Westen vatbaar voor Azië-virus

De Azië-crisis dreigt van een lokale gebeurtenis een mondiaal probleem te worden. Crisisbeheersing wordt ook voor het Westen een prioriteit.

DEN HAAG, 24 NOV. In Azië vallen landen als financiële dominostenen. Europa, gefixeerd op de Economische en Monetaire Unie, lijkt het nog niet te zijn opgevallen, maar de financiële crisis van het Verre Oosten dreigt over te slaan naar andere delen van de wereld. In de Verenigde Staten kan een negatieve politieke reactie leiden tot een internationale vertrouwenscrisis. Nu de problemen in Azië zich als een olievlek steeds verder uitbreiden staan de stabiliteit van het internationale banksysteem en het stelsel van open internationale handel op het spel.

Dit weekeinde heeft Zuid-Korea zich bankroet bij het Internationale Monetaire Fonds gemeld en zijn in Japan twee grote financiële instellingen kopje-onder gegaan.

Slechts weinigen lijken zich nog bewust van de ernst van de dreiging. Op de APEC-top dit weekeinde in Vancouver hebben de politieke leiders van de Aziatische landen, Canada en de VS in sussende termen over de crisis gesproken. Alleen het Internationale Monetaire Fonds en het Amerikaanse ministerie van Financiën houden zich actief met crisisbeheersing bezig.

Met weinig overdrijving kan worden vastgesteld dat de nabije toekomst van de internationale economie in handen ligt van twee mensen: Stanley Fischer, de onderdirecteur van het IMF, en Larry Summers, de Amerikaanse onderminister van Financiën. Zij bedrijven op het ogenblik een financiële pendeldiplomatie zoals de wereld sinds het uitbreken van de Latijns-Amerikaanse schuldencrisis in 1982 niet heeft meegemaakt. Zoals toen geldt ook nu dat het niet zeker is of het internationale financiële stelsel overeind blijft.

De internationale verwevenheid van de wereldeconomie is nu haar kwetsbare Achilleshiel. Toen deze zomer de crisis begon in Thailand (en eigenlijk daarvoor al in Tsjechië met een nauwelijks opgemerkte devaluatie van de munt), kon er nog schouderophalend over worden gedaan. De vertoning in Maleisië met zijn xenofobe premier die een westers-kapitalistisch-joods complot achter de financiële aanval op zijn land ontwaarde, was vooral pijnlijk. Zelfs toen de moeilijkheden oversloegen naar Indonesië, wegens zijn bevolkingsomvang een belangrijk land, waren de gevolgen nog te overzien. Pas toen eind oktober de effectenbeurs van Hongkong instortte, bestond even de vrees dat dit het begin was van een wereldwijde crash. De paniek waaide over.

Nu is Zuid-Korea aan de beurt en hiermee krijgt de crisis een andere dimensie. Zuid-Korea is de elfde industrienatie ter wereld, lid van de club van ontwikkelde rijke economieën en een strategische steunpilaar van de VS in de regio.

Pagina 13: Spiraal van economische teruggang nu reëel gevaar

Zuid-Korea heeft een bruto nationaal product van 500 miljard dollar, groter dan dat van Nederland. Sinds Groot-Brittannië in 1976 is het niet voorgekomen dat een vooraanstaand industrieland zijn toevlucht zoekt bij het IMF.

Het gevaar voor een spiraal van economische teruggang is plotseling reëel. Zuid-Korea heeft grote belangen in het buitenland, investeringen in West-Europa, uitstaande bankleningen in andere landen. In het kielzog van Korea's industriële conglomeraten, de chaebols, zijn Koreaanse banken in de Aziatische regio, maar ook in Latijns Amerika, Oost-Europa en Rusland uitzonderlijk actief. Een aantal van die chaebols is bankroet. Omgekeerd hebben Westerse en vooral Japanse banken aanzienlijke bedragen uitstaan in Korea.

Drie acute bedreigingen doen zich voor. De eerste is de overvloed aan industriële productiecapaciteit die de afgelopen jaren met particulier buitenlands kapitaal in Azië is opgebouwd. Nu de munten van de Aziatische 'tijgers' (uitgezonderd de Hongkong dollar) drastisch zijn gedevalueerd, is de export van deze landen veel goedkoper geworden. Tegelijk stagneert de regionale groei, waardoor de afzetmarkt in Azië wegvalt. Een vloedgolf van goedkope producten zal zich dus richten op de koopkrachtige Westerse markten.

