Dochter van dominee bekent moorden Brussel

BRUSSEL, 24 NOV. Ágnes Pandy, de oudste dochter van de Hongaarse dominee András Pandy, heeft bekend haar moeder te hebben doodgeschoten en samen met haar vader twee broers, haar stiefmoeder en een stiefzus te hebben doodgeslagen.

Deze moorden zouden alle tussen 1986 en 1989 in een Brusselse woning van Pandy zijn gebeurd. De dominee zelf ontkent tot nu toe iets te maken te hebben met de verdwijning van zijn familieleden, en hij weigert aan het onderzoek mee te werken.

Als de bekentenissen van de 39-jarige Ágnes kloppen, is daarmee nog niet de spoorloze verdwijning opgelost van Pandy's stiefdochter Tunde. Ágnes heeft de politie wel verteld samen met haar vader twee tevergeefse pogingen te hebben gedaan om een andere stiefdochter van Pandy, Timea, te vermoorden. De nu 35-jarige Timea woont in Hongarije en heeft een kind van stiefvader Pandy.

Het is nog onduidelijk hoeveel personen precies zijn vermoord. Vastgesteld is dat beenderen die onder een woning van dominee Pandy zijn gevonden niet van de verdwenen familieleden zijn. Ze zijn van vier verschillende personen. Niet uitgesloten wordt dat ze zijn van Hongaarse vrouwen, die door middel van huwelijksadvertenties door Pandy naar zijn woning in Brussel zijn gelokt. Het aantal moorden zou daarmee op tien kunnen komen.

Verondersteld wordt dat het motief voor de moorden te maken heeft met een incestrelatie tussen Pandy en zijn dochter Ágnes. In 1992 diende Ágnes een klacht in tegen haar vader wegens incest. Die klacht had geen vervolg nadat Pandy had verklaard dat zijn dochter de aandacht die hij aan andere vrouwen schonk niet kon verdragen. Volgens Belgische kranten zouden Pandy en zijn dochter familieleden hebben gedood omdat zij van de incestrelatie afwisten.

Ágnes is na met haar vader te hebben gebroken begin jaren negentig uit Brussel vertrokken en in Mechelen gaan wonen. Ze werd aanvankelijk gehoord als getuige in verband met de verdenkingen van moord tegen haar vader. Pas eind vorige week bekende zij haar eigen aandeel in de moorden. In de meeste gevallen zouden de familieleden met een zware hamer de schedel zijn ingeslagen. De lijken zouden vervolgens in stukken zijn gesneden en voor een deel zijn vernietigd door middel van een zuur waarmee waterafvoerleidingen worden ontstopt. Verder zouden vader en dochter lichaamsdelen hebben gestort bij een abattoir in Anderlecht. De justitie heeft tot nu toe niets van de vermoorde familieleden teruggevonden.

    • Ben van der Velden