Supersone winden in atmosfeer van Neptunusmaan Triton

De atmosfeer van Triton heeft niet de ideale bolsymmetrie die men bij een atmosfeer in hydrostatisch evenwicht verwacht. Dat leiden Amerikaanse astronomen af uit een zeer zeldzame verduistering of 'bedekking' van een ster door deze grote satelliet van Neptunus. Tijdens deze sterbedekking, die te vergelijken is met een zonsverduistering op aarde, werd een deel van het sterlicht zodanig in de atmosfeer van Triton afgebogen, dat het toch de aarde bereikte.

Rond het maximum van de eclips nam de helderheid van Triton even wat toe en vervolgens weer af, een verschijnsel dat central flash wordt genoemd.

Het optreden van zo'n lenswerking is een intrigerend hulpmiddel om vanaf de aarde de atmosfeer van een hemellichaam te bestuderen. De kenmerken van de centrale flits hangen namelijk in sterke mate af van de eigenschappen van die verre atmosfeer. Centrale flitsen waren tot voor kort waargenomen bij de planeten Mars, Saturnus en Neptunus en bij één satelliet: Titan, de grootste maan van Saturnus. Op 14 augustus 1995 werd het verschijnsel voor het eerst waargenomen bij Triton, de grote maan van Neptunus die een ijle, stikstofrijke atmosfeer heeft. Het schijfje van Triton schoof toen vóór een zwakke ster in het sterrenbeeld Schutter langs.

De sterbedekking, die werd waargenomen met een grote infraroodtelescoop op Hawaii, duurde ongeveer 120 seconden. Opmerkelijk was dat de piek van de centrale flits niet precies halverwege de bedekking optrad, maar twee seconden later. Bovendien verliep de (kortstondige) toename van de helderheid iets trager dan de daaropvolgende afname. Deze asymmetrie in de centrale flits wijst er volgens de astronomen op dat de atmosfeer van Triton niet perfect bolsymmetrisch is, maar enigszins afgeplat (Science, 17 oktober).

De astronomen hebben de verschillende oorzaken bestudeerd die tot zo'n afplatting zouden kunnen leiden. Zij kan niet worden veroorzaakt door de aswenteling van Triton of de getijdenwerking van Neptunus. Ook een sterke afplatting van Triton zèlf kan worden uitgesloten. De astronomen denken dat het effect het beste kan worden verklaard met behulp van winden die op hoogten van ruwweg 30 kilometer in de rotatierichting van Triton waaien. Deze winden zouden dan echter snelheden van ongeveer 170 meter per seconde moeten hebben, dus supersoon moeten zijn, en zulke hoge snelheden zijn in de huidige atmosfeermodellen van Triton nog niet voorgekomen.