Met name in de VS kan dat leiden tot versterking van de roep om handelsprotectionisme: de Amerikaanse handelsbalans vertoont dit jaar al een verslechtering, terwijl de effecten van de Aziatische devaluaties nog niet eens doorwerken. President Clinton staat op internationaal-economisch terrein uitgesproken zwak: deze maand dwong het Congres hem het verzoek voor nieuwe handelswetgeving in te trekken en onthield het hem goedkeuring voor de Amerikaanse bijdrage aan een IMF-fonds voor noodsituaties.

Het tweede probleem heeft te maken met de kwetsbaarheid van financiële instellingen. De Aziatische banken hebben grote bedragen geleend aan lokale ondernemingen die allesbehalve kredietwaardig zijn. Zolang sprake was van hoge groei, was dat geen probleem: die hield de rotte bankleningen verborgen. Maar nu de tijger-economieën plotseling stagneren, worden de 'slechte leningen' in volle omvang zichtbaar. Die concentreren zich in de speculatieve vastgoedsector, in grootschalige infrastructurele projecten en in conglomeraten waaraan banken verplicht waren kredieten te verstrekken in het kader van nationale industriepolitiek. In veel van deze gevallen is sprake van croonyism, de vaak corrupte verwevenheid van de financiële, zakelijke en politieke elite in Aziatische landen.

Hier wreekt zich het gebrek aan hervormingsgezindheid in Azië. Verblind door het ogenschijnlijke succes van het 'Aziatische wonder' hebben regeringen de hoognodige liberalisering van de economieën tegengehouden. Azië is blijven steken in een vorm van staat-gestuurd kapitalisme. De hervorming hiervan wordt nu met harde hand van buitenaf opgelegd.

Daarnaast hebben bankiers, zakenlieden en politici in Azië er te lang op vertrouwd dat de comfortabele situatie van vaste wisselkoersen in hun landen zou blijven bestaan. De gewoonte om dollars in het buitenland te lenen en het geld uit te zetten in de lokale valuta's is, na de devaluaties die de internationale financiële markten sinds de zomer hebben afgedwongen, een kostbare aangelegenheid geworden. Goedkoop geleende dollars moeten nu duur worden terugbetaald. Dit verklaart enerzijds de hardnekkigheid waarmee overheden getracht hebben de wisselkoersen te verdedigen, waardoor de centrale banken hun deviezenreserves hebben verspeeld. Anderzijds vormen devaluaties, deviezenschaarste en de weigering van buitenlandse banken om nieuwe leningen te verstrekken de katalysator van de crisis.

De enorme portefeuilles niet-inbare leningen en de berg kortlopende dollarleningen die moeten worden terugbetaald hebben het Aziatische bankwezen in acute geldnood gebracht. Hier komt de derde risicofactor in het spel: Japan. In een geordende wereld zou Japan de rol van financiële helpende hand in de regio op zich nemen, zoals de VS dat voor Latijns Amerika doen. Het zou betekenen dat Japan deviezen in de noodlijdende Aziatische economieën pompt en bereid is zijn markten te openen voor hun goedkopere producten. Maar op beide punten schiet Japan schromelijk tekort. Japan is niet gewend aan een leidersrol. De yen is nauwelijks een internationale reservemunt, het land heeft geen mechanisme om snel financiële middelen beschikbaar te stellen en zijn markt is nog altijd afgeschermd. De Japanse economie probeert zich al zeven jaar te herstellen van de dramatische luchtbel-episode uit de jaren tachtig. Hoe kwetsbaar Japan is, blijkt uit het bankroet van de Hokkaido Takushoku Bank en Yamaichi, respectievelijk de elfde bank en het het vierde effectenhuis van Japan.

Japan maakt de omgekeerde beweging van die welke dringend gewenst is. Japanse banken trekken zich terug uit Aziatische markten. Ter dekking van hun verliezen zijn Japanse - en Zuid-Koreaanse - banken gedwongen hun posities op andere financiële markten, bijvoorbeeld in Londen, Frankfurt, Chicago en New York, te verminderen. Als dat gebeurt, dreigt de regionale neerwaartse spiraal van dalende effectenkoersen om te slaan in een wereldwijde neerwaartse spiraal.

De verwevenheid van internationale handel en van financiële markten zijn onder normale omstandigheden een welvaartsverspreidend verschijnsel. In crisissituaties werken ze als de transportband voor het overbrengen van de problemen. Aldus kan het virus van de Aziatische deflatie zich met electronische snelheid verspreiden naar West-Europa en de VS. Aan de internationale instituties is nu de taak het gevaar tijdig te keren.