Leegloop bedreigt vereniging behoud IJsselmeer

De Vereniging tot Behoud van het IJsselmeer kampt met veel ledenverlies, maar van opheffing willen de overblijvers niets weten. Samenwerking met andere milieu- en natuur-beschermingsorganisaties moet uitkomst bieden.

ROTTERDAM, 24 NOV. De Vereniging tot Behoud van het IJsselmeer (VBIJ) - een kwart eeuw geleden opgericht als pressiegroep tegen de inpoldering van de Markerwaard - verkeert in grote financiële problemen. Het aantal leden is de afgelopen jaren teruggelopen van ruim 6.000 tot 4.500, waardoor een einde dreigt te komen aan het zelfstandig bestaan van de vereniging.

Volgens de voorzitter, dr. C. Hermann, is er structureel te weinig geld om de ambities van de vereniging - verantwoord beheer en behoud van de voormalige Zuiderzee - te financieren. De vereniging kan zich slechts twee personeelsleden permitteren, waardoor volgens Hermann de situatie is ontstaan “dat vrijwilligers allerlei ingewikkelde klussen moeten doen”. Als voorbeeld wijst zij op de discussie over Schiphol, die uit pure nood moest worden bijgewoond door bestuursleden. “Normaal gesproken zou dat een betaalde kracht moeten doen.”

Van opheffing willen de leden niets weten. Tijdens een ledenvergadering eerder deze maand werd besloten aansluiting te zoeken bij andere milieu- en natuurorganisaties. De voorkeur gaat uit naar een van de groeperingen die zijn aangesloten bij het zogenoemde waterpact (Waddenvereniging, Werkgroep Noordzee en Stichting Reinwater). Met de Waddenvereniging - “objectief gezien de meest passende partner” - zijn inmiddels oriënterende gesprekken gevoerd.

Voorzitter Hermann wil niet op de zaken vooruitlopen. “We hebben van onze leden het mandaat gekregen de koers te wijzigen. We voeren nu overleg met andere organisaties om de continuïteit van de VBIJ te waarborgen. We zoeken naar verwante organisaties. De Waddenvereniging is er daar slechts één van.” In februari 1998 hoopt de VBIJ een plan te presenteren waarin de nieuwe koers wordt uitgezet.

De tijd van het “pure actievoeren” is voorbij, erkent Hermann. Natuur- en milieuorganisaties zijn volgens haar in toenemende mate “geprofessionaliseerd”. Ze wijst op de discussie over de ruimtelijke ordening in Nederland: “Die vereist een behoorlijke expertise en een grondige vakkennis; anders word je zo van tafel geveegd. Actievoeren is nog wel belangrijk als signaal, maar het zet weinig zoden aan de dijk. Wil je als organisatie het overheidsbeleid daadwerkelijk beïnvloeden, dan zul je een alliantie moeten vormen met gelijkgestemden. Dat kun je niet in je eentje.”

Het bestuur gaat de komende maanden onderhandelen met collega-organisaties die eventueel een beleidsmedewerker voor het IJsselmeer kunnen huisvesten en de administratie van de vereniging op zich willen nemen. De twee vaste medewerkers komen op den duur op straat te staan.

Het doel heiligt de middelen, vindt Hermann. “Het behoud van het IJsselmeer staat voorop. Als daarvoor de huidige structuur moet worden opgegeven, dan is dat jammer. Als we de belangen van het IJsselmeer willen blijven verdedigen, is aansluiting bij een andere vereniging de meest reële optie.”

Het oorspronkelijke doel van de VBIJ is dan wel bereikt - in 1991 zag het toenmalige kabinet-Lubbers af van inpoldering van het zuidelijke IJsselmeergebied - maar volgens Hermann is dat nog geen reden om op de lauweren te rusten.

De rijksoverheid ziet de Markerwaard nog steeds als een mogelijke locatie voor de uitbreiding van Schiphol, aldus de voorzitter. Daarnaast zijn er de gemeenten die hun eigen 'mini-Markerwaard' willen aanleggen. “Het IJsselmeer wordt bedreigd door een veelkoppig monster. Je weet nooit met welke kop het nu weer gaat bijten.”

Als voorbeeld noemt ze het Amsterdamse referendum van begin dit jaar over de nieuw aan te leggen woonwijk IJburg in het IJmeer. “Zo'n 130.000 Amsterdammers zeiden: niet doen. Maar de getalsmatige drempel lag zo hoog, dat je op die manier nooit een meerderheid krijgt.”

Voor de VBIJ ziet Hermann dan ook nog steeds een belangrijke toekomstige rol weggelegd. “Het IJsselmeer is het grootste ondiepe zoetwatergebied van West-Europa. Als je ziet hoe daar dagelijks duizenden vogels neerstrijken om te rusten en voedsel te vinden: dat is fantastisch, daar mag je niet aankomen, daar moet je zuinig op zijn.”