Besmettingsgevaar

DE FINANCIËLE CRISIS in Azië is in een nieuwe en potentieel gevaarlijke fase beland. Zuid-Korea, het elfde industrieland ter wereld, heeft zijn nationale trots ingeslikt en moet aankloppen voor noodhulp bij het Internationale Monetaire Fonds (IMF). Alsof de duvel er mee speelt is in hetzelfde weekeinde het effectenhuis Yamaichi in Japan bezweken onder het gewicht van zijn schulden. Zowel in het geval van Korea als in dat van Yamaichi bestaat er een acuut besmettingsrisico: de ene crisis lokt de andere uit.

In het Verre Oosten is sprake van wegvallende vraag, desinvesteringen, onbetaalbare schulden, kelderende prijzen en een vicieuze cirkel van devaluaties. Het zijn symptomen die horen bij de plotselinge overgang van een hoog naar een laag groeiniveau. Als zo'n proces eenmaal op gang komt, als de crisis van land naar land overspringt en grote financiële instellingen meegesleurd worden in deze neerwaartse spiraal, dan ligt paniek op de loer. Zo ver is het niet - en zo ver hoeft het ook niet te komen. Maar om verdere besmetting te voorkomen is een slagvaardige crisisbeheersing nodig.

Wat deze zomer in Thailand begon als een lokale oprisping, het doorprikken van de schijnwelvaart en de overgewaardeerde munt, blijkt het voorlopige einde van het Aziatische economische 'wonder' te zijn. Het IMF organiseerde een hulppakket van 17 miljard dollar voor Thailand, vervolgens dertig miljard voor Indonesië en nu staat Zuid-Korea op de stoep. Schattingen lopen uiteen voor een pakket van vijftig tot tachtig miljard dollar dat nodig zou zijn om de Zuid-Koreaanse economie te redden.

ZUID-KOREA IS EEN bijzonder geval. Het staat bekend als een van de succesverhalen van deze eeuw, een economisch wonder dat voor de bevolking een fenomenale welvaartsverhoging heeft betekend. Van een door de Koreaanse oorlog verwoest agrarisch land is het in twee generaties een agressief exporterende industriële natie geworden. Met een grote mate van afscherming van zijn binnenlandse markt en met notoir militante vakbonden. Volgende maand zijn er presidentsverkiezingen. Tevens is Zuid-Korea een vooruitgeschoven Amerikaanse basis op het Oost-Aziatische vasteland. Het moet rekening houden met het militaristisch-communistische regime in het straatarme noorden. Alleen al om deze redenen is Zuid-Korea van strategische geopolitieke betekenis en kunnen de Verenigde Staten plus hun Westerse bondgenoten het land niet aan zijn lot overlaten.

Het bankroet van Yamaichi is een ander verhaal. Dit is een uitvloeisel van de financiële verlamming die Japan sinds de ineenstorting van de 'luchtbel-economie' in 1990 teistert. Het kan bijdragen aan een lang vooruitgeschoven grote schoonmaak in de Japanse financiële sector. Slechte bankleningen en een onroerendgoedcrisis vormen in Japan, net als in de rest van Azië, de kern van het probleem. Los daarvan is Yamaichi het slachtoffer geworden van afpersing door gangsters en van de gewoonte om verliezen van bevriende klanten op geheime rekeningen te verstoppen. Dat zijn geen ongebruikelijke praktijken in Japan.

Dit grootste bankroet uit de Japanse geschiedenis tast het vertrouwen in het Japanse financiële stelsel aan. Er heerst een paniekerige sfeer waarin meer financiële instellingen het loodje kunnen leggen. Een run op de banken is wel het laatste wat Japan nu kan gebruiken.

Dan zijn er de internationale vertakkingen van de crisis. Vraaguitval in het Verre Oosten zal volgend jaar de economische groei in de VS en Europa met zo'n half procentpunt beperken. Ernstiger zijn de gevolgen op korte termijn als Aziatische financiële instellingen gedwongen zijn hun kredietverlening in te krimpen of hun internationale beleggingen te verkopen om aan geld te komen ter dekking van binnenlandse verliezen.

DE WEG UIT de crisis bestaat uit een aantal nauw verweven elementen. In de eerste plaats moeten de getroffen landen economische hervormingen doorvoeren en hun vermolmde financiële sector saneren. Dat moet gepaard gaan met marktliberalisatie en met een einde aan de politieke sturing van de kredietverlening. Verder zullen ze zich moeten aanpassen aan een lager groeitempo.

In de tweede plaats zullen de Verenigde Staten hun leiderschap moeten tonen. Bij de afwezigheid van politieke besluitvaardigheid in Japan en bij de Europese veelheid van landen, die gefixeerd zijn op hun eigen project van de monetaire unie, zijn de Verenigde Staten het enige land dat financieel en politiek gewicht in de schaal kan leggen. Ook al stelt president Clintons prestige wat dit betreft weinig voor, de Amerikanen zullen het internationale stelsel van open handel en kapitaalmarkten moeten garanderen. Daarnaast moeten ze druk uitoefenen op Japan om tot actie over te gaan.

Want in de derde plaats moet Japan zijn nog altijd formidabele financiële reserves inzetten om in de regio de vraagkant van de economie in stand te houden. Het betekent dat Japan de benodigde liquiditeit in de Aziatische economieën moet pompen. Tegelijkertijd moet de Japanse regering maatregelen treffen om te voorkomen dat het vertrouwen in het nationale financiële stelsel in elkaar klapt.

HET IMF moet, in de vierde plaats, met kracht zijn aanpassingsprogramma's doorzetten. De ernst van de financiële crisis biedt de zeldzame kans om een aantal hoognodige hervormingen in de Aziatische economieën door te voeren. Maar bovenal moet het IMF zijn eigen financiële middelen én bijdragen van kapitaalkrachtige landen mobiliseren om er voor te zorgen dat verdere besmetting met het crisisvirus wordt ingedamd. Tot nu toe heeft het getoond deze onverwachte uitdagingen snel te kunnen uitvoeren.