Lastenverlichting voor de rijken

Naar verluidt hakt de ministerraad komende vrijdag de laatste knopen door. In dat geval kan de langverwachte nota met bouwstenen voor een belastingstelsel dat pretendeert te zijn opgewassen tegen de uitdagingen van de 21ste eeuw begin volgende week worden tegemoet gezien.

Inmiddels is uitgelekt dat het stuk enkele revolutionaire suggesties bevat voor de belastingheffing van vermogende particulieren. Het meest ingrijpend is de gedachte vermogensopbrengsten voortaan lager te belasten dan de overige inkomsten, zoals winst van zelfstandige ondernemers, inkomsten uit arbeid, sociale uitkeringen en ontvangen pensoen. De reden is simpel. Door verschillende oorzaken wordt over de opbrengsten van particuliere vermogens feitelijk steeds minder belasting geheven. Bij buitenlandse vermogensbeheerders is meer dan zeventig miljard gulden vluchtkapitaal ondergebracht. De opbrengst in de vorm van rente en dividend wordt zelden bij de Nederlandse fiscus aangegeven (fraude).

Een andere oorzaak is dat financiële adviseurs steeds andere geavanceerde beleggingsproducten op de markt brengen, waarbij in beginsel belaste opbrengsten worden omgezet in onbelaste vermogenswinst. Voor kleine beleggers zijn die producten overigens weinig interessant, omdat de eerste duizend gulden rente en dividend van inkomstenbelasting zijn vrijgesteld. Echtparen profiteren van een dubbele vrijstelling. Bij een rendement van vier procent kunnen zij 50.000 gulden sparen bij de bank en eenzelfde bedrag in aandelen beleggen, zonder dat inkomstenbelasting verschuldigd is.

De belastingnota van het kabinet biedt een radicaal alternatief. Niet de werkelijk genoten vermogensopbrengsten zouden in de toekomst worden belast, maar een 'fictief' rendement gelijk aan vier procent van het vermogen. Daarover zou een proportioneel tarief van 25 procent verschuldigd zijn. De waarde van de eigen woning en het in de eigen zaak gestoken vermogen vallen buiten deze opzet. Bovendien zal een vrijstelling gelden van 75.000 gulden. Daartegenover vervallen de rente- en dividendvrijstelling.

Wat beteketent dit alles voor iemand met een vermogen van 475.O00 gulden, dat is belegd in effecten en op een depositorekening bij de bank? Krijgt het nieuwe systeem kracht van wet, dan blijft 75.000 gulden buiten aanmerking. De overige vier ton wordt geacht een rendement op te leveren van vier procent, dat is 16.000 gulden. Hierover wordt 25 procent belasting geheven, dus 4.000 gulden. Op dit moment is deze belegger - bij een werkelijk rendement van vier procent, en rekening houdend met de maximale rente- en dividendvrijstelling - belasting verschuldigd over 15.000 gulden volgens het progressieve tarief. Steekt hij met de top van zijn inkomen in de tweede schijf (tarief 50 procent), dan is hij nu 7.5OO gulden belasting kwijt. Het nieuwe systeem betekent een belastingverlichting van 3.500 gulden. Voor de twee procent van de belastingbetalers die onder het toptarief (60 procent) valt, loopt het voordeel in dit voorbeeld zelfs op tot 4.500 gulden. Naarmate het vermogen groter is en het werkelijke rendement hoger uitkomt dan het fictieve rendement van vier procent, brengt het alternatieve stelsel een nog aanzienlijk grotere lastenverlichting mee. Behaalt iemand met een miljoen vermogen een werkelijk rendement van zes procent, dan vermindert zijn jaarlijkse belastingaanslag met 24.350 gulden.

In feite gaat de belastingdruk voor vermogenden nog veel meer omlaag, omdat ook de vermogensbelasting in dit plan verdwijnt. Particulieren zijn deze belasting verschuldigd over al hun bezittingen, nadat schulden op de waarde daarvan in mindering zijn gebracht. Een echtpaar geniet een algemene vrijstelling van ongeveer 175.000 gulden; daarnaast gelden belangrijke andere vrijstellingen, voor het grootste deel van het in de eigen zaak gestoken vermogen en voor pensioenkapitaal van werknemers. Vanaf volgend jaar bedraagt het tarief 0,7 procent. Het verdwijnen van de vermogensbelasting betekent voor het eerder ten tonele gevoerde echtpaar met een vermogen van vijf ton een lastenverlichting van 2.100 gulden, naast de vermindering van de inkomstenbelasting met 3.500 gulden. Ook hier geldt dat het belastingvoordeel oploopt naarmate iemand over een groter vermogen beschikt. Het plan scheelt de miljonair 5.600 gulden vermogensbelasting.

Omdat kapitaal zo gemakkelijk naar andere landen kan uitwijken, is aanpassing van de inkomensbelasting over vermogensopbrengsten waarschijnlijk onvermijdelijk. De vermogensbelasting wordt nogal eens in verband gebracht met fiscale emigratie. Nederland is - met Zweden en Frankrijk - een van de weinige landen in Noordwest-Europa waar zij nog wordt geheven. Nu ook Duitsland zijn vermogensbelasting met ingang van 1997 heeft afgeschaft is het begrijpelijk dat het kabinet toegeeft aan aandrang om de druk van deze heffing te verlagen.

Het in de fiscale nota geschetste alternatief bevat voor de groep van vermogende belastingbetalers ook verzwaringen, zoals beperking van de renteaftrek (behalve voor de eigen woning). Verder wordt een groot aantal belastingbesparende constructies de pas afgesneden. Toch lijkt het onwaarschijnlijk dat de operatie verdelingsneutraal kan verlopen. Dan resteert per saldo een sterke lastenverlichting voor vermogende belastingbetalers.

Het is bijna onvoorstelbaar dat vooral de PvdA-ministers zonder voorbehoud met de nota zullen instemmen. Dit maakt extra nieuwsgierig naar de inkomensplaatjes die de gevolgen van de geëtaleerde fiscale opties in kaart brengen.

Het gaat slechts om een verkenning, om 'bouwstenen'. Geen van de paarse partijen hoeft zich aan de nota te committeren. Dit staat volgend jaar garant voor een verkiezingscampagne en een kabinetsformatie waarin het toekomstige fiscale beleid het debat zal beheersen. Dat is in elk geval een belangrijke verdienste van de nota, die naar verwachting volgende week het licht ziet.

    • Flip de Kam