Japanse financiële sector nu westers doelwit

ROTTERDAM, 24 NOV. Tien jaar geleden, toen de effectenbeurs van Tokio trots de grootste ter wereld was geworden, leek het slechts een kwestie van tijd totdat de golf van Japans kapitaal grote westerse banken zou opslokken. Japanse verzekeraars en banken besteedden jaarlijks tientallen miljarden guldens aan anonieme beleggingen in Amerika en Europa. Het wachten was op investeringen waarin de geldschieters zelf het heft in handen zouden nemen.

Nu is het precies omgekeerd. Vanochtend sloot het effectenhuis Yamaichi, een van de vier grootste effectenhuizen, zijn deuren.

De kaalslag in de Japanse financiële sector heeft duizelingwekkende proporties aangenomen. Wie in 1990 geld belegde op de Japanse beurs heeft nu minder dan een derde over. Wie toen op de beurs van Wall Street ging beleggen is nu bijna drie keer zo rijk.

Door de val in drie weken tijd van twee grote financiële handelshuizen en van een grote algemene bank komt nu opeens een overname door een westerse bank van een Japanse instelling dichterbij. Tot voor kort was de Japanse financiële markt een van de meest afgeschermde ter wereld, maar die protectie verdwijnt binnenkort. Het Japanse financiële bestel, van pensioenbeheer tot bankzaken, wordt de komende jaren ingrijpend hervormd. De al jaren ondergronds woekerende financiële crisis heeft een aanzet tot deze hervorming gegeven en kan nu, zo verwachten bankiers, ook als katalysator werken.

De rampzalige toestand van de financiële bedrijfstak is het gevolg van roekeloze kredietverlening in de jaren tachtig (voor vastgoed ondermeer) en de belabberde Japanse economie. Het steeds grotere stuwmaar van slechte leningen - ook de klanten van de banken voelen de economische malaise - hebben de vermogensposite van het bankwezen aangevreten.

Japanse banken waren daarvoor extra kwestbaar doordat zij traditioneel (ten opzichte van westerse concurrenten) lage financiële buffers hadden waarmee zij eventuele verliezen kunnen opvangen. Gezien hun promimente positie in de jaren tachtig werden de Japanse banken lankmoeding behandeld, toen internationale maatstaven voor de omvang van deze buffers werden vastgesteld.

Speciaal voor hen stond de Bank voor Internationale Betalingen - het overlegforum van de centrale banken dat de maatstaven opstelde - toe dat banken 45 procent van de stille reserves in hun effectenbezit bij de buffers mochten optellen.

En stille reserves hadden de banken toen volop dankzij de waardestijging van hun aandelenbezit op de beurs van Tokio. Door de slechte economische situatie in Japan zijn de aandelenkoersen echter sterk gedaald, waardoor de stille vermogens als sneeuw voor de zon verdwenen. De Nikkei beursindex noteert momenteel minder dan 17.000 punten, tegenover 40.000 in 1990.

De traditioneel zwakke financiële basis van de banken hangt nauw samen met hun rol in het economisch systeem: doorgeefluik van goedkoop spaargeld aan het bedrijfsleven, waarmee de banken nauw verweven zijn. De banken leggen vooral verantwoording af aan deze klanten en aan elkaar, niet aan beleggers op de financiële markten.

De problemen in de financiële wereld zijn nu zo groot dat de onderlinge steun, ook wel bekend als het konvooi systeem, waarbij zwakke broeders in een konvooi naar een veilige haven worden geloodst, uitblijft. In de jaren zestig werd Yamaichi nog wel door de concurrentie van een faillissement gered.

De Fuji Bank, die nauwe relaties met Yamaichi onderhoudt, weigert de leiding te nemen bij een reddingsactie. President Yoshiro Yamamoto van de Fuji Bank zei vorige week allereerst het belang van zijn eigen bank te willen dienen. “Op basis daarvan neem ik beslissingen”, verklaarde de grootaandeelhouder in Yamaichi.

Aan zijn financiële problemen is Yamaichi deels zelf schuldig en dat heeft het vertrouwen van potentiële partners in de firma ondermijnd.

Vanwege de relaties met criminele bendes heeft Yamaichi een wekenlang handelsverbod gekregen. Verder heeft het kantoor, zo lijkt het althans op dit moment, geprobeerd de Japanse toezichthouders op een dwaalspoor te brengen door potentiële verliezen tot een bedrag van bedrag van 200 miljard yen (ruim 3 miljard gulden) buiten de balans te houden. Daar kwam nog bij dat de effectenbank, bij leningen die bij banken werden opgenomen, hogere rentetarieven in rekening gebracht kreeg dan de concurrentie.

Het standpunt van Fuji Bank topman Yamamoto dat eigen belang voorgaat is niet alleen ingegeven doordat Yamaichi een wespennest blijkt te zijn. Volgend jaar al gaat een grootscheepse reorganisatie van de financiële sector van start, die veel van de bestaande barrières voor buitenlandse partijen zal wegnemen. Afspraken over tarieven voor effectenttransacties gaan op de helling. Tevens zal een groot aantal regels die nu de concurrentie beperken, bijvoorbeeld tussen banken, effectenhuizen en pensioenbeheerders, de komende jaren verdwijnen. Japan volgt hiermee, zij het met grote vertraging, het voorbeeld van de twee grootste financiële centra, New York en Londen.

De verwachte extra concurrentie noopt Japanse financiers financieel fit te worden en hun prestaties voor klanten te verbeteren. De banken Daiwa en IBJ kondigde vorige week aan om zo'n 10 procent van het aandelenbezit te verkopen om de financiële positie te versterken. Met een aantal westerse banken zijn al samenwerkingsrelaties gesmeed.

Het verst gaat die tussen Swiss Bank en de Long Term Credit Bank of Japan. Zij nemen ook een participatie in elkaar, maar niet zoveel als eerst gepland omdat de Japanse partner wat krap bij kas zat.