Regering-Clinton onderdrukt snel jongste schandaal

WASHINGTON, 25 NOV. Nog niet alle Republikeinen hebben zich erbij neergelegd, maar de regering-Clinton lijkt erin geslaagd te zijn om het jongste schandaal binnen een week de kop in te drukken. Het verhaal dat het Witte Huis graven op de nationale begraafplaats Arlington “verkocht” aan grote geldschieters van Clintons verkiezingscampagne, heeft enkele dagen verontwaardigde reacties opgeleverd. Maar inmiddels wordt de kwestie bij gebrek aan bewijs door de meeste commentatoren en politici alweer beschaamd doodgezwegen.

“Het erge is dat het zo aannemelijk leek”, schreef een columnist dit weekeinde in The New York Times. “Het leek niet vergezocht dat dit Witte Huis, waar alles politiek is en alles te koop, ook de eeuwigheid zou uitventen.” “De mensen waren bereid om het te geloven”, zei een commentator op de televisie met een zekere spijt in zijn stem. Voor de weekbladen, die gisteren verschenen, was de hele zaak al niet interessant meer.

Voor president Clinton en de Democraten, die in zoveel andere schandalen verwikkeld zijn, is de kwestie zelfs uitgelopen op een kleine triomf. Voor één keer waren het de Republikeinse Congresleden, onder wie Newt Gingrich, voorzitter van het Huis van Afgevaardigden, die voor schut stonden met hun heilige verontwaardiging. Ze konden hun verdachtmakingen eenvoudig niet aannemelijk maken. Niet alleen hun eigen geloofwaardigheid is daardoor aangetast, maar ook de geloofwaardigheid van al die andere (en beter gefundeerde) aantijgingen tegen Clinton. De Republikeinen hebben ongewild nieuwe voeding gegeven aan Clintons argument dat hij het slachtoffer is van één grote heksenjacht - in de Whitewater-affaire, in de kwestie Paula Jones, en in het schandaal van de fondsenwerving.

Onderminister voor het leger Togo West leverde de belangrijkste bijdrage aan het demonteren van wat vorige week nog een politieke tijdbom leek. Terwijl in de kranten al spotprenten stonden van president Clinton die een krans legt bij “het graf van de onbekende geldschieter”, trok West er vrijdagmiddag alle tijd voor uit om de pers volledige inzage te geven in de lijst van mensen die een plaatsje op Arlington hebben gekregen zonder dat ze een hoge militaire onderscheiding hadden, of gesneuveld waren op het slagveld. Toen alle namen waren nagetrokken bleven er geen “verdachte gevallen” over, zoals de Republikeinen en het conservatieve tijdschrift Insight hadden beweerd. Alleen de in functie gestorven ambassadeur in Zwitserland, een persoonlijk vriend van Clinton en befaamd fondsenwerver voor de Democraten, valt eventueel in die categorie. Maar ook voor hem lijkt via de officiële kanalen toestemming gegeven te zijn voor een begrafenis in de 'heilige grond' van Arlington.