Bij gebrek aan bewijs voor grootschalige handel in cocaïne; Boerenveen niet langer vervolgd

DEN HAAG, 25 NOV. De Surinaamse chef defensiestaf, kolonel E. Boerenveen, zal niet langer worden vervolgd wegens grootschalige handel in cocaïne. Het Haagse openbaar ministerie heeft gisteren laten weten de strafzaak tegen Boerenveen te laten rusten wegens gebrek aan bewijs.

In de dossiers van het Copa-politieteam (Copa staat voor Colombia-Paramaribo) staat dat Boerenveen samen met ex-legerleider D. Bouterse, de president van de Centrale Bank H. Goedschalk en twee Surinaamse zakenmannen de vijfhoofdige top vormt van het zogeheten Suri-kartel. Tegen Boerenveen liep al ruim vier jaar een gerechtelijk vooronderzoek dat nu is gestaakt.

Boerenveen laat telefonisch vanuit Paramaribo weten opgelucht te zijn. De militair was door de Haagse rechtbank opgeroepen om gistermiddag te verschijnen ter toelichting op zijn verzoek om het onderzoek tegen hem te beëindigen. Boerenveen: “Afgelopen vrijdag kreeg ik van de Nederlandse consul hier, de heer Ruig, te horen dat ik geen visum voor Nederland zou krijgen, omdat ik niet meer hoefde te komen. Justitie zou mijn zaak laten rusten.”

Volgens de advocaat van Boerenveen, M. Verbrugge, heeft justitie “geprobeerd gezichtsverlies te voorkomen door op het allerlaatste moment te seponeren”. Als het OM de zaak had doorgezet, dan had de behandelend officier van justitie E. Harderwijk gisteren tegenover de rechtbank moeten toegeven eigenlijk geen bewijs tegen Boerenveen te hebben, meent Verbrugge. “Justitie heeft een laffe houding”.

De Haagse persofficier van justitie, L. Horsting, noemt het toeval dat de strafzaak na vier jaar onderzoek is geseponeerd kort voordat de rechtbank zich zou buigen over een verzoek tot beëindiging. “Wij gaan echt niet seponeren omdat de heer Boerenveen dat vraagt”, aldus Horsting. Ze voegt eraan toe dat het besluit in deze zaak geen enkele consequentie zal hebben voor de vervolging van Bouterse. Die gaat volgens haar gewoon door.

Boerenveen zegt blij te zijn “nu eindelijk een vervelende periode te kunnen afsluiten”. Hij zegt geen schadevergoeding te zullen eisen. “Ik wil alleen mijn advocatenkosten vergoed hebben”. De kolonel zegt wel behoefte te hebben aan “een analyse” waarin het in zijn ogen merkwaardige justitiële handelen onder de loep wordt genomen.

“Een paar maanden geleden zat procureur-generaal Docters van Leeuwen nog stoer voor de Nederlandse televisie te vertellen dat we een proces konden verwachten en nu opeens dit. Hoe kan dat allemaal?”, zegt Boerenveen die vorige maand in een interview met deze krant al liet blijken te verwachten dat justitie hem niet zou dagvaarden. “Er gaat een moment komen dat justitie geconfronteerd gaat worden met Boerenveen en dan zullen de ware motieven in deze zaak blijken.”

Uit het dossier dat Boerenveen heeft gekregen, blijkt dat het OM inderdaad, op één getuigeverklaring na, nauwelijks belastend materiaal tegen hem heeft weten te verzamelen.

Volgens betrokkenen bij het drugsonderzoek diende het gerechtelijk vooronderzoek tegen Boerenveen er vooral toe om bewijsmateriaal tegen zijn vriend Bouterse te verzamelen. Met dat doel zijn in mei 1994 ook een groot aantal huiszoekingen gedaan.

Justitie baseerde de verdenkingen tegen Boerenveen mede op de rol die de kolonel speelde in de jaren tachtig. Boerenveen zat van 1985 tot 1991 gevangen in de Verenigde Staten. Hij werd veroordeeld na een undercover-actie van de Amerikaanse Drugs Enforcement Administration (DEA) die hem in onderhandelingen betrok om Suriname te gebruiken als doorvoerhaven voor cocaïne. Volgens de politie zou Boerenveen vooral “instrumenteel” zijn geweest bij het leggen van contacten met Colombiaanse drugshandelaren.

Boerenveen, die altijd heeft ontkend betrokken te zijn bij cocaïnehandel, vindt het unfair dat zijn verleden hem nog steeds wordt nagedragen. “Als jullie over prins Bernhard schrijven, roepen jullie toch ook niet steeds in herinnering dat hij een keer met smeergeld te maken heeft gehad.”