Homohuwelijk (2)

De bijdrage van M.J.A. van Mourik verbaasde mij. In andere publicaties (met name met betrekking tot het erfrecht) heeft Van Mourik wel eens een veel minder conservatief standpunt verdedigd. Ik citeer Van Mourik uit zijn bijdrage aan De legitieme portie (Kluwer, 1995): “Een eeuwenoud verschijnsel ontleent zijn bestaansrecht niet aan het enkele feit dat het al zolang bestaat. [..TE. Het feit dat een samenleving zich ontwikkelt, leidt onvermijdelijk tot herbezinning op de zin van rechtsfiguren en instituten waarvan de samenleving zich bedient.” Mijn verbazing betrof echter niet eens zozeer dit morele opportunisme. Van een hoogleraar en notaris van zijn generatie, werkzaam in een traditioneel katholieke omgeving zou het te veel gevraagd zijn ook al progressief te moeten denken over een eeuwenoud instituut als het huwelijk. Maar hij maakt zich als wetenschapper en notaris nogal ongeloofwaardig door te proberen een dergelijk subjectief, emotioneel en moraliserend betoog onder de noemer 'objectieve argumenten' te slijten.

Het zal mij benieuwen hoeveel homoparen, al dan niet geregistreerd, hun samenlevingscontract nog zullen laten opstellen door het notariskantoor waar Van Mourik aan verbonden is. Homoparen die dat reeds gedaan hebben, zou ik willen adviseren het contract nog maar eens goed te controleren.