Voor premier Netanyahu is vrede met de Arabieren eigenlijk een hersenschim; Hergroepering in M-Oosten gevaar voor Israel

De Israelische bondgenoot wordt onder premier Netanyahu voor de Verenigde Staten een schadepost. Dat is ook een groeiend probleem voor Netanyahu zelf, voor wie de deuren van het Witte Huis niet meer open gaan.

TEL AVIV, 24 NOV. Israel wordt zo beheerst door zijn binnenlandse problemen dat het nauwelijks acht heeft geslagen op de strategische veranderingen die zich in het Midden-Oosten voltrekken. Het verloop van de Iraakse crisis heeft gedemonstreerd dat de internationale coalitie die de Amerikaanse president George Bush in 1991 tegen Irak op de been wist te brengen een fata morgana is geworden. De Arabische landen die zich toen voor de bevrijding van Koeweit van de Iraakse bezetter onder Amerikaanse militaire regie lieten mobiliseren lieten het dit keer afweten. Vandaar dat de gezaghebbende Israelische krant Ha'arets gisteren de Iraakse president Saddam Hussein uitriep tot de overwinnaar van de wekenlange confrontatie met de Amerikaanse president Bill Clinton. Ondanks het militaire machtsvertoon van de VS op zee en in de lucht rond Irak wist Saddam Hussein volgens Ha'arets de zwakte van de Amerikaanse diplomatieke positie in het Midden-Oosten bloot te leggen.

Het is niet makkelijk voor een Israelische commentator om te concluderen dat Israels vijand Irak Israels strategische bondgenoot heeft overtroefd. Volgens de Jerusalem Post heeft Saddam Hussein met Russische hulp de VS, “de politieman van de wereld, weten voor te stellen als een aanrommelende politieagent in een klein stadje”.

Voor het verloop van het Israelisch-Palestijns-Arabische vredesproces is dit, perceptie of feit, een zorgwekkende ontwikkeling. De Golfoorlog opende in 1991 en daarna een mogelijkheid de Arabische landen die met de VS tegen Irak hadden gevochten, in te kapselen in een pax-Americana met Israel: een brede strategische alliantie in het Midden-Oosten waarbij Turkije als Amerikaans bondgenoot aansluiting kon vinden. Op basis van dat strategische uitgangspunt hebben zich de afgelopen jaren intieme militaire betrekkingen tussen Israel en Turkije ontwikkeld.

Uit deze strategische hergroepering in het westelijke deel van het Midden-Oosten werd na de vredesconferentie in Madrid het Israelisch-Palestijnse 'Oslo-akkoord' geboren. Dat Israel moe was van de in 1987 begonnen Palestijnse volksopstand, de intifadah, was ongetwijfeld ook een van de redenen dat premier Yitzhak Rabin overstag ging en de Palestijnse leider Yasser Arafat in Washington, onder het toeziend oog van president Clinton op het bordes van het Witte Huis, de hand reikte. Belangrijker was echter dat de strateeg Rabin (opperbevelhebber in de oorlog van 1967) tot de conclusie kwam dat Israel in het 'nieuwe Midden-Oosten' na de Golfoorlog risico's voor vrede kon nemen en de weg van 'land voor vrede' kon opgaan.

De overtuiging van diens opvolger, Benjamin Netanyahu, dat vrede met de Arabieren eigenlijk een hersenschim is en Israel zich beter achter hoge muren verder kan ontwikkelen, lijkt te zijn versterkt door het verloop van de jongste fase van de in 1991 begonnen internationale campagne tegen Irak. Als het machtige Amerika zijn Arabische klanten niet voor een rechtvaardige zaak - VN-controle op de Iraakse productie van massavernietigingswapens - kan optrommelen, hoe kan Israel dan wel op het Arabische vredeswoord vertrouwen? Het probleem met dit in Likud-Israelische regeringskringen gangbare denkpatroon is dat vanuit Washington en de pro-Westerse Arabische hoofdsteden gezien het 'Israel van Netanyahu' in niet geringe mate verantwoordelijkheid draagt voor het falen van de Amerikaanse diplomatie om de Arabische anti-Iraakse coalitie van 1991 nieuw leven in te blazen. Netanyahu heeft het Israelisch-Palestijnse vredesproces, dat het vlaggeschip werd van de Amerikaanse diplomatie in dit deel van de wereld, zo systematisch ondermijnd dat in de Arabische hoofdsteden grote twijfels zijn gerezen over het evenwichtig karakter en de slagvaardigheid van de Amerikaanse buitenlandse politiek. Dat is de frustratie van president Clinton - die dat volgens Israelische kranten vrijdag in het Witte Huis tegenover Netanyahu's voorganger Shimon Peres heeft verwoord - en een groeiend probleem voor Netanyahu voor wie de deur van het Witte Huis (nog) niet opengaat.

De Israelische bondgenoot wordt onder Netanyahu een schadepost voor de Amerikaanse diplomatie in het Midden-Oosten. Aanvankelijk droeg Washington die last zonder mokken. Nu in de Amerikaanse hoofdstad het idee veld wint dat Israels weigeringspolitiek jegens de Palestijnen ook de Amerikaanse diplomatieke positie in het Midden-Oosten onderuit haalt is, weegt de last van het bondgenootschap met Israel dubbel zwaar. Temeer omdat, zoals ex-premier Peres opmerkte, president Clinton (om Amerikaanse binnenlandse redenen) Netanyahu niet in de houdgreep kan nemen.

Uiteindelijk zal Israel de gevolgen van de hergroepering van politieke krachten in het Midden-Oosten, uit het Amerikaanse krachtenveld naar onafhankelijker posities, moeten dragen. De hernieuwde toenadering tussen Irak en Syrië, na een ideologische breuk van 17 jaar en Syrische deelname aan de militaire campagne tegen Irak in 1991, moet voor Israel een waarschuwingssignaal zijn om de rem op het vredesproces met de Palestijnen los te laten en ook de draad met Damascus weer op te nemen.

Ditmaal zijn er geen Iraakse Scud-raketten op Israelische steden afgeschoten. De winst die de Iraakse president Saddam Hussein in de Arabische wereld op de Amerikaanse diplomatie heeft behaald is ook Arabische winst op Israel. De Iraakse president Sadam Hussein is voor veel Palestijnen een Arabische held gebleven. In steden in Gaza en op de Westelijke Jordaanoever prijkt diens foto broederlijk naast die van Yasser Arafat.