'Als Bijeljina verloren gaat stort het imperium van Karadzic in'

Dit weekeinde hadden in de Servische Republiek in Bosnië verkiezingen voor een nieuw parlement plaats. Het stadje Bijeljina speelt een sleutelrol in de machtsstrijd tussen president PlavšiEÉc en het kamp van de hardliners in Pale.

BIJELJINA, 24 NOV. Venezia is, zeggen kenners, het beste bordeel van Bijeljina. In deze omgebouwde schuur dansen Oekraïense meisjes voor middernacht met wit ondergoed onder de schijnwerpers, en na middernacht zonder. De eigenaar is een prominent lid van de SDS, de heersende partij in de Servische Republiek in Bosnië. En een vaste klant is premier KlickoviEÉc, vertelt een stamgast. Dat weet iedere Serviër sinds president Biljana PlavšiEÉc deze zomer uithaalde naar haar vroegere vriend door te zeggen: “Onze premier moet zich schamen. We weten allemaal wat hij in Bijeljina op staatskosten uitvoert.”

Dit weekeinde waren er parlementsverkiezingen in de Servische Republiek om de impasse te doorbreken die is ontstaan door de broedertwist tussen president Biljana PlavšiEÉc en haar vroegere vrienden van de SDS, de regerende partij onder leiding van ex-president Radovan KaradziEÉc. Bijeljina speelt in deze machtsstrijd een sleutelrol. De drie belangrijkste grensovergangen naar Servië, het moederland waarmee de Servische Republiek in Bosnië vrijwel al haar handel drijft, liggen bij Bijeljina. In deze stad heeft het leger zijn hoofdkwartier, alsmede de speciale politie en het ministerie van Binnenlandse Zaken. Vanuit dat ministerie worden de bedrijven Centrex en Selekt-Impex geleid. Centrex heeft sinds 1993 het monopolie op de invoer van bouwmaterialen, benzine, drank en sigaretten, Selekt-Impex monopoliseert sinds 1996 de sluikhandel met de vijand, de Federatie van moslims en Kroaten. Zes procent belasting heffen deze bedrijven op alle handel. Waar dat geld naartoe gaat, is een staatsgeheim. Een deel wordt gebruikt om de loyaliteit van de politie te kopen, zoveel is bekend. De rest vloeit in elk geval niet naar de staatskas, zo ontdekte president PlavšiEÉc al snel na haar aantreden.

Waar blijft het geld dan wel? Een strooifolder van PlavšiEÉc die op de markt van Bijeljina van hand tot hand gaat, geeft op die vraag in elk geval een gedeeltelijk antwoord. Hierop valt een deel van het bezit van de politieke top in Pale te zien, met foto's en adressen. Radovan KaradziEÉc: een kapitale villa in Belgrado, een villa in aanbouw in de 'goudkust' van Pale, een bungalow in het exclusieve vakantieoord St. Stephan in Montenegro. Momcilo Krajišnik, het Servische lid van het Bosnische presidium: een villa in aanbouw op Pale's goudkust, een herenhuis in een Servische buitenwijk van Sarajevo plus een bungalow in Herceg-Novi, Montenegro, geschonken door benzinemagnaat Momcilo MandiEÉc. Er volgen nog vele namen en vele villa's. Dit soort informatie is nogal vernietigend in een land waar het gemiddelde loon 85 gulden per maand is, bijna de helft van de bevolking werkloos is en veel anderen hun kostje bijeenscharrelen met handeltjes en klusjes.

Dat corruptie en zelfverrijking in de politieke top endemisch is, werd al langer gefluisterd. Maar sinds deze zomer een broedertwist uitbrak binnen de rangen van de SDS zegt president PlavšiEÉc het hardop, met namen en met documenten. De drie leiders van de SDS - KaradziEÉc, Krajišnik en KlickoviEÉc - zijn allemaal voor de oorlog voor fraude veroordeeld, zo hield PlavšiEÉc woensdagavond haar gehoor voor in de sporthal van Bijeljina. “Krajišnik zei onlangs op televisie dat hij nog geen honderd Duitse mark bezat. Hij sloeg daar zelfs een kruis bij. Kunt u zo iemand vertrouwen?”

Bij de gemeenteraadsverkiezingen in september leek Plavši anti-corruptiecampagne al effect te hebben: de absolute meerderheid van de SDS slonk tot 39 procent van de Servische stemmen. Een eerste blik op de - nog onofficiële en incomplete - uitslagen van dit weekeind wijst erop dat die trend doorzet. Al verliest de SDS vooral stemmen aan een nóg nationalistischer partij, de Radicalen van de SRS, het monopolie op de macht lijkt de partij van KaradziEÉc kwijt. En daarmee is de Servische Republiek nu het enige deel van Bosnië waar het politieke leven door meer dan één etnische partij wordt gedomineerd.

