Wegwerpleraren; Scholen zetten steeds vaker uitzendkrachten voor de klas

Met uitzendleraren kunnen schoolleiders ontsnappen uit het nauwe keurslijf van cao-afspraken en wachtgeldrisico's. Van Assen tot Zoetermeer halen middelbare scholen daarom commerciële arbeidsbemiddelaars in huis.

SOMS KAN Madhavi Sheombar (25) de verleiding nauwelijks weerstaan. Een telefoontje naar Randstad en ze is er subiet van af, van haar leraarsbaan op het Scheepvaart en Transport College in Rotterdam. Geen collega's meer die hun neus ophalen voor een uitzendkracht. Geen leerlingen meer met heimwee naar de vorige economiedocent. En nooit meer opdraven voor sportdag en discoavond - extra's waarvoor zij als uitzendleraar “geen cent terugziet”.

Toch gaat Sheombar door. Een leraar is geen lopende-bandwerker, vindt ze. Net zo min als een school “de eerste de beste werkverschaffer is”. De leerlingen maken het verschil. “Die zijn van vlees en bloed. Die moet je niet om de haverklap een ander voorschotelen. Dan draait economie om de leraar in plaats van om de winst- en verliesrekening.”

Biologieleraar Paul Dezentjé (29) uit Arnhem besloot anders. Deze zomer ruilde hij het zwervend bestaan van uitzenddocent in voor vastigheid bij een reclamebureau. Met zijn leerlingen kon hij “lezen en schrijven”, maar de onzekerheid brak hem op. Steeds vaker liet hij nakijkwerk een dagje liggen, want niemand kon hem garanderen dat hij zijn baan de volgende dag nog had. En het belangrijkste: de overtuiging groeide dat hij als uitzendkracht nooit een goede leraar kon worden. “Je maakt je werk nooit af als je elke drie maanden van school moet verkassen. Zeker niet in het voorbereidend beroepsonderwijs, waar ik lesgaf. Leerlingen werken omdat ze jou leuk vinden, niet omdat de stof hen aanspreekt.”

De uitzendleraar rukt op. Op middelbare scholen bezetten uitzendkrachten - al dan niet in deeltijd - samen omstreeks 500 volledige leraarsbanen: een procent van het totaal. Dat is althans de schatting van de Vereniging van Schoolleiders VVO op basis van een enquête onder 300 van de 700 scholen, want precieze cijfers worden nergens bijgehouden.

Steeds meer middelbare scholen grijpen op de uitzendconstructie terug, ervaart VVO-directeur A. van der Horst. Van het Nassaucollege in Assen tot het Pentacollege in Hoogvliet, van het Mozaïekcollege in Arnhem tot het Alfrinkcollege in Zoetermeer. De directeur verwacht dat het aandeel uitzendleraren de komende jaren doorgroeit naar vijf procent, evenveel als in de horeca. Want net als geslaagde kroegbazen horen middelbare scholen “uitgekiend human-resourcesbeleid” te voeren, nu ze sinds twee jaar moeten rondkomen van een vast bedrag, de lump sum.

BEGINNERS

De uitzendleraar is geen doorgewinterde Bint. Commerciële uitzendbureau's als Randstad, Vedior en Target in Zoetermeer bemiddelen vooral beginners zoals Paul Dezentjé, laatstejaars studenten zoals Madhavi Sheombar, herintredende moeders, en dertigers die door leerlingenterugloop nooit een vaste baan konden bemachtigen. Ze springen in voor een zieke docent, doen dienst als huiswerkbegeleider of nemen tijdelijk de uren over van vaste krachten die genieten van senioren- of opfrisverlof. En soms vervullen ze een gewone vacature. Een baan die vanwege grillig leerlingenverloop volgend schooljaar op de tocht staat. Of een baan waarvoor langs de geëigende kanalen niemand te vinden was. Niet bij scholen van het overkoepelend schoolbestuur, niet bij collega-scholen in de buurt, niet bij het arbeidsbureau, niet via advertenties.

Een uitzendleraar stelt scholen in staat hun vrijheid te kopen, verklaart A. Janse van scholengemeenschap Vincent van Gogh uit Assen de opkomst van “Randstadters en Vedioren in de docentenkamers.” Dat wil zeggen: “Tegen hogere kosten van een uitzendleraar verovert een school zijn eigen menselijk kapitaal”, los van ministeriële regels en 'marktvijandige CAO-afspraken'. Zo schakelde Janse zelf twee uitzenddocenten in nadat ouders hem “op de nek waren gesprongen” omdat hij na zeven weken zoeken nòg geen eerstegrader Duits en een vakdocent bouwtechniek had gevonden. Het kost hem anderhalf keer zoveel - hij verkoos de onderwijs-CAO boven de goedkopere uitzend-CAO, “anders krijg je scheve gezichten”. Maar spijt heeft hij niet gehad. De school ontloopt wachtgeldrisico's. Want volgens de regels kan óók een tijdelijk aangestelde leraar aanspraak maken op een uitkering. En anders dan een afgevloeide docent in tijdelijke dienst hoeft Janse een uitzendleraar bij een vacature geen voorrang te verlenen. Janse, schertsend: “Wie durft nu nog te zeggen dat schoolleiders middelmatige managers zijn?”

