'God gaf pistool om te doden'

'Servische Adolf' wordt door het Haagse tribunaal voor oorlogsmisdaden gezocht wegens onder andere genocide. “Als SFOR me komt arresteren, heb ik vijftien kogels voor hen. En één voor mezelf.”

BIJELJINA, 25 NOV. “Ik slaap elke nacht als een lammetje. Want wij Serviërs hebben nooit iemand met een mes om het leven gebracht, zoals de moslims. God heeft het pistool uitgevonden om te doden.”

Gejaagde ogen in holle kassen: de 29-jarige Goran JelisiEÉc ziet er niet uit als iemand die rustig slaapt. 'Servische Adolf' was de krijgsnaam die hij zichzelf in 1992 aanmat. Het Haagse tribunaal voor oorlogsmisdaden zoekt hem voor genocide, moord, marteling, mishandeling, plundering. In totaal voor 77 aanklachten. Waarschijnlijk executeerde hij in de stad Brcko honderden moslims en Kroaten. Goran haalt zijn pistool uit zijn broekriem, telt de kogels, zet de loop tegen zijn slaap. “Als SFOR me komt arresteren, heb ik vijftien kogels voor hen. En één voor mezelf.”

We lopen Goran bij toeval tegen het lijf. Zondagavond zijn we op bezoek in het hoofdkwartier van de SDS, de Servische Democratische Partij van ex-president KaradziEÉc, in de stad Bijeljina. De aanhang van KaradziEÉc viert de overwinning, of althans het feit dat ze niet zijn weggevaagd door de kiezers bij de parlementsverkiezingen. Bier, turbofolk en seksgrappen over baba (oud wijf) Biljana PlavšiEÉc, de huidige president van de Servische republiek in Bosnië: de stemming is opperbest. Dragan VuckoviEÉc, een kleine, sluwe man met een messcherp snorretje, beveelt zijn volgelingen met afgemeten gebaren en hoofdknikjes om meer bier op tafel te zetten, of een computeruitdraai met de jongste uitslagen te halen. Hij weet precies wat je wel en niet tegen journalisten kan zeggen. Geen zin die niet is gekruid met ironie of sarcasme. “Het vredesverdrag van Dayton zal voor altijd in gouden letters in de Servische geschiedenis geschreven staan”, oreert VuckoviEÉc. “Elke clausule moet punctueel worden uitgevoerd. Elke clausule. Op de letter.” Het is de sterke man van de SDS zeker niet ontgaan dat even eerder Goran JelisiEÉc met zijn vrouw kwam binnenwandelen om zijn beschermheren te feliciteren. Met de uitlevering van oorlogsmisdadigers maakt men ook hier nog geen haast.

Goran wil praten. Diep in de nacht lopen we de vrieskou in. Stoplichten bestaan niet voor hem, zo blijkt. In ijzingwekkende vaart jakkeren we in zijn rode Mercedes door het verlaten Bijeljina. Op naar het SDS-bordeel Venezia. Met twintig kilo dynamiet in de achterbak. “Morgen ga ik vissen”, zegt Goran.

Wie is Goran JelisiEÉc?

Volgens de dagvaarding van het tribunaal voor oorlogsmisdaden in voormalig Joegoslavië een massamoordenaar. De jonge tractorbestuurder nam in de zomer van 1991 dienst in een paramilitaire eenheid van de Servische politicus Vojislav Šešelj. Met de 'Radicalen' vocht Goran tegen de Kroaten om de stad Pankrac. Rond kerst werd hij gevangengenomen en zwaar gemarteld. Later ontsnapte hij.

Pagina 6: 'Ik ben hier gekomen om moslims te vermoorden'

Het half jaar dat op de ontsnapping volgde, is nauwgezet door het tribunaal gedocumenteerd. In de lente van 1992 sloeg de burgeroorlog naar Bosnië over. Eind april 1992 trok Goran naar het stadje Brcko om te assisteren bij de etnische zuiveringen, aldus zijn dagvaarding. “Ik ben hier gekomen om moslims te vermoorden”, liet hij iedereen weten. De lokale moslims en Kroaten werden bijeengedreven in het busbedrijf 'Laser', het politiebureau en het concentratiekamp Luka. Goran werd kampcommandant van Luka. In de eerste drie weken van mei joeg hij enkele honderden burgers over de kling. Hij genoot ervan, zeggen de overlevenden. Goran stelde zich aan zijn slachtoffers voor met de woorden: “Ik ben de Servische Adolf.” Ook rekende hij ze voor hoeveel dode moslims hij al op zijn geweten had.

Gorans stijl: een hoofd- of nekschot van dichtbij. Zijn slachtoffers zou hij vaak hebben gedwongen hun hoofd op metalen rooster van een afvoerpijp te leggen, die uitkwam in de rivier de Sava. Dan scheelde weer bij het dweilen. Andere gevangen brachten de lijken naar een opslagplaats. Van daaruit werden ze in vrachtwagens naar massagraven of crematie-ovens gebracht. Soms werden ze eenvoudigweg in de Sava gekieperd. Drie weken lang, dag in, dag uit. Deze zomer werd een begin gemaakt met het bergen van de massagraven van kamp Luka.

Van zestien moorden zijn er getuigen die het konden navertellen. Zo zag iemand dat hij de moslim-politicus Ahmed HodziEÉc op 7 mei uit het politiebureau haalde. “Dit is de laatste keer dat je Brcko ziet”, zou Goran hebben gezegd voordat hij HodziEÉc met zijn Scorpion-pistool door het hoofd schoot. Kamp Luka ging zich onder zijn leiding twee bloedige maanden lang te buiten aan ranselpartijen, verkrachtingen, verminkingen, uithongering en terreur. Eind mei ging de executiemachine in Brcko in een lagere versnelling, eind juli werd het kamp opgedoekt, toen andere Servische concentratiekampen wereldnieuws waren geworden.

