Ten Oorlog, twaalf uur Shakespeare in Gent, met gedrevenheid vertolkt; ,Compassie met Risjaar Modderfokker III

Voorstelling: Ten Oorlog naar Shakespeare van Tom Lanoye door Blauwe Maandag Compagnie cs. Regie: Luk Perceval. Decor: Katrin Brack. Licht: Enrico Bagnoli. Kostuums: Ilse Vandenbussche. Spelers: Jacob Beks, Jan Decleir, Wim Opbrouck, Lucas Van den Eynde e.v.a. Gezien: 22/11, Vooruit, Gent. Nog te zien: deSingel, Antwerpen t/m 20/12. Schouwburg Rotterdam 7 t/m 24/1 (de delen zijn ook afzonderlijk te zien, marathons alleen in de weekends). Inl. België: 0032 3 248 28 28. Inl. Rotterdam: (010) 411 81 10.

Het geluid van ijzer op ijzer weerklinkt en in het aanzwellende licht staat een koning die zichzelf kroont. Twaalf uur en talloze slachtoffers van dat ijzer op ijzer later kijken we nog steeds naar een koning - die zichzelf onttroont. De cyclus, voortgestuwd door de opkomst en ondergang van zes koningen, is rond. De toorn van de vooral door zichzelf verraden Richard II eist zijn laatste tol als Richard III samen met het tafeltje waaraan hij zijn galgenmaal nuttigt achterover tuimelt. Zijn delirische smeekbede om “a horse...Mijn fokking kroon voor (-) a goddamn fokking piece of klotepaard” heeft hem niet geholpen. Zijn kroon ligt voor het oprapen, voor Richmond, lid van het geslacht Tudor, die eindelijk een einde maakt aan de bloedige strijd tussen twee bloemen: de rode roos van het Huis Lancaster en de witte, van het Huis York.

Ten Oorlog, het kolossale theaterstuk naar Shakespeare van bewerker en schrijver Tom Lanoye, uitgevoerd door het Gentse gezelschap Blauwe Maandag Compagnie in de regie van Luk Perceval, is ten einde. Voor de laatste keer verblindt een uit de nok van het theater Vooruit in Gent naar beneden gezakte lantaarn het publiek, dat de marathon-prestatie van de spelers met een dankbare ovatie beloont.

Spelers die, in een half etmaal en in steeds andere gedaanten, van de toeschouwer een soort handlanger hebben gemaakt, voyeur maar ook deelgenoot van de samenzweringen, de wraak en het verraad op het toneel. Wij, de getuigen, zijn net zo onbetrouwbaar geworden als de verraders die we gadesloegen: zelfs de wreedste moordenaar kan uiteindelijk nog op onze compassie rekenen. Dit Ten Oorlog, dat ons tot verzuipens toe onderdompelt in menselijke bloeddorst, perverteert evenzeer.

Zie hem tuimelen, die Risjaar Modderfokker den Derde zoals Lanoye hem herdoopt heeft, die bloedhond der bloedhonden - en besef dat je op dat moment zelfs van hem houdt, zoals ook Richaar Deuzième, Hendrik Vier, Hendrik de Vijfden en de Zesde 'van die naam' en Edwaar the King in je onvoorwaardelijke liefde delen. Perceval en Lanoye hebben er alles aan gedaan om onze weerzin jegens hen te wekken - en dat lukt ook, maar zijn ze eenmaal gesmoord in hun eigen bloed en dat van hun slachtoffers, dan vallen we ten prooi aan een onverklaarbare weekheid waar zij, zelfs toen hun opperste macht dat met gemak toeliet, bepaald geen last van hadden.

In de verdwazing waarin we achterblijven, overheersen beelden. In de eerste plaats van het decor en het licht, respectievelijk van Katrin Brack en Enrico Bagnoli. Brack situeert de bewerking van de acht oorspronkelijke stukken van de Rozenoorlog op drie reusachtige elkaar trapsgewijs overlappende eikenhouten vlonders. Onverstoorbare Zen-sobere esthetiek, die niets aan schoonheid inboet, als uitsparingen in het hout later dienst doen als vijver of tafel of als achterwand. Even wonderbaarlijk belicht door Bagnoli die de spelers gevangen zet in rechthoeken en vierkanten en de rimpelingen van het vijverwater op de achterwand laat reflecteren als vlammen en aldus eeuwige onverzoenlijkheid verbeeldt.