MISSIEWERK

Niettemin kost het “heel wat missiewerk” eer een middelbare school met een uitzendbureau in zee gaat, ervaart productmanager Martin Staats van 'marktleider' Randstad. Vaak klinken onderwijskundige bezwaren. Scholen vrezen dat ze te veel identiteit en kwaliteit inleveren voor hun duur gekochte vrijheid. Een leraar die alleen lesgeeft en verder niks, ondermijnt de school als solidaire en hechte gemeenschap, zo is het verwijt. In- en uitvliegende (uitzend)docenten zouden de school verminken tot een duiventil terwijl het juist een veilige plek moet zijn die kinderen en leraren uitdaagt tot goede schoolprestaties.

Die verwijten doet Th. Brugman van het Asser Nassaucollege (vier uitzendleraren) af als “faliekante onzin”. Het vaste lerarencorps is juist blij met uitzendleraren, weet hij. “Die zijn geen bedreiging, want ze tasten de rechtspositie van vaste krachten niet aan”. En ook op de motivatie van een uitzendkracht is volgens Brugman niks aan te merken zolang je hem volgens de onderwijs-CAO betaalt, een ruime opzegtermijn hanteert en hen “niet meer dan twintig procent van het lerarenkorps laat bepalen.” En de ouders, hoe vinden die het dat hun kroost leskrijgt van een uitzendkracht? Brugman valt even stil. Zegt dan: “Maar u denkt toch niet dat die dat moeten weten?”

Ook zien sommige schoolhoofden in het voortgezet onderwijs juridische bezwaren aan een uitzendconstructie kleven, ervaart Staats van Randstad. Want de onderwijzer in een rector schrikt vaak terug voor een uitzendleraar. Die zegt: ze mogen niet zolang het niet in wet of CAO staat. Maar de ontwaakte manager in de schoolleider redeneert precies andersom: ze zijn toegestaan zolang de regels het niet expliciet verbieden. Feit is dat minister Ritzen van Onderwijs de uitzendleraren “gedoogt”, benadrukt zijn woordvoerder: “Voor kortlopende problemen hoor, niet voor gewone vacatures.” Controle op uitzendleraren blijft echter uit. Het ministerie verwijst naar de Onderwijsinspectie, de Onderwijsinspectie naar de Arbeidsinspectie, de Arbeidsinspectie weer naar de Arbeidsvoorziening, en Arbeidsvoorziening (“wij geven alleen de vergunning aan bemiddelaars”) terug naar Onderwijs. Nee, reageren hun zegslieden stuk voor stuk: “Gek eigenlijk, maar wij gaan niet over controle.”

De commerciële bureau's betraden de onderwijsarbeidsmarkt zo'n drie jaar geleden. Dat gebeurde nadat de minister in zijn drang naar meer efficiency eerst universiteiten en hogescholen, later MBO-scholen en in 1996 ook middelbare scholen meer zelfstandigheid en financiële verantwoordelijkheid gaf. Bij de captains of education valt een wereld te winnen, redeneerde toen de branche, omdat ze hun kosten niet meer bij Zoetermeer kunnen declareren. Wat weet een tot schoolleider gepromoveerde wiskundeleraar van personeelsbeheer, flexibele schoolorganisaties, de P-functie, en de planning- en control-cyclus? Staats van Randstad: “Neem de directeur van Philips. Die moet in zijn vak topkwaliteit leveren, maar als je hem voor de klas zet is de kans klein dat-ie er iets van maakt. Dus waarom zou je die wiskundeleraar in de schoolleiding niet helpen om een goede personeelsmanager te zijn?”

Met dat adagium hebben commerciële derden zich een heel 'onderwijspotentieel' toegeëigend, vaak met behulp van onderwijsintercedenten - Randstad telt er door het hele land 50. De bureau's nemen scholen personeelsadministraties uit handen. Ze regelen stageplaatsen en leerwerkplekken voor leerlingen. Geven adviezen bij scholenfusies. Tillen nascholingscursussen van de grond, organiseren en managen onderwijsarbeidspools met behulp van “speciale mobiliteitscentra” op scholen zelf - 'Raadpleeg Uw ASV mobiliteitsspecialist!'. Ze assisteren bij functioneringsgesprekken. Zorgen voor 'jobrotation'. En helpen afgebrande leraren aan een (tijdelijk) andere baan.

