Banken trekken consequenties uit justitieel onderzoek; Klein effectenhuis in de knel

De Nationale Investeringsbank en Friesland Bank hebben drastisch ingegrepen bij hun effectendochters NIB Securities en Bank Bangert Pontier, die door het beursschandaal in opspraak zijn gekomen. Het toekomstperspectief voor andere kleine effectenhuizen is ongunstig.

AMSTERDAM, 25 NOV. Wat zou u doen als directeur van een bank of effectenkantoor waar justitie een huiszoeking heeft gehouden op verdenking van financiële fraude? Voor dat soort managementvraagstukken heeft het opleidingsinstuut van de financiële bedrijfstak, het NIBE, (nog) geen cursus.

Inmiddels moeten vijf financiële instellingen de verbazing en het wantrouwen van klanten zien te keren dat onstaan is door de beursfraudezaak. Professionele klanten - pensioenbeheerders, beleggingsfondsen - stellen alleen maar vragen, en geven geen orders. Medewerkers draaien duimen. De inkomsten drogen op, de kosten lopen door: van salarissen en huur van het kantoorpand tot en met de rekening voor de terminals van informatieleverancier Reuters en de declaraties van advocaten.

De Nationale Investeringsbank, die gisteren haar effectendochter in Amsterdam heeft gesloten wegens 'Beursgate', heeft in elk geval een expert voor zulke calamiteiten in huis: Ger Goris. Hij saneerde een paar jaar geleden het kleine effectenkantoor ACC, waarvan een handelaar had meegewerkt aan fraude bij het Gasunie-pensioenfonds. ACC werd verkocht en vervolgens toch nog gesloten.

Goris stapte daarna over naar NIB Securities, dat gisteren dichtging. De NIB zet de activiteiten van de effectendochter onder eigen naam gewoon voort, zij het dat één van de directeuren is teruggetreden, evenals een oud-directeur die inmiddels commissaris was. Met de fine fleur van het Nederlandse financiële establishement als commissaris en de overheid als grootaandeelhouder (50,3 procent) kan de Nationale Investeringsbank weinig anders doen dan een strategische terugtocht maken.

De Investeringsbank kreeg in 1987 een aandelenbelang van vijf procent in het toenmalige Strating Effecten, waarvan de oprichter in de beursaffaire is aangehouden. In 1989 verwierf de bank de meerderheid van de aandelen en vervolgens honderd procent. Dit Amsterdamse bruggenhoofd moest de NIB, zelf gevestigd in Den Haag, op de kaart zetten als effectenbank. Deze verruiming van de actieradius moest de bank afhelpen van het uit de jaren zeventig stammende imago van staatssteunloket voor noodlijdende bedrijven.

De reorganisatie die de NIB nu heeft uitgevoerd is vergelijkbaar met de stap die de Friesland Bank heeft gezet om een andere bezoedelde naam in dit beursschandaal, die van Bank Bangert Pontier, letterlijk uit de wereld te helpen. Bangert Pontier zag de complete directie vertrekken nadat de toezichthoudende Nederlandsche Bank het vertrouwen in de directie had opgezegd. Het onderzoek van justitie “heeft een hele heilzame werking”, zei president dr. A. Wellink van de centrale bank zondag in het tv-programma Buitenhof. De Friesland Bank heeft haar aandelenbelang vervolgens uitgebreid tot meer dan 80 procent en twee nieuwe directeuren benoemd bij Bangert Pontier, waarvan de naam per 1 januari verandert in Friesland Bank Securities.

Met hun acties hebben NIB en Friesland Bank consequenties getrokken uit het justitieel onderzoek. Het effectenhuis Van Meer James Capel, dat in 1993 al orde op zaken stelde in een eerdere affaire, zweet Beursgate uit. De andere twee effectenkantoren kunnen in feite geen actie ondernemen. De directeur/eigenaar van Gestion zit vast, net als de sterke man van het effectenkantoor Leemhuis & Van Loon. Naarmate de tijd verstrijkt, worden beurshandelaren en financiers somberder over de kans op het voortbestaan van deze twee huizen.

“Het personeel van Leemhuis & Van Loon denkt nog steeds dat een koper zal worden gevonden”, zegt een beurskenner. Maar het verleden geeft wat dat betreft weinig hoop: als de goede naam naar de Filistijnen is, kan nauwelijks nog een geloofwaardige terugkeer in de financiële wereld worden gemaakt.

Leemhuis & Van Loon zou per 1 oktober een kapitaalkrachtige nieuwe aandeelhouder krijgen, maar dat ging niet door. Officieel omdat het boekenonderzoek van de nieuwe geldschieter, de investeringsmaatschappij van J. Fentener van Vlissingen (mede-eigenaar van het familiebedrijf SHV), nog niet was afgerond. In werkelijkheid omdat de 'beurswaakhond' STE, die van het justitie-onderzoek op de hoogte was, de vereiste toestemming traineerde.

Over de toekomst van de twee gewraakte kantoren maken beurskenners zich geen illusies. Grote beleggers, zoals vermogensbeheerders en pensioenfondsen, zullen nog scherper uitkijken met welke effectenkantoren zij zaken doen.

Hebben de effectenhuizen intern de bevoegdheden voldoende gescheiden? Heeft de directie een direct aandelenbelang in het bedrijf, dat de verleiding kan vergroten om de regels soepeler te hanteren als daarmee (veel) extra geld kan worden verdiend? Is het effectenkantoor groot genoeg om een adequate interne accountantsdienst te hebben? Kleine effectenkantoren hebben de schijn tegen.