Big Bang moet Japan verlossing bieden

De problemen in Japans financiële sector nopen tot drastische hervormingen. Gevraagd wordt om meer openheid en betere controle.

TOKIO, 25 NOV. Met een door tranen verstikte stem sprak president Shohei Nozawa van het effectenhuis Yamaichi gisteren voor de televisiecamera's: “Het is niet de schuld van onze werknemers, maar van de directie. Ik smeek u om hulp opdat onze werknemers niet in de goot eindigen.”

Yamaichi had zijn meerdere moeten erkennen in brute marktkrachten. De tranen van Nozawa bij de ontdekking dat niemand nog langer het bedrijf de hand boven het hoofd wenst te houden zijn illustratief voor de veranderingen waar Japan voor staat.

In reactie op de bekendmaking van Yamaichi de deuren te sluiten is de Nikkei-index van de beurs van Tokio vandaag met ruim 5 procent gekelderd tot 15.867 punten, nadat de deuren gisteren wegens een feestdag gesloten waren. Intussen zetten de Japanse autoriteiten hun pogingen voort te schade te beperken. Premier Ryutaro Hashimoto stelde gisteren expliciet dat de Japanse problemen van geheel andere aard zijn dan van Aziatische landen als Thailand, Indonesië en Zuid-Korea, die recentelijk hulp hebben moeten aanvragen bij het Internationale Monetaire Fonds. Japan is uiteindelijk een gigantische crediteur en heeft geen enkel probleem met zijn wisselkoers.

De problemen van Japan in de financiële sector zijn volgens Hashimoto binnenlands en kunnen worden opgelost met hervormingen, de 'Big Bang' die zijn regering in gang heeft gezet. Een van de basisprincipes daarbij is “individuele verantwoordelijkheid”, aldus de Japanse economische krant Nihon Keizai Shinbun vandaag in een redactioneel commentaar.

Dat was tevens de ontdekking van Yamaichi-president Nozawa gisteren, die leidde tot zijn openlijke, bittere tranen. Yamaichi moest de verantwoordelijkheid nemen voor het zeven jaar lang buiten de boeken houden van een verlies van 260 miljard yen (4 miljard gulden).

De hervormingen zijn gericht op herstel van de aantrekkelijkheid van Tokio ten opzichte van de florerende finaciële markten in Londen en New York. Maar in de tussentijd zit Tokio nog steeds met het restant van de 'luchtbel' die zeven jaar geleden klapte: de grote hoeveelheden 'slechte' leningen bij financiële instellingen. Volgens het ministerie van Financiën ging het om een bedrag van 27.900 miljard yen (429 miljard gulden) per 31 maart van dit jaar.

De belangrijkste discussie die nu in Japan woedt over de oplossing van dit probleem is of er geld van de belastingbetaler moet worden aangewend. De regering zit met een groot trauma uit 1995, toen ze zo'n 10 miljard gulden uittrok voor de sanering van zeven hypotheekbanken. De demonstranten stroomden samen voor het ministerie van Financiën, de oppositie bezette het parlementsgebouw en de populariteit van de regering daalde scherp.

Bij monde van Shoichiro Toyoda, president van Toyota en voorzitter van de invloedrijke federatie Keidanren, heeft het bedrijfsleven inmiddels de overheid opgeroepen tot het gebruiken van overheidsgeld. Ook de Nihon Keizai Shinbun heeft zich met uitgesproken redactionele commentaren bij dit koor geschaard. Men vreest een “overslaan van de financiële instabiliteit op de reële economie” als banken wegens herstructurering hun kredieten gaan beperken. Uiteindelijk kan dit “de gehele wereldeconomie in chaos storten”, aldus de krant. Regeringswoordvoerder Muraoka zei vandaag dat het gebruik van overheidsgeld serieus zal worden overwogen. Verschillende commentatoren stellen dat de regering duidelijk moet maken dat belastinggeld nièt zal worden gebruikt om onrendabele instellingen in leven te houden, maar om uiteindelijk de economie als geheel en de tegoeden van het publiek zelf zeker te stellen. Het faillissement van Yamaichi, en eerder deze maand van de Hokkaido Takushoku Bank, is al een duidelijke aanwijzing dat de regering de weg is ingeslagen om niet koste wat kost elk bedrijf te redden. “Het einde van Japan Inc.”, zo concludeert de krant Yomiuri vandaag in het redactioneel commentaar. Het voegt er aan toe dat voortaan een “meedogenloze markt” zal bepalen welk bedrijf toekomst heeft.

Naast de “individuele verantwoordelijkheid”, die volgens de Nihon Keizai Shinbun een van de basisprincipes moet zijn bij de hervormingen, acht de krant tevens vereist: opening van zaken van bedrijven over hun financiële situatie èn een goed functionerende controle van de overheid op dit financiële reilen en zeilen.

Het faillissement van Yamaichi laat zien dat het aan beide voorlopig nog ontbreekt in Japan. Yamaichi bleek een lijk in de kast te hebben à vier miljard gulden, een verliespost die het zeven jaar lang verborgen wist te houden voor publiek en financiële autoriteiten. “In het buitenland vertrouwt men de Japanse markt niet”, concludeert Japans zakenkrant dan ook.

    • Hans van der Lugt