Italianen willen massaal bij de politie

Voor 780 banen bij de Italiaanse politie hebben 396.000 mensen gesolliciteerd. Een overheidsbaan is nog steeds fel begeerd.

ROME, 25 NOV. Andrea is gespannen als hij de parkeergarage uit loopt langs de rijen met agenten, naar de caravan waar de sollicitanten zich melden. Vandaag is de D aan de beurt, morgen ook en misschien overmorgen ook nog wel. Andrea wist dat hij niet de enige gegadigde was voor een baan bij de politie. Maar als hij de mensenmassa voor het hotel ziet, slaakt hij een diepe zucht.

Vierhonderdduizend Italiaanse mannen en vrouwen hebben zich ingeschreven. Er zijn maar een paar duizend afgevallen, mensen die niet binnen de leeftijdsgrenzen van achttien tot dertig jaar vielen, die het minimum van de scuola media, een soort mavo, niet hadden gehaald, of die een stempel op het formulier waren vergeten. Over bleven 396.000 aspirant-agenten, voor 780 beschikbare banen.

“Ik heb maar niet uitgerekend wat mijn kansen zijn”, vertelt Andrea. “Ik vind dat het ik moet proberen. Een vriend heeft me zijn auto geleend zodat ik hier naar toe kon rijden. Tweeëneenhalf uur. Ik kom uit Napels en daar is geen werk, zoals op zoveel plaatsen in het zuiden.” Hij vertelt dat hij letteren heeft gestudeerd aan de universiteit. Wil hij echt bij de politie? “Ik wil een baan, ik ben niet zo kieskeurig.”

Begin vorige week is de sollicitatie begonnen, in de congreszalen van een Romeins hotel. Iedere ochtend en iedere middag brengen blauw-grijze politiebussen nieuwe groepen sollicitanten, mensen die met de trein zijn gekomen en bij het station worden opgehaald, of die de suggestie hebben opgevolgd om hun auto op een camping vlak bij de rondweg te parkeren, zodat er geen files ontstaan bij het hotel.

Er is bijna iedere maand wel zo'n concorso, een test voor een baan bij de overheid, maar dit keer zijn er wel erg veel gegadigden. Niet dat de politie ineens zo populair is geworden. Maar er waren 780 plaatsen beschikbaar en een overheidsbaan wordt nog steeds fel begeerd. Vooral door jongeren uit het zuiden, waar de jeugdwerkloosheid kan oplopen tot vijftig procent en de zekerheden van een baan bij de overheid hoog staan aangeschreven. Voor hen gaat het allereerst om overleven. Pas daarna komt de discussie over flexibel werken, mobiliteit, persoonlijke uitdagingen.

“Ik hoef niet zo nodig achter dieven aan te jagen”, zegt Angela uit Teramo, twee uur rijden ten oosten van Rome. Waarom doet ze dan mee? Ze moet even op haar kauwgum kauwen voor ze het goede antwoord kan vinden. Haar vriend, die vertelt dat hij bij de carabinieri zit, is haar voor: “Dat is heel simpel: voor de twee miljoen (ongeveer 2300 gulden, red.) per maand. Daar gaat het om. Niet dan?” Angela knikt en zegt dan: “Er zijn gelukkig ook hele rustige banen bij de politie, je hoeft niet steeds schietend mensen te achtervolgen. Bij de spoorwegpolitie bijvoorbeeld, of bij de gerechtelijke politie. Dat is allemaal lekker kalm.”

Ze bladert wat in een boekje met voorbeelden van vragen die op dergelijke concorsi worden gesteld, maar doet het dan weer dicht. “Echt goed kan je je hier toch niet op voorbereiden. Het is een soort quiz. Ze vragen van alles. Het is vooral een test van je algemene ontwikkeling.” Angela zit deze ochtend te wachten op een vriendin. Zelf is ze pas begin december aan de beurt, want haar achternaam begint met een V.

In principe mag iedereen die aan de vereisten voldoet, meedoen aan de eerste ronde. Veel mensen willen wel een gokje wagen. Het absolute record was vorig jaar september, toen anderhalf miljoen gegadigden zich hadden aangemeld voor 2.000 functies als archivaris of belastingassistent. In september deden 560.000 mensen mee aan de eerste selectieronde voor duizend banen als technicus in politiedienst. Maar ook als er minder overheidsfuncties in één keer te vergeven zijn, is de belangstelling overweldigend.

Daarom verkopen de speciale krantjes met namen als Il Posto ook zo goed waarin dergelijke banen worden aangekondigd. Er zijn er zestien op nationaal niveau en 59 voor de plaatselijke en regionale vacatures bij de overheid. Iedere maand worden er 430.000 van dergelijke krantjes verkocht.

    • Marc Leijendekker