Kunstmatigheid beheerst Ibsens Nora

Voorstelling: Nora van Henrik Ibsen door Het Vervolg. Vertaling, bewerking, regie: Léon van der Sanden; decor: Herbert Janse; spel: Ella van Drumpt, Martin de Smet, Chiel Kattenbelt, Ingrid Desmet, Anita Donk, Geert Jan Romeijn. Gezien: 22/11 Vervolg-theater Maastricht. Aldaar: t/m 17/1; Sittard: 21 en 22/1. Reserveren: (043) 350 55 55.

De twee kamers op het toneel zijn kooien zonder wanden. In feite staat er alleen een geraamte, opgetrokken uit een paar balken; in het ene hok is een bureau neergezet, in het andere een piano. De door een middenpad gescheiden ruimtes ogen kaal en tegelijk propperig benauwd. In deze bedrukkende atmosfeer verandert het ogenschijnlijk zo gelukkige gezinsleven van Nora, Torvald en hun drie kinderen in een verstikkende gevangenis waaruit Nora zich tracht te bevrijden.

In Nora van Henrik Ibsen - of Een poppenhuis zoals het stuk ook bekend staat - is Nora aanvankelijk een kwinkelerend 'leeuwerikje', een charmant zij het 'duur verwend huisdiertje' dat zich tevreden schikt in haar rol van moeder en echtgenote. In de loop van drie bedrijven maakt Ibsen echter aannemelijk hoe dit lichtzinnige 'zangvogeltje' een zelfbewuste vrouw wordt die inziet dat ze niet het bezit is van haar man en dat ze bij hem weg moet gaan om zichzelf te kunnen ontplooien.

Voor het publiek in 1879 dat het stuk in dat jaar voor het eerst zag opgevoerd was de kennismaking met een vrouw die voor zichzelf kiest een schok. Léon van der Sanden, die een eigen vertaling en bewerking van het stuk nu bij het Maastrichtse theaterensmeble Het Vervolg heeft geregisseerd, wijst er in het programmaboekje niettemin op dat Ibsen geen politieke stellingname wilde maar waarheid. Ibsen schreef zelf: “Ik heb nooit bewust voor de emancipatie van de vrouw gewerkt. (...). Mijn doel was de schildering van de mens.”

In de voorstelling trekken de personages een façade op, hun gevoelens en illusies verbergen ze achter een pose. Die pose is een en al kunstmatigheid en het lijkt of Van der Sanden daarin een aanleiding zag het kunstmatige extra te benadrukken: aan weerszijden van de speelvloer staan kunstkerstbomen (de gebeurtenissen voltrekken zich tijdens kerstmis) en het spel is gestileerd realistisch, geposeerd als het ware. Dat schept afstand, de voorstelling liet mij in ieder geval volslagen onberoerd.

De acteurs zijn zo gefixeerd op de geposeerde houding waarachter de figuren zich verschuilen dat ze in hun spel verstarren. Ella van Drumpt maakt van Nora een geëxalteerd poppetje, van de verwarring waaraan zij later ten prooi valt is bij haar niet veel te zien. Als zij in de slotscènes hortend en stotend haar man de waarheid zegt begrijp je niet waar al die woede vandaan komt: de verwarring is al die tijd te ver weggestopt achter een stralende lach.

Ook Martin de Smet als Torvald overtuigde mij niet. Hij is manager van een bank, een man die aldoor te kennen geeft dat zijn vrouw hem boven alles gaat maar uiteindelijk toch zijn positie en eigen aanzien belangrijker vindt. Het is een moeilijke rol die gauw karikaturaal wordt, zo blijkt: Martin de Smet is zo overdreven hoffelijk en patriarchaal dat hij moeilijk serieus te nemen is. Geert Jan Romeijn als de bedenkelijke figuur Krogstad is meer ingehouden en speelt misschien wel de meest geslaagde rol in deze voorstelling.

Het lijkt wel of Léon van der Sanden bang was de tragedie te zwaar aan te zetten en Nora vooral licht heeft willen houden. De waarschijnlijk komisch bedoelde rol van Ingrid Desmet die een dienstmeisje met een zwaar buitenlands accent speelt werkt echter voornamelijk bevreemdend. De laatste scène hangt tenslotte een beetje in de lucht. Van der Sanden heeft gebruik gemaakt van een later door Ibsen toegevoegd einde waarin Nora beseft dat ze haar kinderen niet zomaar kan achterlaten. In de voorstelling blijft ze aarzelend in de deuropening staan. Ze creëert daarmee niet alleen een dilemma - weglopen is immoreel, niet weglopen verzwakt haar positie - maar bovendien een halfslachtig open eind.

    • Noor Hellmann