Het zijn activiteiten die niet voorbehouden blijven aan 's lands Grote Commerciëlen. Ook steeds meer particulieren zien gat in de onderwijsarbeidsmarkt. Neem Jos Deelen, in een vorig leven onder meer economiedocent. Hij bestiert vanaf zijn driezitsbank in zijn Udense huiskamer het bemiddelingsbureau 'De-Vocare': voor docenten die hun leraarsvak “meerdimensionaal met een job in bedrijfsleven willen combineren”. De Zaanstreek kent de Docentenbank, Capelle aan den IJssel heeft Ecollega (“met een uniek stukje aftersales”) en in Delft en omstreken timmert BAS aan de weg. De docenten komen echter uit het hele land. “Wilt U aan het werk in het onderwijs”, informeert een personeelsadvertentie uit de landelijke kranten. Bel dan BAS. 015- 2563476”

Monique Dijksman en Hans Drooghaag van BAS nemen schooladministratiewerk over, organiseren nascholing en bemiddelen na een persoonlijk onderhoud docenten zonder dat die “rugnummers” zijn. Met succes, zeggen ze. In nog geen half jaar tijd zijn zo'n 100 leraren bemiddeld, “en vaak hoor je de kaken van een schooldirecteur op tafel vallen. Zo van: verrek, heb jij 'm wel zo snel en het arbeidsbureau niet?” De Delftse ondernemers hebben inmiddels verhuizing naar een chic pand aan de Brabantse Turfmarkt gepland. Drooghaag: “Er breekt een nieuwe tijd aan. In de personeelssfeer van het onderwijs is voor derden een wereld te winnen met administratiebeheer, mobiliteitsbeleid, noem maar op.”

Maar in hoeverre er ook voor uitzendleraren toekomst is, is nog maar de vraag. De onderwijsvakbonden verzetten zich er fel tegen bij het CAO-overleg deze weken. In feite laten de heren schoolbestuurders - vinden de bonden - zich met hun uitzendconstructies in de luren leggen door financieel gewin en modegrillen als flexibiliteit, employability en individualisering: 'vijanden van onderwijskwaliteit'. Bovendien verwachten de bonden dat het fenomeen van de uitzendleraar geen lang leven beschoren zal zijn. Een lerarentekort doemt op. Welke leraar zal dan nog zo gek zijn een uitzendcontract te ondertekenen als hij tegen betere betaling direct bij een school in dienst kan komen? Maar die hoop boren werkgevers en schoolleiders de grond in. Scholen zullen terug blijven vallen op uitzendkrachten zolang ministeriële voorschriften en landelijke CAO-afspraken een eigen personeelsbeleid doorkruisen, voorspelt rector Janse uit Assen. En als de uitzendconstructie expliciet verboden wordt, bedenken ze wel “andere creatieve oplossingen”. Directeur J. Keijzer van het Haagse Zandvliet College bijvoorbeeld, huurt zijn remedial teacher van een basisschool. De lerares declareert haar uren bij Keijzer die op zijn beurt haar salaris aan de basisschool overmaakt. Keijzer, verklarend: “Ik weet niet of de baan over vier jaar nog bestaat. Neem ik iemand tijdelijk in dienst, dan moet ik hem na hooguit drie jaar een vaste aanstelling geven. Terwijl ik weet dat ik hem twee jaar later een uitkering moet betalen. Dat ontloop ik met deze constructie.”

MOEILIJKE GOZERS

Intussen hoopt Erik van der Moolen (23) uit Barneveld vurig dat middelbare scholen hun heil blijven zoeken bij uitzendleraren. Het uitzendwerk levert hem als beginnend gymleraar “een schat aan ervaring op.” Hij verkent zijn eigen grenzen, leert hoe hij “moeilijke gozers in een klas” moet aanpakken, en neemt een kijkje bij steeds weer andere collega's op steeds weer een andere school. Een glimlach. Nee, Van der Moolen zal niet snel voor een vaste baan op het Mozaïekcollege in het Arnhemse Spijkerkwartier kiezen. De leerlingen waren 'ok', maar in de lerarenkamer heerste een “klaag- en zeursfeer”. “En niemand van de leraren kende elkaar. Je stelde je voor, en dan vroegen ze direct je salaris. Zo van: hoe ben jij ingeschaald? Voor mij is onderwijs toch echt meer dan poen alleen.”