Sperma-injectie verhoogt kans op geboortedefecten

Een Australische analyse van 420 ICSI-kinderen verzwakt een eerdere geruststellende conclusie van Belgische artsen dat aangeboren afwijkingen na die ingreep net zo vaak voorkomen als normaal. Na een herklassificatie van bij Belgische ICSI-kinderen gesignaleerde geboortedefecten kwamen de Australische onderzoekers op ruim twee keer zoveel ernstige aangeboren afwijkingen als bij de doorsneebevolking (British Medical Journal, 15 november).

ICSI (intra-cytoplasmatische sperma injectie) is een revolutionaire methode die het mogelijk maakt onvruchtbare mannen in bepaalde gevallen toch vader te maken. Slecht zwemmend en zwak zaad vormt daarbij geen probleem, omdat de zaadcel met een pipet direct wordt geïnjecteerd in de eicel. Sterker, via een biopt uit de testis kunnen soms zelfs mannen die helemaal geen zaad produceren, hun vrouw toch nog bevruchten. De ICSI-methode is ontwikkeld door artsen van de Brusselse Vrije Universiteit. Deze groep onderzoekers had de vooruitziende blik om vanaf het begin alle op deze manier verwekte kinderen uitgebreid te controleren op aangeboren afwijkingen. Niet ten onrechte, want de bij ICSI betrokken mannen waren wellicht niet zonder reden onvruchtbaar. Sperma-injectie zou dus eventueel kunnen leiden tot een toename van aangeboren afwijkingen bij daaruit voortgekomen kinderen.

Na inventarisatie van de eerste 420 met ICSI geboren kinderen lieten de Belgen geruststellende geluiden horen: ernstige aangeboren afwijkingen kwamen net zo vaak voor als normaal (3,3%). Als vergelijkingsmateriaal gebruikten zij cijfers van de zeer betrouwbaar geachte Australian National Perinatal Statistics Unit, omdat er in eigen land geen gegevens aanwezig waren. Nu is echter gebleken dat de Belgen een andere, veel beperktere, definitie van het begrip 'ernstig geboortedefect' hebben gehanteerd dan in Australië gebruikelijk is.

Nadat Australische onderzoekers de Belgische gegevens hadden geherklassificeerd, kwamen ze op 31 in plaats van 14 kinderen met ernstige geboortedefecten. De Australiërs vinden dat hun heranalyse belangrijke consequenties heeft voor de voorlichting en begeleiding van onvruchtbare paren die een techniek als ICSI overwegen.

De Belgische onderzoekers zijn van mening dat de Australiërs het aantal ernstige geboortedefecten overschatten. Het grote aantal hart- en vaatafwijkingen bij Belgische ICSI-kinderen zou niet het gevolg zijn van de techniek zelf, maar van een onderzoek met ultrageluid, iets dat bij andere kinderen niet gebruikelijk is.

    • Bart Meijer van Putten