Nu maakt Goran grappen in het Twin Peaks-achtige decor van bordeel Venezia. Een kaalgeschoren prostituee danst in de rood-blauwe schermering rond een paal, Goran speelt met zijn pistool, het personeel kijkt respectvol toe. Servische Adolf is goedgemutst. Over de oorlog praat hij niet, wel over wat erna kwam. Onlangs probeerde SFOR hem te arresteren, zegt Goran. Twee weken geleden zouden de Amerikanen hem bij een tankstation onder Bijeljina bijna hebben omsingeld. Goran was op weg naar zijn favoriete visstekje. Hij bracht zich in veiligheid door hard achteruit te rijden. Ook deed de internationale politie in samenwerking de Servische politie een huiszoeking bij zijn ouders. Goran kreeg een tip en stond vanaf de overkant toe te kijken.

Eens per twee maanden wisselt hij tegenwoordig naar eigen zeggen van appartement, nog vaker van auto. Hem vinden ze nooit. “Laatst stond iemand van SFOR propagandablaadjes uit te delen. Ik heb er ook een gevraagd. Hij herkende me niet. Ik handel vaak in tweedehands auto's met de Russen van de SFOR-basis bij Lopare”, zegt Goran. Hij zou zelfs enkele gesprekken hebben gehad met Bruno Benneneach, hoofd civiele zaken van de internationale politiemacht IPTF in Bijeljina. “Die man probeert me steeds over te halen vrijwillig naar Den Haag te gaan.” (Benneneach wil de ontmoetingen de volgende dag desgevraagd bevestigen noch ontkennen) De wereld van Goran is klein en wordt steeds kleiner. Hij trekt rond in Bijeljina en omgeving, “de enige plek op aarde waar ik me veilig voel”. Soms met, soms zonder zijn vrouw en zijn zoontje Aleksander. “Die voer ik alleen rauw vlees, zodat hij later net zo'n kerel als ik wordt”, grapt hij. Dan, ernstig: “Ik slaap vanavond op de vloer in het huis van mijn schoonvader. Zo ziet mijn leven er nu uit. Armoedig. Ik ben bang dat SFOR mijn gezin ontvoert om mij te dwingen om naar Den Haag te gaan. Waarom zitten ze achter mij aan? Ik ben maar een kleine vis. Laten ze Radovan (KaradziEÉc) pakken. Dat is een veel grotere crimineel.”

Goran ziet nog slechts lafaards en verraders om zich heen. “KaradziEÉc had in het begin van de oorlog twee- tot drieduizend Serviërs moeten executeren. Dan hadden we nu geen verraders gehad.” Bovenaan Gorans haatlijst staat president PlavšiEÉc. “Ik heb haar orders indertijd gelezen. Laat geen getuigen in leven, schreef ze ons”, zo beweert Goran. (PlavšiEÉc had in mei 1992 de supervisie over de etnische zuiveringen in het gebied rond Brcko) “Nu verraadt ze ons. Haar mensen hebben mijn vriend Simo Drljaca vermoord, niet de SFOR.” De Radicale Partij van Šešelj vertrouwt hij niet. “Die zijn allemaal met moslimvrouwen getrouwd in Bijeljina.” De crimineel en etnische zuiveraar Arkan is een slappeling. “Die liet de moslims voor wat geld zomaar ontsnappen.” Naar Servië durft Goran niet te vluchten. “MiloševiEÉc levert me meteen uit. Ik zou in Istanbul veiliger zijn dan in Belgrado.”

Misschien zou hij bij de Kroaten nog het veiligst zijn, denkt Goran. Hij belijdt zijn liefde voor Dario KordiEÉc, de Kroaat die ervan wordt beticht de etnische zuiveringen tegen moslims in Centraal-Bosnië te hebben georganiseerd en die onlangs aan Den Haag werd uitgeleverd. “Zonder hem waren alle Serviërs in Centraal-Bosnië door de moslims vermoord. De Serviërs en Kroaten hebben hetzelfde doel. We willen allebei de islam uitroeien.” Of kon hij maar naar Australië emigreren, net als Mate Boban. “Misschien na plastische chirurgie.” (Boban was de politieke leider van de Bosnische Kroaten die deze lente onder mysterieuze omstandigheden overleed. Sommigen betwijfelen of hij echt dood is; red.)

De kaalgeschoren prostituee gaat tegenover Goran zitten en probeert zijn aandacht te trekken. “Rot op, lelijkerd”, sist hij haar toe. “Je bent zelf een lelijkerd”, kaatst ze terug. Dan ziet ze de blik in zijn ogen en staat ze haastig op. We praten verder. Over Den Haag “waar ze alleen christenen vervolgen, geen moslims”. Over de omstandigheden daar, de cellen, de straf die hij kan verwachten. “Misschien zou het interessant zijn om toch te gaan”, grapt Goran. “Dan zie ik misschien mijn vriend Djina terug. (De door het tribunaal veroordeelde Drazen ErdemoviEÉc, een Kroaat die in Servische dienst vocht; red.) Zeventig moslims heeft hij gedood bij Srebrenica, en hij komt er met tien jaar af! Die schooier. Misschien wordt het zelfs minder. Alleen omdat Djina deed alsof hij berouw had en huilde. Maar met mij zullen de rechters geen medelijden hebben. Ik ben een Serviër.”