Gadella over Paris Photo: Ik ben geen beurzenboer

De voormalige galeriehouder en uitgever Rik Gadella maakt boeken in Parijs en organiseert wereldwijd beurzen en exposities, waaronder de net afgesloten Europese fotobeurs. “De Fransen zijn geschokt over de enorme bedragen die Amerikaanse galeries hier vroegen.”

PARIJS, 25 NOV. Weer in Nederland wonen? Hij moet er niet aan denken. Al die gezelligheid in dat slaperige subsidieland. Nee, Rik Gadella (1963), voormalig galeriehouder en uitgever van Picaron Editions in Amsterdam, leeft liever in Parijs. En hij is daar nu zeer tevreden. Want Paris Photo, de eerste Europese fotobeurs waarvan hij zowel initiatiefnemer als directeur is, bleek gisteravond na sluiting in vier dagen inderdaad het aantal van 20.000 verwachte bezoekers te hebben overgeschreden.

“Ik wilde op Paris Photo zowel de historische fotografie als de zeer op fotografie gerichte, eigentijdse kunst laten zien, zoals ik ook in mijn boekuitgaven, wat de teksten betreft, altijd interdisciplinair, vanuit en dwars door de geschiedenis heen werk. Want alleen met een breed overzicht trek je fotoverzamelaars èn beeldende kunst-liefhebbers naar zo'n beurs. En de korte fotografiegeschiedenis staat, in tegenstelling tot de kunstgeschiedenis, zo'n breed overzicht nog toe. Daarom ben ik zo blij dat de meeste galeriehouders zo'n gevarieerd aanbod van oud en nieuw fotowerk presenteren. Omdat fotografie als verzamelobject èn als medium bovendien steeds belangrijker wordt en omdat Europese musea nu ook intenser foto's gaan verzamelen, wilde ik Paris Photo organiseren.”

Voorlopig blijft Gadella - jong, snel en zakelijk - tot het jaar 2000 als directeur verbonden aan Paris Photo, in het ondergrondse centrum 'Le Carrousel du Louvre'. Hij is er trots op dat onder de achtduizend aanwezigen op de openingsavond de helft van de driehonderd toonaangevende verzamelaars en handelaren aanwezig was. Maar welke Europeaan betaalt in vredesnaam drie ton voor een negentiende-eeuwse natuuropname van Carleton E. Watkins of voor kiekje van Thomas Eakins die met zijn camera halverwege de vorige eeuw een paar naakte, boksende jongetjes in een bos tegen het lijf liep?

“Vooral de Fransen zijn geschokt over de enorme bedragen die Amerikaanse galeriehouders voor hun foto's vragen. De Franse economie stagneert en de kunstmarkt doet het slecht, terwijl het de Amerikanen voor de wind gaat. Maar ik mik niet op Franse kopers. Ik streef naar een algemeen, Europees publiek, ik wil jonge collectioneurs opvoeden en tegelijkertijd geroutineerde verzamelaars tevreden stellen. Als een Amerikaanse galeriehouder drie ton voor een foto van Man Ray vraagt, doet hij dat trouwens ook om zijn imago hoog te houden. De Amerikanen hebben het hier niet in eerste instantie gemunt op omzet, maar vooral op contacten.” Wat die contacten betreft zijn de twee Nederlandse galeriehouders - Ton Peek Photography en Flatland Gallery uit Utrecht - zeer verbaasd. “Ik heb nog nooit zo'n weetgierig publiek meegemaakt”, aldus Peek. “Op de Kunstrai in Amsterdam informeert bijna niemand naar het tentoongestelde werk”, zegt Martin Rogge van Flatland, “maar hier vragen ze je het hemd van het lijf.”

Gadella wist een jaar geleden nog niets van fotografie of -galeries af. Hij kende alleen hedendaags werk van onder anderen Sophie Galle, Nan Goldin en Boltanski. “Juist omdat ik een buitenstaander was, heb ik deze beurs voor elkaar gekregen. Insiders reageerden aanvankelijk zeer sceptisch. 'Maak vooral een klein beursje', adviseerden ze. Maar ik wilde alle facetten aan bod laten komen, dus ook de handelaren zonder galerie en fotoagentschappen als Magnum en Agence Vu, die gisteren voor een paar honderdduizend francs heeft omgezet. Menigeen denkt nog steeds 'een fotootje maken, dat kan ik ook'; Paris Photo bewijst dat dat een misverstand is.”

Over zijn eigen fotovoorkeuren laat Gadella zich niet uit; “ik moet daar diplomatiek in blijven”. Hoe groot de winst is? “Ik heb er geen cent aan verdiend, de huur in het Louvre is zeer hoog en met 20.000 bezoekers speel ik net quitte.” Op de vraag waarom er tussen het werk van de negen kandidaten voor de eerste Paris Photo Prix nogal wat hapsnap genomen foto's zitten, zegt hij: “Ach ja, dat is nu toch een trend? We hebben trouwens die prijs uiteindelijk niet toegekend, want we konden simpelweg geen keuze maken.”

Hoewel Gadella ook jaarlijks in Amerika of Europa een beurs voor kunstenaarsboeken organiseert, wil hij beslist niet doorgaan voor een 'beurzenboer'. Het liefst geeft hij nog steeds een of twee kunstboeken per jaar uit. “Ik heb net zoals destijds de uitgevers Polak en Van Oorschot een visie op de manier waarop je een beeld moet overbrengen. Mijn boek is mijn baby en omdat uitgeven ook grotendeels organiseren is, staat zo'n beurs niet ver van mij af, maar het moet wel een Gadella-project blijven, en dat kan je onder meer zien aan de catalogus.” In december biedt het Matisse Museum in Nice een overzicht van zijn losbladige edities, co-producties met kunstenaars als Robert Mangold, Robert Wilson, Markus Lüpertz, James Brown en Francesco Clemente.

In het geniep bereidt Gadella nog een internationale architectuur-manifestatie voor. Die zal zich synchroon in New York, Berlijn, Tokio, Londen en Parijs afspelen. Gadella: “De vorm is uniek, het idee is simpel en daarom zo ontzettend goed. Het gaat grofweg over kunst en filosofie in relatie tot architectuur en urbanisme. Omdat ik bang ben dat het gepikt wordt, zwijg ik er nog liever over.”

Waarom moet hij toch zo weinig van Nederland hebben? “Ik word er gek van de gezelligheid. Als jong kunstenaar is het heerlijk om in zo'n zorgeloos, goedkoop land met lage huren en subsidiepotten te leven. Maar heb je het eenmaal gemaakt, dan zijn Nederlandse galeries nauwelijks in staat om hun kunstenaars te exporteren, iets wat hun Duitse, Franse en zelfs hun Belgische collega's wèl kunnen. Bovendien zijn er nauwelijks verzamelaars te vinden. En zij die een collectie hebben, willen die niet laten zien, terwijl juist dat laatste zo belangrijk is om het kopen van kunst onder een groter publiek te stimuleren. Destijds zag ik mijn Amsterdamse galerie al liever een yup uit eigen zak een kunstwerk betalen dan een ambtenaar van een een of andere instelling, die andermans geld kwam uitgeven.”

    • Marianne Vermeijden