Dat water, waarin Risjaar Modderfokker zijn 'bruur' Sjors verzuipt, is onvergetelijk. Voor deze moord hebben de broers Edwaar, Sjors en Risjaar, vorstelijke telgen van Huize York, het al gebruikt als graf voor de lijken van hun slachtoffers, die er tergend lang in blijven weken. Ze zijn de Reservoir Dogs van Tarantino, blaffers in de hand en vuilbekkend in L.A.-rap, dat van modderfokker-slang en vet Vlaams aan elkaar hangt, onvervalst streetkid-jargon, door Lanoye in onberispelijke vijfvoetige jamben gevangen.

Dat water dus, is ook het knekelveld waar Risjaar III de nagedachtenis van de zoontjes van Edwaar The King, een bootje en een voetbal, op laat drijven en het is de bron van een waterballet dat het wufte Franse leger onder aanvoering van le roi Louis ten beste geeft. Glibberend op het spiegelgladde opgewreven hout, zorgen zij voor de onmisbare vrolijke momenten in het verhaal van wraak op wraak en bloed tegen het eigen bloed.

Ten Oorlog bestaat uit drie delen. In De Naam Van De Vader En De Zoon omvat Richard II, het uit twee stukken bestaande Hendrik IV en Hendrik V. In Zie De Dienstmaagd Des Heren wordt Hendrik IV (drie stukken) overvleugeld door zijn echtgenote Margaretha di Napoli, die in Shakespeare's oorspronkelijke door mannen overheerste stukken de vrouwelijke component vertegenwoordigt. Ten slotte zien we in En Verlos Ons Van Het Kwade de tot zieke huisvader verschrompelde Edwaar the King (een plaszak bungelend uit zijn pyjama-broek) bezwijken en het door hem verdoemde “verlept gezwel from hell”, titelheld van Richard III naar de macht grijpen.

Lanoye en Perceval beginnen in de middeleeuwen en eindigen in onze tijd. Richard II, vertolkt door een weergaloze Wim Opbrouck, draagt slechts een lange, gewatteerde rok. Hij troont op een aambeeldvormig zeteltje, des te reusachtiger door het historische kind-koninginnetje (Kyoko Scholiers) dat aan zijn dij kleeft. Zij symboliseert de onschuld, als haar eerste menstruatie haar witte kleedje met bloed besmeurt, maar haar echtgenoot, spilziek en een gedroomde, aan pluimstrijkerij ten onder gaande titelheld is nauwelijks schuldiger. Hij is tragisch.

De primitieve blote torso's zijn in de volgende delen gehuld in khaki kolonistenpakken, in patserig-glimmende makelaarskostuums en ten slotte in het witte overhemd en de zwarte broek die Richard III-vertolker Jan Decleir, naar je je voorstelt, in het normale leven ook draagt. De herhaaldelijk dreigend in het hout gestoken zwaarden zijn dan allang vervangen door pistolen, waarvan Risjaar Modderfokker er Lady Anna later éen toewerpt, te samen met een ring. Niet het pistool pakt ze, maar de ring, aldus, “ingepalmd met honingzoete woordjes” haar trouw bezegelend aan de moordenaar van haar man.

Beelden overheersen deze unieke enscenering, die net zo goed een monument van ongekende allure is als van hoogmoed. Lang niet steeds is duidelijk wat zich afspeelt, de gekortwiekte en van veel militaire en politieke verhaallijnen ontdane Shakespeare wemelt nog steeds van bloedverwante en rivaliserende personages. Door alle spelers met perfecte gedrevenheid vertolkt, met de op het laatst vrijwel solistisch opererende Jan Decleir als boegbeeld.

Het beeld van zijn tuimeling achter dat even huiselijke als eenzame eettafeltje overheerst, net als die meedogenloze vijver, plek des onheils, en de granieten symmetrie van de mise-en-scène van Richard Deuzième. Zei ik al iets over Falstaff, La Falstaff in Lanoyes bewerking, een travestiete eunuch, die 'Henkie-Penkie' zegt tegen Hendrik V, in diens ontsporende knapenjaren? Nee, zoveel blijft onvermeld, helaas.

    • Pieter Kottman