Burgers gedood in Z-Libanon

MARJAYOUN/JERUZALEM, 24 NOV. Acht Libanese burgers, onder wie drie kinderen, zijn gisteren gedood en twaalf gewond bij mortiervuur op het dorp Beit Lif in de door Israel bezette veiligheidszone in Zuid-Libanon.

Volgens Israel waren de mortieren afkomstig van de Libanese shi'itische beweging Amal. Amal op zijn beurt beschuldigde Israel van de aanval, maar woordvoerders van de VN-vredesmacht UNIFIL in het gebied zeiden dat de mortieren afkomstig waren van guerrillastellingen ten noorden van de veiligheidszone. Doelwit was volgens hen mogelijk een post van het met Israel verbonden Zuid-Libanees Leger (SLA) in de buurt.

De Israelische minister van Defensie, Yitzhak Mordechai, noemde de aanval “moord in koelen bloede”. Hij onderstreepte dat Israel en de bondgenoten van het SLA hun greep op de veiligheidszone zullen handhaven. Ali Khreis, leider van Amal in Zuid-Libanon, meende dat “de stijl van het uitvoeren van bloedbaden die van de vijand” is. “We kunnen zijn bloedbaden in Qana en andere gebieden niet vergeten”, zei hij. In Qana werden in april 1996 ongeveer 100 burgers gedood bij een Israelische artilleriebeschieting op een basis van UNIFIL.

De aanval op Beit Lif volgde op intensieve gevechten tussen Israelische troepen en Libanese guerrilla-eenheden. Guerrillastrijders vuurden katjoesja-raketten af op Noord-Israel. Volgens Libanese zegslieden schoten de Israeliërs flechette-granaten af op het stadje Nabatiyeh. Deze granaten, die bij inslag metalen pijltjes verspreiden, zijn internationaal verboden. Vanochtend doodden Israelische troepen in de veiligheidszone drie Libanese strijders. (Reuters, AP)