Een afscheidsbriefje bij het ontbijt

Frits Bolkestein zat net zijn zondagse eitje te savoureren, toen hij de snijdende stem van Ina Brouwer in Buitenhof uit een brief hoorde voorlezen die hij haar in 1994 had gestuurd.

“Beste Ina, ondanks onze verschillen van inzicht heb ik je collegialiteit en - mag ik het zeggen - je charme altijd zeer gewaardeerd. Ik wens je dan ook het allerbeste en hoop je spoedig weer te ontmoeten. Met de hartelijke groeten, je Frits.”

Er viel even een stilte aan deze late ontbijttafel in Amsterdam-Zuid. Mevrouw Bolkestein tikte enkele beschuitkruimels van haar peignoir, richting echtgenoot. “Daar heb je me nooit iets van gezegd”, zei ze.

“Formaliteit. Afscheidsbriefje”, mompelde Bolkestein terwijl hij zijn blik op het televisiescherm gefixeerd hield.

“Charme? Hoezo?”

“Ja”, zei Bolkestein ongeduldig, “voor een communiste had ze ongewoon veel charme.”

Zijn vrouw schonk zichzelf nog een kopje thee in. “Je Frits”, zei ze terwijl ze minstens zoveel hoon in haar stem probeerde te leggen als de gewezen CPN-leidster.

“Doe niet zo onbenullig”, zei Bolkestein, “en laat me even luisteren.”

Hij hoorde Ina Brouwer uitroepen: “Wat heeft Bolkestein dan voor standpunten ingenomen? Wat heeft hij gedaan toen in Vietnam de bommen op de kinderen vielen, wat heeft hij in Indonesië gedaan terwijl daar schrijvers nog steeds hun boeken niet mogen publiceren?”

“Dat ben ik met u eens”, zei interviewer Martin van Amerongen.

“Potverdikke”, zei Bolkestein, “wat zullen we nou krijgen?”

“Bonje”, zei zijn vrouw, “maar dat wil je toch altijd zo graag?”

“Ik bedoel: waarom stellen die interviewers geen enkele vraag over de kwestie-Ravensbrück?”

“Ze zullen te veel onder de indruk zijn van haar charme”, klonk het uit de keuken.

Hier moeten wij huize Bolkestein verlaten. Het schijnt dat de VVD-leider die middag snel zijn studeerkamer is ingedoken. Er was werk aan de winkel. Ina Brouwer had immers ook nog strijdvaardig uitgeroepen: “Ik wil de discussie met hem aangaan, maar niet alleen met hem. Ik wil de discussie over het communisme en het kapitalisme in de jaren zeventig, en ik wil op zijn boek wachten. Ik zal hem blijven volgen.”

Het zal duidelijk zijn dat na zo'n opwindend begin de rest van de zondag alleen maar kon tegenvallen. Aan de VPRO heeft het overigens niet gelegen, want die deed in een avondvullende uitzending zijn uiterste best om onder de titel Fort Europa het vluchtelingenvraagstuk vanuit zoveel mogelijk invalshoeken te behandelen.

Het mondde uit in een veelkleurige lappendeken van reportages - tot in Afrika toe - interviews en commentaren van deskundigen. De onontkoombare conclusie: het 'Fort Europa' valt niet hermetisch dicht te timmeren, de gemotiveerde vluchteling zal altijd een gaatje in het hekwerk vinden.

Is dat een bedreiging voor Europa? De Britse hoogleraar internationaal recht Goodwin-Gill: “We zouden meer mobiliteit kunnen toestaan aan mensen uit de Derde Wereld. Dat zou niet schadelijk zijn voor onze economieën.” Maar de Duitse Europarlementariër Nassauer: “Iedereen naar Europa die dat wil? Dat zou u ook niet kunnen verdragen.”

Bijna drie uur over één thema is veel, eigenlijk te veel. Bij saaiere gedeeltes - vooral de reportage over een onduidelijk onderzoek in Ghana duurde te lang - voel je de neiging opkomen het toestel af te zetten: nu weet je het wel. Maar de ervaring heeft mij geleerd dat je dan de fraaiste parels, die vaak tot het einde worden bewaard, dreigt te missen.

Zo'n parel was de reportage over de Albanese politieman die naar Pisa was gevlucht om de hulp in te roepen van zijn enige (Albanese) vriend in Italië. We hoorden hem telefoneren. Die vriend, zo bleek weldra, wilde hem niet eens ontmoeten. Eenzamer dan die Albanese politieman kon op dat moment niemand ter wereld zijn.

    • Frits Abrahams