Blauw pleidooi voor milieu leidt tot file

Voor de derde keer werd gisteren in de Tweede Kamer het jongerendebat gehouden. Initiatieven te over, maar de parlementaire spelregels bleken moeilijk voor de interim geachte-afgevaardigden.

DEN HAAG, 25 NOV. Snelle en relevante straffen voor jongeren en een 'confronterend' tv-spotje dat jeugdcriminaliteit moet voorkomen. Een nationaal 'overkoepelend orgaan' voor scholieren dat de onderlinge tolerantie moet bevorderen en geld voor verplichte leerlingenraden op school.

Deze eisen stelde een parlement van 150 middelbare scholieren, verdeeld in vier denkbeeldige partijen, gisteren aan staatssecretaris Terpstra (Welzijn), haar collega's Schmitz (Justitie) en Netelenbos (Onderwijs) en de ministers Ritzen (Onderwijs) en De Boer (Milieu) tijdens het derde nationale jeugddebat in de Tweede Kamer.

Het drie uur durende debat, bijgewoond door een paar honderd toeschouwers, heeft veel weg van een Oprah Winfrey-show. Leerlingen die op zelfverzekerde toon een politiek correcte boodschap door de microfoon uitdragen, oogsten luid applaus ver voordat ze zijn uitgesproken. Verlegen collega-scholieren of Kamerleden die het niet hebben over inspraak voor jongeren, antiracisme of terugdringing van de jeugdcriminaliteit, worden op zijn best aangehoord in een ongemakkelijke stilte.

Eén betoog veroorzaakt veel commotie. Het is het pleidooi van de 'Blauwe partij' voor betere bescherming van het milieu. Terwijl de bewindslieden instemmend zitten te knikken, verzamelen zich negenentwintig parlementariërs gelijktijdig voor de interruptiemicrofoons. Maar ze juichen niet over het voorstel voor goedkoop openbaar vervoer en meer fietsers. “Ik wil zo snel mogelijk mijn rijbewijs halen”, bekent een meisje van de 'Rode partij'. En een Kamerlid (Oranje) vult aan: “Zelfs al was het openbaar vervoer gratis, dan nog zouden mensen kiezen voor de auto, omdat het gewoon makkelijker is.” De noodzakelijke mentaliteitsverandering ten aanzien van het milieu zal ongeveer twee generaties duren, verwachten de Blauwen. Een visie die minister De Boer niet deelt: “Zo veel tijd hebben we nou eenmaal niet, jongens.”. De bijbehorende motie - als enige voorzien van een financiële paragraaf - voor een OV-kaart voor alle jongeren van 12 tot 25 jaar wordt verworpen.

Het bestuurlijke jargon hebben de interim-Kamerleden aardig onder de knie: ze bepleiten de instelling van commissies die de haalbaarheid van voorstellen moeten onderzoeken en ze maken zich sterk voor meer voorlichting en communicatie over zo'n beetje alles. Bij de debatten over vooroordelen en jeugdcriminaliteit wijzen de meesten naar 'de media' die in krantenkoppen een te negatief beeld zouden geven van jongeren en allochtonen.

Met de regels van de Tweede Kamer, waar Kamervoorzitter Bukman voortdurend op wijst, zijn ze minder bekend. Als de meerderheid van de Blauwe fractie tegen de laatste motie over snellere straffen stemt, nadat haar eigen milieu-motie is verworpen, roept een Kamerlid (Wit) verontwaardigd: “Jullie hebben tegen gestemd, omdat jullie eigen motie is verworpen!” Bukman stellig: “U mag nu uitsluitend nog een stemverklaring geven en niet andere fracties iets kwalijk nemen.” Een meisje (Blauw) vraagt tijdens haar 'stemverklaring' nog wat De Boer gaat doen met de motie over de OV-jaarkaart. Nee, reageert Bukman, de Kamer heeft die motie verworpen, dus de minister hoeft er niets mee te doen.

Na de hoofdelijke stemming echoot de initiator van het debat, staatssecretaris Terpstra, de openingstoespraak van premier Kok: de stem van jongeren moet worden gehoord. “Het kabinet neemt jullie serieus en dat moet ook.” Applaus. Wat de jongeren niet weten, is dat de publiciteitscampagne voor het nationale jeugddebat van te voren is aangepast door ambtenaren van het ministerie van Welzijn, wegens voor de jeugd 'onwenselijke' elementen. Op de publiciteitskaarten stond een uitgestoken tong met piercing afgebeeld, en daaronder de tekst: 'Overtuigen is een kwestie van spierkracht, het derde nationale jeugddebat komt eraan'. Maar de piercing ging te ver voor een jongerendebat, vonden de ambtenaren. Het gouden knopje moest eruit.

    • Frederiek Weeda