Ramen opendoen

De dominee van Kortenhoef doet rare dingen. Raar in de zin van ongewoon, want Henk Abma, de 51-jarige hervormde predikant van Kortenhoef, gebruikt zijn kerkgebouw niet alleen voor de traditionele godsdienstoefening op zondagmorgen, maar ook voor tentoonstellingen.

Veel van zijn dorpelingen hebben daar grote moeite mee of ze zijn er zelfs faliekant tegen.

Al bijna twintig jaar duurt de strijd tussen Abma en een groot deel van zijn gemeente en geen van beide partijen lijkt bereid om water in de wijn te doen. En dus zijn in deze kerk uit de zestiende eeuw op zondagmorgen in twee achtereenvolgende diensten verschillende predikanten op de kansel te vinden. Abma, de zoon van ds. H.G. Abma, het vroegere Tweede-Kamerlid voor de SGP, is de meest spraakmakende van de twee. Hij bedient een zogenoemde “oecumenische streekgemeente”, een ratjetoe van gelovigen die van heinde en ver komen en die de zondagse dienst vooral beleven als een literair-intellectuele gebeurtenis.

In 1976, na de afronding van zijn theologische studie in Amsterdam, kwam Abma hierheen en hij is er ondanks of dankzij de vele moeilijkheden, problemen en langlopende ruzies die zijn manier van prediking en presentatie met zich meebrachten, niet meer weggegaan.

Veelal veranderen dominees zo'n iedere zes, zeven jaar van standplaats, maar Abma bleef. En zo hij al anders zou willen, hij is in de wijde omtrek zo in opspraak geraakt, dat hij moeilijk meer uit het plassengebied weg kan komen.

Wat hij doet en propageert is echter belangwekkend. Of hij een echte dominee is of meer een enthousiaste literaire artiest of kunstenaar, blijft ook na een lang bezoek aan de prachtige pastorie van Kortenhoef onduidelijk.

Abma wil wat, hij is een gedrevene. Hij wil kunst en religie combineren zonder het ene tot bijwagen van het andere te maken. Zowel religie als kunst heeft naar zijn mening “met een ander zicht op de werkelijkheid” te maken. Religie dreigt volgens Abma “vast te lopen in clichés en grote woorden en in plakkerigheid en in-crowd-taal. Door de combinatie met hedendaagse kunst en literatuur en door in en rond de kerk allerlei exposities te organiseren, blijven de ramen open”. Op die manier is het volgens hem mogelijk “de religieuze beeldtaal en de godsdienstige metaforen voortdurend te blijven vernieuwen”.

De Kortenhoefse predikant doet dit niet alleen door bij het kerkhof manifestaties van alternatieve grafkunst te houden, maar ook door in de zondagse liturgie nogal sterk af te wijken van de gangbare tradities. Voor een kerkganger van de oude snit zweemt het naar zoiets als “heiligschennis” als er op zondag niet twee “schriftlezingen”, niet twee bijbellezingen, een uit het Oude en een uit het Nieuwe Testament, zijn.

Ook Abma houdt twee schriftlezingen, de ene uit de bijbel en de andere uit een hedendaags literair werk, meestal poëzie.

Bijbel en eigentijdse cultuur ziet hij als communicerende vaten. Zo zijn er op sommige zondagen thematische en experimentele diensten waarbij ook vanuit andere religies, vooral het jodendom, bijdragen worden geleverd. Op andere zondagen zijn er “liturgische collages” waarbij gedurende een langere periode uit één bijbelboek gelezen wordt naast eigentijdse poëzie of andere beeldtaal.

Geen kunst als illustratie bij een heimelijk vaststaande waarheid, maar een oefening in associatieve openheid waardoor mensen iets ontdekken wat ze langs de gewone wegen niet zó gevonden zouden hebben. Dan zijn er ook nog diensten die geen diensten genoemd mogen worden, bijeenkomsten voor mensen die in Kortenhoef hun allergie voor orgel en liturgie niet kunnen overwinnen.

In het voorjaar is er meestal een grote thematische tentoonstelling in de kerk of in de tuin van de pastorie. Vaak in relatie tot 4 en 5 mei, zoals 'Al die namen, al die meeverbrande namen' (Celan) in 1995, maar ook andere: 'Hedendaagse visies op de dood' (1992), 'Herinnering als verwachting', over verandering van grafmonumenten (1993), 'Twee overzijden die elkander vroeger schenen te vermijden' (1996) en 'Nooit zag ik Awater zo van nabij', kunstenaars in gesprek met Martinus Nijhoff (1997).

Ook werd vorig najaar voor de tiende keer een expositie gehouden van beelden voor blinden én zienden. Het idee daarvoor was ooit, toen de Muur er nog stond, overgewaaid door contacten met Oost-Duitse en andere Oost-Europese kunstenaars.

Met zijn ideeën over religie en kunst staat dominee Abma niet meer helemaal alleen. Door de Haagse remonstrantse predikant Johan Goud en door voorganger Taco Noorman van de hervormde Laurenskerk in Rotterdam worden soortgelijke gedachten gesmeed of inmiddels al uitgevoerd.

Ook de stichting de Rode Hoed in Amsterdam onder leiding van Huub Oosterhuis en Coos Huijssen, werkt met succes in die richting.