Littekens

Wij bellen de gemeente dat we ons zorgen maken over een van de iepen langs onze gracht. Ieder jaar heeft hij minder bladeren. Gaat hij dood? Dan willen we graag nu een nieuwe boom, zodat we in het voorjaar weer een groentje van enige wasdom hebben.

Nog dezelfde dag komt er een boomkenner langs. Die beklopt het hout rondom en wijst ons op een verticale rij littekens aan de straatzijde van de stam: het onderste op bumperhoogte, het bovenste zo hoog als een vrachtwagen. De boom staat op een plaats waar - haaks op de gracht - een steegje uitkomt. Langs die T-kruising, die ooit ruim genoeg was voor koetsen, sleeën en handkarren, wringen zich tegenwoordig verhuiswagens, auto's met bouwmaterialen en opleggers met containers.

De andere bomen, die voorzien zijn van een halfrond beschermhek, hebben gave stammen. “Zo'n stoothek zit 75 centimeter diep”, zegt de deskundige. “Als we dat bij zo'n oude boom de grond in slaan, beschadigen we het wortelstelsel.” Met zijn vingertoppen inspecteert hij de littekens. “Vroeger dichtten we dit met een afschermlaag. Een soort rubber, maar daar kwamen bacteriën onder.”

Zwijgend kijkt hij langs de stam omhoog, loopt dan - met het hoofd in de nek - achteruit en laat fronsend zijn blik over de hele boom gaan. Wat zou hij in die ene blik allemaal zien? Dat de vorm niet deugt? Dat er te veel dood hout tussen de takken zit? Dat de kleur van de bladeren te licht is? In mij komt het verlangen op te zien wat hij waarneemt en mij de kennis die hij bezit eigen te maken.

“Weet u soms of hij dit jaar veel zaad heeft gezet”, vraagt de man. Ja, dat weten wij. Toen de andere iepen allang bladeren hadden, stond deze boom nog steeds propvol zaden. De kenner knikt. “Dat gaat ten koste van het blad”, zegt hij. “Maar als het wortelstelsel goed is, is een jaar weinig loof niet zo erg.” Weer kijkt hij langs de stam omhoog en zegt: “Hij zit dun in zijn blad, dat wel. Maar hij maakt geen vaantjes.”

Wij kijken ook langs de stam omhoog in de hoop daar het antwoord te vinden op de vraag wat 'vaantjes' zijn. “Dorre bladeren”, legt hij uit. “Een zieke boom maakt dorre bladeren.” Zijn voorhoofd ontspant zich. Bemoedigend klopt hij met beide handen op een ongehavend stuk van de bast en zegt: “Hij komt wel door de najaarskeuring.”

    • Monica Metz