijd dat de politie de nieuwe technieken beheerst, zijn er weer talloze andere programma's op de markt.

Het lijkt erop dat cyberboeven weinig te vrezen hebben als politie en justitie achter de techniek en de feiten aan blijven lopen.

Harry Onderwater van de Centrale Recherche Informatiedienst (CRI), verbonden aan de afdeling Informatietechnologie en criminaliteit, wil politiemensen niet zonder meer laten patrouilleren op de elektronische snelweg vanwege de 'digitale voetstappen' die iedere gebruiker achterlaat. Een politieagent die de homepage van een verdachte organisatie bezoekt vanaf een computer die herkenbaar is als politiecomputer, kan wel eens meer verliezen dan winnen omdat hij zichzelf blootgeeft, aldus Onderwater.

Er is een aantal wetsontwerpen en een internationaal opsporingsverdrag voor Internet in de maak die het digitaal rechercheren in de toekomst kunnen vergemakkelijken. Ook de aansprakelijkheid van Internetproviders wordt wettelijk vastgelegd.

Het voorstel voor een nieuwe Wet op de computercriminaliteit bevat een passage waarin staat dat het bedrijf dat toegang tot Internet levert in bepaalde gevallen aansprakelijk is voor strafbare feiten van gebruikers. Pas als de provider de identiteit van de verdachte bekend maakt, wordt afgezien van strafvervolging. De nieuwe wet regelt tevens dat strafbaar materiaal zonder procedurele rompslomp in beslag genomen of van de computer van de provider gewist kan worden.

(www.politie.net)

    • Marie-José Klaver