'Hoe zat het met je huwelijk, pa'

Heb je een gecompliceerde relatie met je vader? Schrijf een boek over hem, sleep hem voor de camera. Misschien is het uit therapeutisch opzicht goed voor je gemoedsleven, maar de oude heer zélf zul je er geen groot plezier mee doen.

Niet bekend

Als de meerderheid van de films van het niveau is van Nobody's business, hoeven we ons geen zorgen te maken over het IDFA. Berliner bleek een boeiend portret van zijn vader te hebben gemaakt. Diens weerzin tegen de hele onderneming is juist een intrigerend bestanddeel van de film.

Pa blijft zich verzetten tegen de pogingen van zijn zoon in zijn leven door te dringen. Hij roept steeds uit: “Ik voel er niets bij”, “Het stelt niks voor”, “Wat maakt het uit?” Als zijn zoon hem familiekiekjes laat zien, zegt hij: “I don't give a shit about them.”

Het is geen koketterie of valse bescheidenheid van Oscar Berliner, het is eerder een poging om zijn teleurstelling en verdriet aan het oog te onttrekken. Hij blijkt een veelbewogen leven achter de rug hebben. In zijn eentje, als zoon van Russisch-Poolse, joodse ouders, is hij in het begin van de eeuw naar Amerika gekomen om de armoede te ontvluchten.

Zoon Alan citeert een brief die zijn grootvader aan zijn vader schreef: “Je bent intelligent... je moet je geluk ver weg beproeven.” “Geeft dat je geen kippenvel?” vraagt hij. “Nee”, zegt de vader nors, “ik was een van de twee miljoen die destijds naar Amerika kwamen.”

Het zijn geen antwoorden waarmee Alan genoegen neemt. Hij blijft in het verleden graven, diept foto's op van een knappe, charmante vader die in de smaak viel bij de vrouwen. “Ben je met haar naar bed geweest?” vraagt hij bij een foto. “Ik ben je vader”, roept pa, “ander onderwerp.”

Hoe dieper de zoon boort, hoe meer de zenuwen bloot komen te liggen. Hoe zat het met je huwelijk, pa. Waarom trouwde je moeder, die joodse vrouw van Egyptische afkomst? Pa: “How the hell do I know? Denk je soms dat iedereen uit liefde trouwt?” “Waarom maakten jullie kinderen als je toch al wist dat je niet bij elkaar paste?” “Dat zijn emotionele kwesties, jongen, je kunt niet alles beredeneren.” “Ik wil meer van die scheiding weten, pa.” “Het gaat je niks aan.”

De zoon krijgt desondanks stukje bij beetje zijn zin. Al tegenstribbelend geeft de vader delen van het verleden prijs. “Het was het leeftijdsverschil”, zucht hij, “ik was dertien jaar ouder dan je moeder. Dat gaat bij het ouder worden steeds zwaarder wegen.”

Ook de moeder komt aan het woord. Ze had het gezin verlaten omdat ze zich als zangeres wilde ontplooien. “Je vader heeft het je eens voorgelegd”, vertelt ze haar zoon, “wil je een gelukkige moeder buitenshuis of een ongelukkige moeder thuis? Je hebt trillend geantwoord: 'Een ongelukkige moeder thuis'.”

Maar de moeder vertrok, en pa en zoon zijn er 25 jaar later nog steeds niet overheen. Oscar is nooit meer hertrouwd. “Ik denk omdat hij nog steeds van haar houdt”, zei een van de kinderen.

Nu is hij oud en hartbrekend eenzaam. “Ik moet straks naar het verzorgingshuis omdat zij niet voor mij kan zorgen”, wrokt hij. De beelden van die oude, dove man, geïsoleerd levend in de grote stad, zal ik niet licht vergeten. Hoe introvert ook, 's middags om drie uur móet hij naar buiten om met iemand een praatje te maken. “De eenzaamheid wordt steeds erger.”

Wat het meest treft in dit portret, is de geleidelijke, mentale metamorfose van deze man. Ooit een vlotte, maatschappelijk geslaagde Lebemann, nu een in zichzelf gekeerde somberaar die een wezenlijk contact, zelfs met zijn kinderen, zoveel mogelijk uit de weg gaat.

Kankeren, dát kan hij nog als de beste. “Wat heb je nou aan die films?”, zegt hij tegen Alan. “Ik heb een linkse zoon die zijn hand moet ophouden. Je had met jouw verstand advocaat of ingenieur moeten worden.”

De wens is de gedachte van veel vaders.

    • Frits Abrahams