'Vernielen schilderij zwaarder straffen'

AMSTERDAM, 22 NOV. Voor vernieling van schilderijen moet dezelfde, zwaardere strafmaat gelden als voor diefstal. Dat vindt de directeur van het Stedelijk Museum in Amsterdam, R. Fuchs, naar aanleiding van de aanslag, gisterochtend, op het schilderij Cathedra van Barnett Newman in zijn museum.

Omdat er nu een maximumstraf van twee jaar voor vernieling geldt, is het daaraan gekoppelde voorarrest niet langer dan zes uur. De man die ervan wordt verdacht met een scherp stanleymes het ruim vijf meter brede doek in twintig seconden aan flarden te hebben gesneden, is daarom gisteravond alweer op vrije voeten gesteld. Het is, aldus Fuchs, dezelfde man die in 1986 een ander groot doek van Newman, Who's Afraid of Red, Yellow and Blue III, met een mes kapot sneed. Museummedewerkers die de man bij de uitgang aanhielden, hebben hem herkend. Hij kwam vaker in het museum, “en als openbaar museum kunnen we niemand buitensluiten”, aldus Fuchs. De politie wilde gisteravond over de identiteit van de dader nog geen mededelingen doen. De vernieler van Who's Afraid is in 1986 tot acht maanden celstraf veroordeeld, waarvan drie voorwaardelijk.

Volgens Fuchs wordt het voor “kwetsbare 20ste-eeuwse kunst” zoals het doek van Newman “steeds gevaarlijker”, omdat deze kunst blijkbaar de vernielzucht van mensen oproept. “Het is niet alleen een aanslag op een schilderij en een museum, maar ook op een cultuur waarin musea dit soort schilderijen ophangen, en van mensen die dit werk graag bekijken”, zei Fuchs. Mede daarom vindt hij dat artikel 350 van het Wetboek van Strafrecht moet worden aangepast voor vernieling van openbaar kunstbezit. Hij verwees daarbij naar D66-Kamerlid en oud-rechter B. Dittrich, die daarvoor pleitte na de vernieling van een schilderij van Malevitsj, begin dit jaar in het Stedelijk. “Onze bewaking is adequaat”, stelde Fuchs, die niet uitsloot dat hij tot het fouilleren van museumbezoekers zal besluiten.

Niet bekend