Antigone bij De Appel lijdt onder onzekerheid

Voorstelling: Antigone, van Sophokles, naar de vertaling van Pé Hawinkels, door toneelgroep De Appel. Regie: Aram Adriaanse, toneelbeeld: Floor Oskam, licht: Henry van Niel. Spel: Carline Brouwer, Christine Ewert, Boris van der Ham, Carol Linssen, Mirjam Stolwijk. Gezien: 21/11 Studio I Appeltheater, Den Haag. T/m 31/1 aldaar; tournee t/m 28/2. Res 070-3502200.

Als goddeloosheid de voornaamste eigenschap is van de moderne mens, wat moet hij dan nog met Sophokles' Antigone? Het zal hem moeite kosten om de religieuze boodschap van dit drama te doorgronden, maar haar compleet negeren gaat ook niet.

Houd je aan de goddelijke wetten: dat is een van de belangrijkste adviezen van Sophokles aan het publiek. Koning Kreoon in de tragedie overtreedt die wetten doordat hij het begraven van een dode, van Polyneikes, zijn vijand, verbiedt. En voor zijn hoogmoed wordt hij zwaar gestraft. Vandaag de dag zou een regisseur zichzelf belachelijk maken met de les dat we nederigheid tegenover de goden moeten betrachten, en Aram Adriaanse heeft dan ook met de dramaturgen van toneelgroep De Appel naar een andere kern gezocht.

Op een foto in het programmaboekje staat een meisje heel alleen tegenover een gesloten front van politiemannen. Natuurlijk: dat meisje is Antigone en die politie vertegenwoordigt net als Kreoon de macht van de staat! 'Het stuk', lezen we, 'kan in deze tijd worden gezien als een stuk over mensenrechten.' Antigone als mensenrechtenactiviste: op papier is het een mooi idee, maar op de bühne komt er weinig van terecht.

Want in haar pleidooi voor een waardige begrafenis van haar broer Polyneikes komt de Appel-Antigone, na haar oom Kreoon vergeefs op de eer van de familie te hebben gewezen, toch weer op de proppen met het antieke en niet bijzonder mensenrechtvriendelijke argument van de plicht gehoorzaam te zijn aan de goden. Het is alsof Adriaanse niet heeft durven kiezen. Zijn Antigone moest blijkbaar een verzetsdrama worden èn een familiedrama èn een religieus leerstuk. Dat alles in een bedrieglijk eenvoudig decor.

De zwartgekalkte muren van de Appel-Studio stellen ook de wanden voor van Kreoons paleis en daarbinnen staan slechts een paar in plasticfolie gewikkelde stoelen. Maar wat heeft ontwerpster Floor Oskam veel werk gemaakt van het plafond! Schuin en spiegelend is het: waarom eigenlijk? Omdat Kreoon ergens beweert dat de staat de spiegel is van 's konings 'redelijkheid'? In feite leidt die spiegel alleen maar af: we zien de spelers erin op hun kop staan en dat is alles. Ze staan überhaupt veel, deze spelers. Ze mogen van de regisseur amper bewegen en àls ze dat al doen, dan in plechtige diagonalen of, heel even maar, stijlvol rennend langs de muren.

Niet zozeer om de fysieke maar om de cerebrale actie gaat het hier, om het debat. Sophokles' gloedvolle monologen en messcherpe dialogen lenen zich inderdaad voor zo'n aanpak, gesteld dat de acteurs precies weten welke kant zij op moeten debatteren. De acteurs van Adriaanse weten dat dus niet zo goed. Degenen in de kleinere (dubbel-)rollen redden het nog wel; Boris van der Ham doet het als klikkende en spionerende soldaat zelfs uitstekend. Ja, de jonge garde, bestaande uit Van der Ham en Mirjam Stolwijk, kan overweg met zo'n kale speelstijl die doorgaat voor modern.

Om de oudste nog bestaande toneelgroep van Nederland te moderniseren is die jonge garde immers bij De Appel binnengehaald. De Appel, dat was fysiek en energiek, uitbundig en dikwijls schmierend theater. Het werd een voorspelbare formule, uitgevoerd door een vergrijsd gezelschap. Aram Adriaanse en Aus Greidanus die van Erik Vos de artistieke leiding hebben overgenomen, staan voor de schier onmogelijke taak de traditie voort te zetten en tevens te vernieuwen. Dat schept onzekerheid, vooral onder oudere Appel-acteurs.

Carol Linssen doet in Antigone heus zijn best om ingetogen te spelen, maar soms houdt hij het niet meer en geeft zijn Kreoon zich toch over aan ouderwets gehuil en getier. Linssens aarzelende houding slaat over op Christine Ewert, die in haar eentje een schilderachtig-slonzig koor vertolkt, echt à la De Appel, maar die als de ziener Teiresias volkomen stijf en futloos is. Carline Brouwer, toch ook al een tijdje in dienst bij De Appel, heeft de prilheid van de jongere acteurs maar niet hun vanzelfsprekende flair: haar Antigone (en ook haar bode) blijft bleek en onopvallend.

Had Adriaanse haar minder goddelijke deugd en meer aardse ondeugd meegegeven, dezelfde halsstarrigheid en rigiditeit bijvoorbeeld als die van Kreoon, dan was Antigone in elk geval voor heidenen een stuk interessanter geweest.

    • Anneriek de Jong