Wrede aanslag op een hemels visioen

Het schilderij Cathedra van Barnett Newman, dat gisteren werd vernield, is zo zuiver, dat het agressie oproept, aldus museumdirecteur Rudi Fuchs. Na de restauratie zal het doek altijd littekens blijven houden.

AMSTERDAM, 22 NOV.“Een zwaar gewonde”, zegt Rudi Fuchs, directeur van het Stedelijk Museum. Hij wijst op Barnett Newman's Cathedra dat op zijn kop op de grond ligt, in de zaal waar gisteren de aanslag op het doek plaatsvond. “En bij een zwaar gewonde moet je eerst het bloeden stelpen.”

Inderdaad ziet Cathedra er uit als een lichaam dat zojuist de operatiezaal heeft verlaten: de lange sneden aan de achterkant zijn met doorzichtig tape afgedekt, op sommige plaatsen liggen kleine zandzakjes om opkrullen van het linnen te voorkomen. Fuchs is nog steeds 'totaal kapot' van de aanslag die de 44-jarige verdachte G.J. van B. gisterochtend om kwart over elf in het Stedelijk Museum op het schilderij gepleegd zou hebben. In zo'n twintig seconden tijd maakte hij met een stanleymes vijf sneden in het doek, met een totale lengte van 14,75 meter. De verdachte heeft inmiddels bekend.

Het museum beschouwt de schade als 'aanzienlijk'; Fuchs gaat er vanuit dat het doek nooit meer volledig in oude staat zal kunnen worden hersteld. Noch Cathedra, noch enig ander werk van Newman zal voorlopig in het Stedelijk te zien zijn.

Hoewel de politie dit nog niet wil bevestigen, is de verdachte volgens Fuchs dezelfde man die op 21 maart 1986 Newman's Who's afraid of red, yellow and blue III in het Stedelijk Museum met een stanleymes vernielde. In oktober 1986 werd de man daarvoor veroordeeld tot acht maanden gevangenisstraf, waarvan drie voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar. In die periode werd hem ook de toegang tot het Stedelijk Museum ontzegd.

Kort na de aanslag had de vice-president van de Amsterdamse rechtbank al bepaald dat Van B. gedurende het proces het Stedelijk niet mocht bezoeken, omdat er een 'reëel risico bestond dat hij er opnieuw toe zou komen een kunstwerk te beschadigen'. Van B.'s advocaat stelde toen dat de vernieling van Who's afraid... een 'eenmalige emotionele uitbarsting' van zijn cliënt zou betreffen. Van B. pleegde zijn aanslag in 1986 nadat hij een essay van schilder Carel Willink had gelezen waarin deze de abstracte kunst aanviel.

Niet bekend

Cathedra werd door Barnett Newman (1905-1970) in 1951 geschilderd en door de toenmalige directeur Edy de Wilde in 1975 voor het Stedelijk aangekocht. Het doek is 240 x 543,5 cm groot en geldt als een sleutelwerk uit het oeuvre van Newman, die samen met Willem de Kooning, Mark Rothko en Jackson Pollock de belangrijkste vertegenwoordiger is van het abstract-expressionisme.

Cathedra is een van Newmans 'monochromen': een diepblauw oppervlak dat wordt doorsneden door een witte- en een lichtblauwe verticale streep, 'zips', zoals Newman ze zelf noemde. Newman, die van joodse afkomst was, verwerkte vaak elementen uit het joodse en christelijke geloof in zijn schilderijen. Zo verwijst de titel Cathedra naar Gods Troon, zoals die in Jesaja 6:1 wordt voorgesteld: 'Zo zag ik de Heer, zittend op een hoge en verheven troon, en zijn slepende gewaden vulde de tempel.' Cathedra is regelmatig vergeleken met een hemels visioen waarbij de 'zips' goddellijk lichtstralen zouden voorstellen.

Volgens Fuchs is de aanslag, gezien de aard van het werk, te beschouwen als een aanslag op de 'fragiliteit, de weerloosheid en de zuiverheid'. “Het doek is té zuiver”, aldus de directeur “en dat is iets wat mensen hindert, waarvan ze agressief kunnen worden.” Hij vergeleek de agressie tegen het werk van Newman met de aantrekkingskracht van witte muren op grafitti-spuiters.

De vernieling van Cathedra is de tweede aanslag op een schilderij in het Stedelijk Museum dit jaar. Begin januari spoot een 39-jarige man met groene verf een dollarteken op het schilderij Suprematisme 1920-1927 van de Russische schilder Kazimir Malevitsj. De dader, naar later bekend werd de Russische kunstenaar Alexander Brener, stelde dat hij het werk had beklad als protest 'tegen de commercialisering van de kunstwereld'. Brener werd in februari veroordeeld tot een gevangenisstraf van tien maanden, waarvan vijf voorwaardelijk.

Over de restauratie van Cathedra konden Fuchs en de Amsterdamse wethouder Bakker op hun persconferentie gisteravond nog weinig zeggen. Volgens Fuchs was het “een navrant geluk” dat de man een zeer scherp mes heeft gebruikt. “Dat betekent dat er nauwelijks rafels en kartels aan de randen zitten en dat maakt het restaureren gemakkelijker”, aldus Fuchs. Ter voorbereiding van de restauratie, die Fuchs het liefst in 'eigen huis' wil laten uitvoeren, zal in december een commissie worden ingesteld waarvoor Fuchs drie Newman-kenners uit Düsseldorf, Ottawa en Houston heeft uitgenodigd. Zij zullen wethouder Bakker een voorstel doen over de verder te volgen procedure.

Al deze omzichtigheid komt voort uit de kwestie rondom de restauratie van Who's Afraid of Red, Yellow and Blue III, die zich vanaf 1986 jarenlang voortsleepte. De restauratie zou worden uitgevoerd door de New-Yorkse restaurateur Daniel Goldreyer voor een bedrag van een half miljoen gulden, maar nadat het schilderij in 1991 weer in het Stedelijk terugkeerde, rees onmiddellijk twijfel over de deugdelijkheid van zijn werk. Na onderzoek kwam het Gerechtelijk laboratorium in Rijswijk tot de conclusie dat Goldreyer een 'ondeugdelijke verfsoort' voor de restauratie zou hebben gebruikt en bovendien de verf niet met een penseel zou hebben aangebracht, zoals Newman destijds, maar met een roller.

Na deze beschuldigingen bestookten Goldreyer en het Stedelijk elkaar met schadeclaims, waarbij Goldreyer in totaal 225 miljoen dollar eiste van onder anderen Stedelijk-directeur Wim Beeren en hoofdrestaurateur Elisabeth Bracht wegens contractbreuk en smaad.

De kritiek op de restauratie leidde in april 1992 tot het vertrek van de toenmalige wethouder van cultuur van Amsterdam, Marja Baak. Pas in januari van dit jaar kwamen Goldreyer en het Stedelijk Museum tot een schikking. Daarbij kreeg Goldreyer een bedrag van 100.000 dollar uitgekeerd en werden alle wederzijdse claims ingetrokken.

De restauratie van Cathedra is, mede door de voorgeschiedenis ervan, met veel zorg omgeven. Volgens wethouder Bakker zal het restauratieplan eerst moeten worden voorgelegd aan de gemeente. Hoe de restauratie echter ook zal verlopen, vast staat volgens Fuchs dat op Cathedra littekens zichtbaar zullen blijven. “Maar een oude dame met een litteken kan ook heel erg mooi zijn.”