Om centrale banken kan niemand heen; Markten explosief gegroeid

ROTTERDAM, 25 NOV. Toen de Duitse privébank Herstatt in 1974 werd gesloten door de controleurs van het Duitse bankwezen omdat de verliezen te hoog waren opgelopen, handelde het Herstatt-kantoor in New York rustig nog een uur of zes door op de financiële markten. Terwijl de moeder in Duitsland bankroet was, gingen de medewerkers in New York nog vrolijk nieuwe financiële verplichtingen aan.

Internationale samenwerking tussen toezichthouders op banken bestond niet. Dat was gisteren, toen het vierde Japanse effectenhuis, Yamaichi moest sluiten, wel anders. De toezichthouders in de landen waar Yamaichi vestigingen heeft, hadden gisterochtend de vinger aan de pols. De Nederlandsche Bank heeft inmiddels een afgevaardigde bij Yamaichi in Nederland gestationeerd.

Nu staat op de financiële markten duizend maal zo veel op het spel dan in 1974. In de jaren tachtig was sprake van een explosie van transacties op de internationale valuta- en effectenmarkten, gevolgd door een vloedgolf van nieuwe financiële instrumenten in de jaren negentig. Dagelijks wordt alleen al op de valutamarkt voor een bedrag van tenminste 1.200.000.000.000 (1,2 biljoen) dollar verhandeld. De afwikkeling en betaling van al die handel tussen financiële instellingen is gebaseerd op vertrouwen en uiterst krachtige technische systemen. Als een partij tijdens de handel onderuit gaat, kan het complete financiële kaartenhuis instorten. Sinds het Herstatt-debacle hebben de centrale bankiers van de grootste industrielanden afspraak op afspraak gestapeld om herhaling te voorkomen en dat is tot nu toe aardig gelukt. De eerste grote test, de dreigende ondergang van de Amerikaanse bank Continental Illinois in 1984, zorgde nog voor zware schokgolven door het financiële systeem. Het bankroet van het Amerikaanse effectenkantoor Drexel in 1990 gaf geen rimpeling, net als de sluiting van de bank BCCI in 1991, de problemen van de Franse rampenbank Crédit Lyonnais en het faillissement van de Britse elitebank Barings.

De voorschriften en afspraken die de centrale banken hebben gemaakt kunnen internationaal niet juridisch afgedwongen worden: wettelijke bevoegdheden buiten zijn nationale grenzen heeft geen enkele toezichthouder. De macht van de centrale bankiers is dusdanig dat geen enkele internationale bank zich kan permitteren om de hoofdregel te negeren: banken moeten een financiële buffer hebben ter waarde van tenminste acht procent van de kredieten en leningen. Daarbij mogen de banken rekening houden met het feit dat leningen aan overheden een lager risico hebben dat het geld niet wordt terugbetaald dan bijvoorbeeld een woninghypotheek, die op zijn beurt weer veiliger wordt beoordeeld dan een krediet aan de bakker op de hoek. Wie zich niet aan de acht procent regel houdt, is een paria in de internationale financiële wereld.

Het zenuwcentrum van deze internationale financiële controlemacht, die graag buiten de schijnwerpers van de publiciteit blijft, is het zogeheten Bazelse Comité van Toezichthouders, dat sinds begin dit jaar onder leiding staat van directeur T. de Swaan van De Nederlandsche Bank. In deze commissie van de in Bazel gevestigde Bank voor Internationale Betalingen zitten centrale bankiers uit de tien grootste industrielanden plus Zwitserland en Luxemburg, twee belangrijke financiële centra.

De leden van deze exclusieve bankers club zijn geen politieke benoemingen, maar carrièremakers in het bankentoezicht. Zij kennen elkaar al jaren, zien elkaar regelmatig en kunnen de meest vertrouwelijke eigen informatie met elkaar uitwisselen. Doordat de scheiding tussen banken, effectenhuizen en verzekeraars is vervaagd onderhoudt De Swaan inmiddels nauw contact met toezichthouders op effectenkantoren en verzekeraars in het zogeheten Joint Forum. In de praktijk blijkt nauwe samenwerking en uitwisseling van informatie ook hard nodig: Yamaichi is in Japan een effectenkantoor, maar in Nederland is het bedrijf als een bank georganiseerd, terwijl het kantoor in Londen onder de effectenwetgeving valt.

    • Menno Tamminga