Iedereen wil dit marmotje zien

Ik heb m'n hele leven gesport, vooral basketbal, maar in 1982 kreeg ik een dwarslesie als gevolg van een auto-ongeluk. Sindsdien doen m'n benen niets meer en zit ik in een rolstoel. In het revalidatieprogramma dat ik volgde, leerde ik rolstoelbasketballen. In zo'n stoel vond ik er niets aan.

Ik las iets over de vechtkunst aikido, een combinatie van judo en tai Chi waarbij je mensen wel 'gewoon' op de grond moet gooien. Aikido fascineerde me, omdat het om meer dan brute kracht gaat. Ik ging het zelf doen, vanuit m'n rolstoel of vanaf de grond.

Wat later ging ik ook karate beoefenen, omdat daar een groter wedstrijdelement inzit. Karate vanuit een rolstoel brengt beperkingen met zich mee. Zo kan ik niet opzij stappen. Traptechnieken kan ik ook niet uitvoeren. Ter compensatie heb ik speciale handtechnieken ontwikkeld die nu ook door valide karateka's worden gebruikt. Ik denk dat de karatesport daardoor verrijkt is. Het voordeel van die stoel is psychologisch. Als valide tegenstanders me zien, zie ik ze denken: jij bent zielig. Dan hebben ze de eerste klap te pakken.

Toen ik net met wedstrijden begon, vonden m'n tegenstanders dat best. Moest kunnen, een opponent in een rolstoel. Tot ik ze versloeg en sommigen amok begonnen te maken. Zoals een Amerikaanse waarvan ik ooit won. Ik was uit m'n rolstoel gedoken voor een score. Mag niet, vond zij, maar je mag altijd naar de grond duiken. Ook vanuit een rolstoel.

Ik ben nu gestopt. Maar in mijn klasse was ik wereldwijd een goede middenmotor. Ik geef nog altijd les, overal ter wereld. Ik ben veel gevraagd. Iedereen wil dit marmotje zien.

    • Paul de Lange