De campagne was in Bijeljina de afgelopen weken bijzonder intens. Veel gebouwen in het centrum van het stadje zijn door lokale Christo's van trottoir tot dak ingepakt in verkiezingsposters. Nergens ontsnappen de bewoners aan de melancholieke blik van de huidige SDS-lijsttrekker, Aleksa Buha. De Servische Volksalliantie (SNS), de nieuwe partij van president PlavšiEÉc, heeft in het centrum een hoofdkantoor geopend, dat twee weken terug door onverlaten met kogels werd doorzeefd. Ook de internationale gemeenschap laat zich niet onbetuigd: eind vorige maand cirkelden er twee keer helikopters boven de daken, die duizenden in erbarmelijk Servisch gestelde pamfletten uitstrooiden. Stem op een kandidaat die het Dayton-akkoord steunt, luidde de boodschap. Ofwel: stem PlavšiEÉc.

“Bijeljina is de laatste loopgraaf voor KaradziEÉc en Krajišnik”, zegt Branko TodoroviEÉc, hoofd van het plaatselijke Helsinki-comité. “Ten eerste is de stad het hart van hun handel- en smokkelimperium. Ten tweede liggen we op het snijvlak tussen het gebied van PlavšiEÉc en KaradziEÉc. Als Bijeljina verloren gaat, stort hun imperium in. Daarom hebben ze hun beste agenten naar deze stad gestuurd. Die houden de angst erin.”

In Bijeljina en het nabijgelegen Brck&ocaron; stuitte PlavšiEÉc afgelopen zomer op haar grenzen. Met de gewapende hulp van de NAVO-vredesmacht SFOR had zij in de voorgaande weken in de ene na de andere stad de KaradziEÉc-getrouwe politie vervangen door haar eigen politie. Toen SFOR-tanks eind augustus Bijeljina binnenrolden, stuitte men voor het politiebureau evenwel op een relbeluste menigte. SFOR en de PlavšiEÉc-mannen dropen af. Sindsdien heerst er een machtsvacuüm in dit stadje. Veel oorspronkelijke bewoners steunen PlavšiEÉc, maar iets minder dan de helft van de inwoners zijn Servische vluchtelingen die de plaats hebben ingenomen van de verjaagde moslims. En zij steunen in grote meerderheid de SDS en de Radicalen.

Bij de afgelopen gemeenteraadsverkiezingen haalde de SDS hier nog altijd 34 procent van de Servische stemmen. Maar ook in samenwerking met de Radicalen heeft de partij geen meerderheid. De steun en toeverlaat van president PlavšiEÉc in Bijeljina heet Ljubisa SaviEÉc, maar is beter bekend als majoor Mauzer. Zijn 'Democratische Partij' kreeg in september in Bijeljina 13 procent van de stemmen. Mauzer is niet het model van onkreukbaarheid dat je gezien Plavsi anticorruptiecampagne zou verwachten. In de eerste jaren van de oorlog leidde deze gewezen welzijnswerker de Panter-milities, die een hoofdrol opeisten in de etnische zuiveringen in dit deel van Bosnië. Dat legde Mauzer geen windeieren. Tegen Mauzer loopt een arrestatiebevel. Daar trekt deze vierkante man in leren jas zich niets van aan. Met zijn lijfwachten marcheert hij zijn partijhoofdkwartier in Bijeljina in en uit.

Mauzer wordt ervan beschuldigd vorige maand een tv-toren in Bijeljina te hebben opgeblazen. “Een lachtertje”, zegt Mauzer. “Die explosie was zo amateuristisch. Dat had ik grondiger aangepakt.”

De aanslag op de tv-toren is een van de vele mysteries in Bijeljina. Granaten in partijhoofdkwartieren, schietpartijen, dreigtelefoontjes, nachtelijke invallen in woonhuizen: de sfeer is er de laatste tijd nogal duister. “Alles draait nu om de macht in Bijeljina”, zegt Mauzer. “En dit is de Balkan. Niemand geeft hier zonder bloedvergieten de macht op. Zo is dat nu eenmaal.” PlavšiEÉc kan gerust zijn: haar aanhang weet van zich af te bijten. En weert zich ook duchtig in het lokale zakenleven. Later op de avond bezoeken we een bordeel dat toebehoort aan een familielid van een andere steunpilaar van PlavšiEÉc, de onderminister van Binnenlandse Zaken Predrag JesuriEÉc. Dit labyrint van spaanplaten peeskamertjes ontbeert nog de luxe van het SDS-bordeel Venezia. Maar dat kan veranderen.