Leven na de dood

Ik krijg een nummer van Hervormd Nederland toegestuurd, waarom eigenlijk. Maar dan zie ik het al: 'Dossier Doodstraf'. Wat attent. Dat iemand bij 'doodstraf' aan mij denkt. En dat terwijl ik er nooit meer over schrijf.

Ik lees het interview met ds. Hans Abma, gevangenispredikant, die tegen de doodstraf is, wat mij in het geheel niet verbaast. Een gevangenisdominee die tegen de doodstraf is, is een tautologie - dat zegt niks. Als ik een baan had in de gevangenis, veel met moordenaars omging, zou ik het met Abma wel eens zijn, denk ik. 'Een mens heeft niet het recht...' Goed, daar gaan we weer. Ik heb nog steeds de neiging hierover mijn zegje te doen, en dan het liefst op papier. Maar zelfs op papier, mensen, valt het niet mee. Woorden als 'dader', 'delinquent', 'slachtoffers' enzovoort zijn geen prettige woorden voor een schrijver, om te schrijven. Misschien moet hij dat ook helemaal niet doen en kan hij beter een roman schrijven, waarin hij een en ander gewoon uitbeeldt.

Maar wat maak ik mij druk. Ik heb indertijd gedaan wat ik kon. Een boekje schrijven van 59 bladzijden waar alles in staat en een jaar later nog een pagina in de krant, een mathematische samenvatting. Rechtvaardigheid. Meer kon ik niet doen. Dat boekje van 59 bladzijden - ik heb er een vol jaar aan gewerkt. Blij dat ik dat heb gedaan. Ik ben er trots op. Er staat niet even wat in. Het probleem wordt aan alle kanten belicht. Maar niet iedere Nederlander die zich in deze zaken een weg zoekt heeft het gelezen. Buitendien, je kunt heel goed een mening hebben zonder erover te hebben nagedacht. Of zonder mijn boekje te hebben gelezen. Je kunt over mijn boekje een mening hebben zelfs zonder het te hebben gelezen.

Ik laat mij altijd snel verleiden tot een discussie, maar argumenten die ik al vaker heb gehoord vervelen mij, die kunnen mij niet meer boeien. 'Wetenschappelijke studies hebben aangetoond...' Je hoort vaak hetzelfde. Het gaat om delicate en tegelijk brute zaken, die een mens maar moeilijk en onhandig onder woorden brengt. Daar is tijd voor nodig en talent. In deftige discussies schieten mij die woorden nooit te binnen en aan de borreltafel - ik ben niet graag iemands vriendje, in filosofische zaken.

In feite is het een heel moeilijk probleem. Maar je hoeft geen dominee of gevangenbewaarder te zijn, om toch je meeleven en sympathie te betuigen aan hen die zo stom waren een ander dood te slaan, te verkrachten, met een gekarteld mes de keel door te snijden plus de pech hadden daarvoor te worden gestraft. Ik lees over een zekere Gerda die 'intiemere' relaties heeft met Rickey Roberts (het zijn altijd Amerikanen), die 'in Florida op Death Row zit op beschuldiging een man met een honkbalknuppel te hebben vermoord en zijn vriendin te hebben verkracht.' Het gaat maar door.

Het probleem is eenvoudig, en een oplossing onmogelijk. Je hebt de moordenaar en - aan gene zijde - de dode, het slachtoffer. Als ik het slachtoffer was, zou ik dan nog zo tegen de doodstraf zijn? Zou ik de moordenaar, die lastige vlieg, niet graag zelf hebben doodgemept, als ik dat nog kon? Alsnog? Of als ik een nabestaande was, en de pijn moest dragen van wat ik voel als een eeuwige onrechtvaardigheid - zou ik dan niet 's een stem willen hebben om mij daar tegen te verheffen?

Er bestaat tussen dader en slachtoffer via het recht, in termen van tijd, aandacht en eenzaamheid, een kruislings en ongelijk verband. Deze asymmetrie heeft zijn oorzaak in het feit dat het slachtoffer een verliezer is en, als hij onschuldig is, in dat geval ook nog 's geheel oninteressant. IJje Wijkstra uit Grootegast / schoot vier plietsies in de ribbekast. Een liedje uit 1929. IJje Wijkstra, god ja, een bekende naam, maar wie waren die vier politieagenten?

Figuranten.

Interessant in het drama is alleen de moordenaar, al zit hij achter de tralies. Aan hem kun je je vergapen. Aan hem kun je werken, als dominee, als minnares, want hij leeft.