Franse jeugd heeft recht op de waarheid

Het proces tegen Maurice Papon kan de afbraak inluiden van de door De Gaulle gecreëerde mythe van het dappere Frankrijk. Maar het raadselachtige is volgens Dominique Moïsi dat het proces zo laat plaatsvindt.

Sinds bijna vijftig jaar is de Frans-Duitse verzoening, de drijvende kracht achter de Europese eenwording, gebaseerd op een wankel evenwicht tussen de Franse bom en de Duitse mark, en impliciet op een scherpe scheidslijn in de geschiedenis. Duitslands verleden was pikzwart, dat van Frankrijk was wit. Hoewel Duitslands nazi-verleden onherroepelijk zwart is gebleven, begint Frankrijks oorlogsverleden een grijze tint te krijgen. Tot het begin van de jaren zeventig, toen Robert Paxtons boek over Vichy-Frankrijk verscheen, hadden de Fransen in de zoete illusie verkeerd - met opzet door De Gaulle verbreid als sleutel tot de nationale verzoening - dat ze allemaal in het verzet hadden gezeten. De Gaulle's boodschap viel in één formule te vatten: 'U was geweldig, omdat ik, De Gaulle, dat was.'

Het proces tegen Papon, meer dan vijftig jaar na dato, heeft voor een deel te maken met de afbraak van de door De Gaulle gecreëerde mythe. In zuiver juridisch opzicht betreft de rechtszaak de persoonlijke en institutionele verantwoordelijkheden van een man die algemeen secretaris van de prefectuur van Bordeaux was. Was hij persoonlijk verantwoordelijk voor de deportatie van 1.500 joden? Wat waren precies zijn bevoegdheden? Maar in werkelijkheid staat niet zozeer Papon zelf als wel het Vichy-regime terecht en zij die dat regime hebben gediend uit naam van de continuïteit van de Franse staat.

Het proces tegen Papon is tevens een vorm van actieve pedagogie, een les in geschiedenis en burgerzin, gegeven door een land dat zijn verleden onderzoekt ten behoeve van latere generaties. De reconstructie, 55 jaar na dato, van de toestand in een verslagen, vernederd, in tweeën gespleten land is dermate gecompliceerd, dat het gevaar van verwarring en zwart-wit-denken levensgroot is. Dat risico is te groot voor veel toenmalige verzetslieden, die dan ook tegen dit té laat gevoerde proces zijn. Voor de verwanten en kinderen van hen die zijn omgekomen of die de deportatie hebben overleefd (een heel klein aantal) moet het proces doorgang vinden. Maar wat op termijn het belangrijkst is, is dat de jonge generatie in grote meerderheid sterk vóór het proces is. De jongeren willen eenvoudig de waarheid weten. Wat zij willen is niet zozeer een man berechten als wel op de hoogte worden gebracht van hun geschiedenis.

Ik behoor tot de tussengeneratie die kort na de oorlog geboren is. Maar de geschiedenis van mijn familie in die tragische jaren omvatte heel de complexiteit, dubbelzinnigheid of zelfs dubbelhartigheid van die periode. Evenmin als De Gaulle's aanspraken op de onversneden grootheid aller Fransen kan ik het tegendeel, een vermeende pure lafheid of flagrant antisemitisme bij de meerderheid van de Fransen aanvaarden. Op de dag in april 1943 dat mijn vader - onderscheiden met het militaire kruis voor zijn aandeel in de strijd van 1939-'40 - in Nice, waar het Italiaanse leger juist had plaatsgemaakt voor de Duitse bezetter, werd gearresteerd door de Gestapo, na te zijn aangegeven door een Fransman, dook mijn moeder, geholpen door een goedgeorganiseerd netwerk, onder in een klooster in het zuidwesten van Frankrijk. Mijn vader overleefde als door een wonder achttien maanden Auschwitz en kon in 1995 het vijftigjarig jubileum van zijn bevrijding uit het kamp vieren.

De meerderheid van de Fransen behoorde noch tot de schurken, noch tot de helden. Ze probeerden zich gewoon staande te houden, sommigen met meer waardigheid dan anderen, en de meesten wilden de onaangename realiteit niet zien of zagen die met lede ogen aan. Het proces tegen Papon heeft waarschijnlijk veel minder te maken met de banaliteit van het kwaad, zoals Hannah Arendt die naar aanleiding van het proces tegen Eichmann zo treffend heeft beschreven, dan met de algemeenheid van de kleur grijs. Papon vertoonde uiteraard een donkerder tint grijs dan menigeen, ondanks zijn latere 'verzetswerk'. Hij werd in zijn optreden gesterkt door een kwalijk stelsel van collaboration en een ambitieuze, amorele persoonlijkheid. De collaboration institutionaliseerde de loze aanspraken op soevereiniteit en onafhankelijkheid van Vichy-Frankrijk. In werkelijkheid betekende ze het toegeven aan, soms zelfs het vooruitlopen op, de wensen van de Duitse bezetters. Omdat hij niet boven zijn formele verplichting van ambtelijke gehoorzaamheid kon of wilde staan, heeft Papon uiteindelijk de vijand gediend om het ambtelijke en bestuurlijke apparaat binnen de staat te handhaven.

Papon had ontslag kunnen nemen. Hij had in 'binnenlandse ballingschap' kunnen gaan zonder al te veel risico voor eigen leven - een heel aantal hoge ambtenaren heeft dat gedaan. In plaats daarvan besloot hij zijn carrière vol ambitie te blijven vervolgen. Dat hij de verkeerde keus heeft gemaakt is nu, vijftig jaar later, zonneklaar. Men sluit geen compromis met het kwaad. Maurice Papon herhaalde zijn dubieuze optreden toen hij in 1962 als prefect van politie in Parijs op brute wijze Algerijnse nationalisten liet oppakken, wat waarschijnlijk meer dan 200 mensen het leven heeft gekost.

Op de keper beschouwd is Maurice Papon de tegenpool van Oscar Schindler, de held wiens leven is gepopulariseerd door de film van Spielberg. Schindler, op zijn zachtst gezegd een dubieuze figuur, wiens bestaan tal van mislukkingen kende, deed op grond van een innerlijke morele overtuiging zijn best om het leven van joden te redden. Maurice Papon, een klassieke carrièremaker wiens leven een aaneenschakeling van successen was, offerde mensenlevens met een pennestreek, uit naam van ambtelijke voorschriften en hoogstwaarschijnlijk ook uit persoonlijke ambitie. Beide mannen hebben de geschiedenis beïnvloed - maar Schindler ten goede en Papon ten kwade.

Wat het proces tegen Papon ons uiteindelijk zal leren, is wellicht dat landen net als individuen hun 'familiegeheimen' niet onder het tapijt kunnen vegen. Het verleden, hoe schokkend ook, moet onder ogen worden gezien, en wel bijtijds. Het raadselachtige is dat Frankrijk zo lang heeft moeten wachten voordat het Maurice Papon kon berechten. De Verenigde Staten zijn openlijk en snel in het reine gekomen met de oorlog in Vietnam, en voelen zich daar beter bij, in tegenstelling tot de Fransen, die nog altijd moeite hebben met de realiteit van Vichy, om nog maar te zwijgen van de Algerijnse onafhankelijkheidsoorlog tussen 1954 en 1962. En de ironie van de geschiedenis wil dat Papon beide op zijn weg gevonden heeft.

    • Dominique Moïsi
    • van Politique Etrangere