Bianchi heeft zijn hockeylesjes wel geleerd

UTRECHT, 24 NOV. Dé Stoop leerde hem om zijn vijanden recht in de ogen te kijken. “Geef ze altijd een hand want dan leg je de druk bij die ander. Geloof me, dat werkt,” zei de voorzitter van FC Amsterdam destijds tegen de voetbalprofessional. Diezelfde vijanden verschaften Rob Bianchi de kennis die hem nu nog vrijwel dagelijks van pas komt. “Mensen veranderen al naar gelang het belang dat ze nastreven. Wie niet op zijn hoede is, wordt onder de voet gelopen.”

Als bondscoach van de Nederlandse hockeyploeg werd Bianchi zeven jaar geleden het slachtoffer van een coup, geïnitieerd door een invloedrijke groep binnen de nationale selectie. Het gedwongen vertrek heeft diepe sporen achter gelaten bij hem, maar verbitterd zegt hij desondanks niet te zijn. “Ze hebben mij laten struikelen en zijn daar op het eerste gezicht in geslaagd, maar zelf blijf ik volhouden dat ik nooit ben gevallen.”

Bianchi (49) staat tegenwoordig langs de zijlijn bij Kampong, tot voor kort een grijze middenmoter maar de laatste weken bezig aan een opmerkelijke opmars. Na twaalf speelronden bezet de ploeg uit Utrecht de derde plaats op de ranglijst en gloort zowaar deelname aan de play-offs. De huidige klassering betekent een ongekende luxe voor de trotse club die de laatste jaren vooral teerde op de successen van de vrouwen. De mannen zakten na de landstitel van elf jaar geleden steeds verder weg, met degradatie uit de hoofdklasse in 1994 als triest dieptepunt.

Gisteren stond Kampong op eigen veld tegenover koploper HGC. De bezoekers domineerden in de eerste helft en lieten bij vlagen sprankelend hockey zien. Na rust wierp de thuisploeg de schroom van zich af en toonde het elftal van Bianchi mentale veerkracht. Twee doelpunten van linkerspits Jerry Bender brachten Kampong binnen zestig seconden op gelijke hoogte. Een uithaal van Leo Klein Gebbink bepaalde twee minuten voor tijd de eindstand op 4-4 nadat topscorer Lomans de bezoekers kort daarvoor via een strafbal andermaal aan de leiding had gebracht.

Bianchi heeft het relativeren tot kunst verheven, maar reageerde gisteren uitgelaten op de puntendeling. “Dit seizoen drie punten gepakt van HGC. Wie kan ons dat nazeggen”, zo vroeg hij zich na afloop hardop af. Om zichzelf vervolgens meteen te corrigeren. “We moeten vooral niet verwaand gaan worden en denken dat we weer een topclub zijn. De rol van dat bescheiden en modale ploegje uit Utrecht past ons prima.”

Kampong dankt de goede reeks van de laatste weken voor een belangrijk deel aan de zachte hand van Bianchi. De oud-voetbalprof staat tussen in plaats van boven zijn spelers en betrekt zijn selectie nadrukkelijk in zijn tactische overwegingen. “Zoals ik ze ook vraag hoe het met hun studie of met hun liefde gaat. Hockeyers zijn ook mensen en zo gaan we ook met elkaar om.” Waarmee niet gezegd is dat hij met zich laat sollen. “Als het moet laat ik rücksichtlos mijn tanden zien.”

Zelf schrijft Bianchi, bezig aan zijn vijfde opeenvolgende seizoen in Utrecht, de opgaande lijn vooral toe aan het feit dat zijn ploeg al vijf jaar in min of meer dezelfde samenstelling speelt. “Jonge jongetjes worden volwassen, dat is de bodem onder ons verhaal. Kereltjes als De Jong en Van Esseveldt laten zich niet meer opzij drukken.” Daarnaast wijst de oud-bondscoach op de terugkeer van aanvoerder Klein Gebbink, de international die afgelopen zomer voor de tweede keer overkwam van Tilburg en gisteren in een vrije rol over het veld zwierf. “Die gozer is goud waard. Hij jut de boel op en neemt mij een hoop werk uit handen. Zonder hem zou ik een soort politie-agent zijn.”

Bianchi onderhoudt een speciale band met Klein Gebbink. Zeven jaar geleden maakte de 29-jarige middenvelder zijn debuut in de nationale ploeg, die destijds onder leiding stond van Bianchi. “Leo beschouw ik als een persoonlijke vriend. Anderen hebben mij destijds laten vallen. Hij niet. Ook niet in tijden van tegenspoed.”

Na zijn gedwongen vertrek bij de nationale ploeg leek de rol van Bianchi uitgespeeld. Binnen hockeykringen (“niet echt wat je zegt mijn wereld”) werd hij nagewezen als de man die op last van de spelers plaats had moeten maken voor Hans Jorritsma. Kort daarop werd hij geveld door een bacteriële infectie aan de longen en moest hij langdurig het bed houden. Maar noem zijn huidige succes geen overwinning op het verleden. “Want zelf heb ik nooit ook maar een moment getwijfeld aan mijn aanpak.”

Bianchi heeft zijn hockeylesjes geleerd. “Kampong is mijn club en dat zal altijd zo blijven. Wat dat betreft heb ik een blauw hart. Hier lopen mensen rond die vertrouwen in mij hebben en mensen die ik kan vertrouwen. Alleen zo kan en wil ik werken. Ik doe het niet voor de kick of voor mezelf. Want ik hoef niets meer te bewijzen.”

    • Mark Hoogstad