J.M. Aarden 1914 -1997; Politicus zijns ondanks

DEN HAAG, 24 NOV. In zijn woonplaats Voorburg is gisteren, 83 jaar oud, J.M. Aarden, een van de oprichters van de Politieke Partij Radicalen (PPR), overleden. Hij was van 1962 tot 1968 voor de KVP lid van de Tweede Kamer en daarna tot 1972 voor de PPR. In 1973 trok hij zich terug uit de actieve politiek en werd (tot 1985) lid van de Raad van State.

Jacques Marinus Aarden behoorde tot een groep KVP'ers die het niet eens waren met een motie van de toenmalige KVP-fractieleider Schmelzer die 14 oktober 1966 het einde inluidde van het centrum-linkse kabinet-Cals/Vondeling (1965-'66).

Aarden, die in de zogenoemde 'Nacht van Schmelzer' zelf met een liesbreuk in het ziekenhuis verbleef, heeft in die motie altijd de uitdrukking gezien van een ongewenste machtsstrijd tussen Cals en Schmelzer. Dat was een machtsstrijd die voor de links-sociale Aarden bovendien met Schmelzer een verkeerde winnaar kreeg. Al spoedig werd Aarden daarna in de Tweede Kamer, hoewel van nature zeker geen politieke frontsoldaat, leider van een naar hem genoemde groep christen-radicale medestanders die de KVP-fractie uit protest hadden verlaten. De PPR ontstond twee jaar later uit deze groep-Aarden - die versterking had gekregen van evangelisch-radicalen, onder meer uit de ARP - en zou zich in die tijd van deconfessionalisering en politieke polarisatie richten op liefst duurzame linkse (progressieve) samenwerking met PvdA en D66.

De PPR had daarmee een geheel andere politieke koers dan de KVP en de ARP, die met de CHU in de vroege jaren zeventig na enkele vooral voor de KVP rampzalige nederlagen in de stembus hun eerste stappen zetten op weg naar de uiteindelijke vorming van het CDA.

Aarden, die economie in Tilburg had gestudeerd, was in 1940 gaan werken op het toenmalige ministerie van Handel, Nijverheid en Scheepvaart. Na de oorlog werd hij directeur-secretaris van het (r.k.) Centrum voor Staatkundige vorming en hij was vanaf 1946 ook langdurig lid van de gemeenteraad van Voorburg. Nadat hij, min of meer zijns ondanks, eind jaren zestig/begin jaren zeventig even een hoofdrol in de nationale politiek had gespeeld, verdween hij nagenoeg geheel uit de publiciteit.

Zijn vroegere tegenstander Schmelzer herdacht Aarden gisteren als “een onafhankelijk denker, een man van grote toewijding die ook in het algemeen de publieke zaak geweldig toegedaan was”. Schmelzer zei nog steeds te betreuren dat Aarden en de zijnen na oktober 1966 een andere politieke koers waren gaan varen.

    • J.M. Bik