Schaatsduo jaagt elkaar naar wereldtop

Jan Bos en Erben Wennemars schaarden zich aan het begin van het schaatsseizoen bij de internationale sprintelite. Onafscheidelijk trekken beide 22-jarige sprinters uit Overijssel van baan naar baan.

CALGARY, 24 FEBR. Zodra ze wakker worden, maken de slapies Erben Wennemars en Jan Bos elkaar deelgenoot van hun dromen. Vlak voor de wereldbekerwedstrijden sprint in Calgary beleefde met name Wennemars, de lolligste én drukste van het stel, met zijn ogen dicht opmerkelijke nachtelijke avonturen. “Ik droomde dat ik hier op weg was naar een vijfendertiger en toen kwam de Zamboni op het ijs.”

De veegmachine bleef dit weekeinde in de 'garage' van de Olympic Oval tijdens de races van Wennemars. Toch slaagde hij er niet in om de 500 meter onder de 36 seconden af te leggen. Bos deed dat zaterdag wel. Zijn 35,77 betekende een nieuw Nederlands record. “En ik ben nog niet eens in topvorm. Tweede op de 500 meter, met al die indoorspecialisten, dat had ik niet verwacht.”

Waar Bos is, hoef je nooit ver te zoeken naar Wennemars. En wie Wennemars ontwaart, weet dat Bos in de buurt moet zijn. Gisterochtend gingen beide sprinters daar net iets te ver in. Bij de training, een paar uur voordat de wedstrijden op de tweede dag van de wereldbekerwedstrijden begonnen, sneed de schaats van Bos in de rechterwijsvinger van Wennemars. Het bloed spoot over de baan en liet rode plekken op zijn schaatspak achter. Drie hechtingen en tien minuten later stond hij weer op het ijs. Erben Wennemars is een bijtertje. “Ik dacht: hechtingen erin rammen en weer schaatsen.”

Zaterdag stonden Wennemars en Bos naast elkaar bij de start van de 1.000 meter. “Wie de rit wint, pakt het wereldrecord”, had bondscoach Peter Mueller hen als een smakelijke worst voorgehouden. Bos had eerder op de dag al een voortreffelijke 500 meter gereden, Wennemars had het met een verbetering van zijn persoonlijke record (36,05 seconden) ook niet slecht gedaan. “Zeker nadat Peter die opmerking over het wereldrecord had gemaakt, ben ik als een kamikaze van start gegaan”, reconstrueert Wennemars. “Lekker rammen, met twee losse handen. Dat is ook wel zo leuk voor het publiek.”

Wennemars schoot als een geweldenaar over de baan, met een hoog bewegingsritme, schijnbaar ongecontroleerd. Bos daarentegen bewoog zich vloeiend voort, technisch vrijwel volmaakt. “Vooral in de eerste ronde had ik veel aan Erben”, zegt Bos. “Ik dacht al snel: dit gaat 'm worden. Op een gegeven moment voelde ik dat ik naar hem toe gezogen werd.” Als Bos schaatst, lijkt hij allerminst harder dan 50 kilometer per uur over het ijs te gaan, maar schijn bedriegt. Wennemars: “Soms denk ik, Jan, trap eens een beetje door. Want het lijkt helemaal niet zo snel.”

Bos en Wennemars fungeerden in de 1.000 meter-race als elkaars aanjagers, net als op de trainingen. “We moeten met mekaar naar de wereldtop en als we daar zijn maken we wel uit wie nummer één wordt”, zegt Wennemars over de dubbele houding in zijn concurrentiestrijd met vriend en ploegmaat Bos. Op de 1.000 meter stuwde Wennemars Bos naar 1.10,63 minuut, op dat moment een evenaring van het wereldrecord. Maar omdat de Japanner Horii die tijd vlak daarvoor had gereden, gold die van Bos niet als wereldrecord.

“Het zit allemaal zo dicht op elkaar, het is niet te geloven. Dit jaar wordt er nog wel 1.09 gereden”, voorspelt Bos. Zelf is hij een van de grootste kanshebbers om die onwaarschijnlijk snelle tijd op de kilometer te realiseren. “Over vier jaar wordt er op de Olympische Spelen in Salt Lake City 1.07 gereden”, bluft Wennemars.

Als gezworen kameraden zaten ze zaterdagmiddag op de bank, op het middenterrein van de Olympic Oval, nadat Bos daar zijn supertijd had gerealiseerd. Wennemars was oprecht blij voor zijn maatje. “Dit is prachtig. Zo vind ik het niet erg om tweede Nederlander te worden. Ik baal er wel van om met 1.10,97 slechts zevende te worden.”

Wennemars herinnert zich nog wanneer hij Bos voor het eerst de hand drukte. Het was ergens in 1994, nadat Bos wereldkampioen bij de junioren was geworden. Hoewel ze leeftijdgenoten zijn, keek hij enorm op tegen Bos, die toen al twee seizoenen deel uitmaakte van Jong Oranje. “Hij was op de ijsbaan in Deventer de enige die in een Aegon-jack rondliep, terwijl ik m'n oranje Stokvisdennenjack nog had, van de ijsclub. Ik heb hem toen gefeliciteerd met zijn titel en dat vond ik al heel wat van mezelf.”

Sinds het seizoen 1994-'95, toen ze in de kernploeg opleiding sprint werden opgenomen, zijn Bos en Wennemars onafscheidelijk. “Jan is een hele rustige jongen”, vertelt Wennemars. Daar kun je geen ruzie mee krijgen. Als we discussiëren en hij probeert zijn zin door te drijven, dan houd ik mijn mond maar. Op die manier kun je het lang met elkaar volhouden.”

De avond voor het wereldbekerweekeinde in Calgary gingen Wennemars en Bos elkaar nog te lijf in het hotel waar ze verbleven en waar ze ook deze week nog zullen doorbrengen. “Toen wilden we de strijd al beslissen”, zegt Bos lachend. “Met Pas toen coach Mueller tussenbeiden kwam, staakten de twee kemphanen de strijd. Wennemars: “Peter zei dat we onze energie beter konden bewaren.”

Naarmate de zondagmiddag vorderde, kreeg Wennemars steeds meer last van zijn gehechte vinger. Hij wentelde zich niet in excuses voor zijn tegenvallende prestaties op de 500 en 1.000 meter, maar hij had wel degelijk pijn gehad. “Ik heb overal last van. Ik was er ook met m'n kop niet bij, door die hand was ik uit mijn concentratie.”

Jan Bos, met een verse bos bloemen in zijn hand, verkeerde gisteren na twee races in een blakende gezondheid. “Ik zou nu nog wel een race kunnen rijden”, zei hij nog geen uur nadat hij het verse wereldrecord van de Zuid-Koreaan Lee op de 1.000 meter tot een paar honderdsten van een seconde was genaderd. Bos beseft dat hij nu een absolute wereldtopper is. “Dat is lekker ja. Het vorige seizoen heb ik goed afgesloten en dan is het ook wel zo prettig als je het in het nieuwe seizoen weer goed kan oppakken.”

Een Nederlandse sprinter die niet alleen zo gemakkelijk over wereldrecords praat maar er ook naar handelt, dat is een novum in de Nederlandse schaatsgeschiedenis. “Met de sprintwedstrijden van vorige week erbij zijn dit de twee beste weken voor het Nederlandse sprinten ooit geweest”, zegt bondscoach Mueller. “Het niveau van het team is erg hoog. Bovendien hebben we veel respect van andere teams afgedwongen.”