Monument Thessaloniki voor joodse slachtoffers Holocaust

ATHENE, 24 NOV. De Griekse president Stefanópoulos heeft gisteren in Thessaloniki een monument onthuld ter nagedachtenis aan de ruim 50.000 joodse burgers van die stad die tijdens de Tweede wereldoorlog in Duitse concentratiekampen zijn omgekomen. De plaatselijke joodse gemeente van ongeveer 1.500 zielen die de Holocaust heeft overleefd, had sinds 1954 op de oprichting van zo'n monument aangedrongen, maar stuitte op de onverschilligheid van de opeenvolgende regeringen.

Zelfs Melina Merkouri, acht jaar lang minister van Cultuur onder de socialistische PASOK, bleef in dit opzicht ongevoelig.

Joden wonen in Griekenlands noordelijke hoofdstad al sinds de tweede eeuw voor Christus, maar de grote toeloop kwam na 1492 toen zij uit Spanje werden verdreven. Onder de Turkse heerschappij vormden zij de grootste bevolkingsgroep en nog deze eeuw, voordat in 1922 de Griekse vluchtelingenstroom uit Turkije op gang kwam, was Thessaloniki een half joodse stad. De haven ging bijvoorbeeld op zaterdag dicht. Er waren 19 synagogen.

De stad bleef tot niet lang geleden onder de naam Solun een rol spelen in de aanspraken van de Joegoslavische republiek Macedonië. Dat heeft er ongetwijfeld toe bijgedragen dat bij de Grieken de neiging overheerste het 'totaal Griekse' karakter van Thessaloniki te benadrukken en het joodse stempel uit het verleden te bagatelliseren, hetgeen ook in het onderwijs tot uitdrukking komt. Dit jaar, waarin Thessaloniki culturele hoofdstad van Europa is, heeft het joodse aspect wat meer aandacht gekregen - er is een joods museum geopend en een tweede op komst. Maar de kleine joodse gemeente is nog geenszins tevreden. Zij had bijvoorbeeld gehoopt dat het monument zou worden geplaatst op het meer centraal gelegen Plein van de Vrijheid - overigens momenteel parkeerplaats - waar in 1943 de joodse mannen bijeen werden gedreven. Het is nu meer aan de rand van de stad terechtgekomen, waar vroeger een grote joodse arbeidersbuurt was, op een plein dat al eerder 'Plein van de Joodse Martelaren' heette.

De voorzitter van de joodse gemeente, Andreas Sefichas, hield daags voor de inwijding een persconferentie waarin hij klaagde over nieuwe symptomen van antisemitisme. Zo was de sokkel van het monument met anti-joodse symbolen beklad - er is sindsdien bewaking gekomen - en hebben betogers ook 'zionisten' de schuld gegeven van een Grieks-Turks economisch seminarium dat kort tevoren in de stad werd gehouden en waartegen felle demonstraties plaatshadden. Hij noemde voorts de recente verwoesting van de joodse begraafplaats bij Tríkala, een stadje in Midden-Griekenland. Het ontbrak ook niet aan dreigende telefoontjes, zo zei hij.

De plechtigheid van gisteren verliep ongestoord, in aanwezigheid van regeringsvertegenwoordigers van Israel, de Verenigde Staten en Duitsland, Griekse ministers en oppositieleider Kostas Karamanlis. Minister van Buitenlandse Zaken Pángalos hield een rede waarin hij - stellig doelend op de onderdrukking van de Koerden - onder andere zei: “Ook nu vinden er genocides plaats, sommige dicht bij onze grenzen. Maar ook nu doet de beschaafde wereld op zij van niets weet.”

    • Frans van Hasselt