Soeharto in Macassar, Z-Afrika

President Soeharto van Indonesië sprak gisteren in het Zuid-Afrikaanse gehucht Macassar de Kaaps-Maleise gemeenschap toe. Een mooie kans om af te geven op een “gezamenlijk stuk koloniale tijd”.

MACASSAR, 22 NOV. Hollands weertje in Macassar. Regen, een waterig zonnetje en dan weer regen. President Soeharto van Indonesië legt aan Zuid-Afrikaanse moslims de geschiedenis uit: hoe de Hollanders 300 jaar geleden mensen voor straf uit de Indonesische archipel naar de Kaap brachten. Vol bewondering zitten honderden van hùn afstammelingen onder tentzeil te luisteren naar de leider van het grootste moslimland ter wereld. Hafeez Gabier van de Zuid-Afrikaans-Indonesische vriendschapsvereniging vraagt of Soeharto nog een eilandje overheeft, hij heeft er tenslotte zoveel, dan kan de Zuid-Afrikaanse moslimgemeenschap remigreren. Ze spreken alleen geen Maleis meer, maar Afrikaans, een variant van het Nederlands.

Soeharto heeft de tweede dag van zijn bezoek aan Zuid-Afrika helemaal ingeruimd voor zijn islamitische geloofsbroeders. Hoogtepunt: de bijeenkomst naast de Sjeik Yusuf-schrijn in het plaatsje Macassar, even ten oosten van Kaapstad. De Indonesische leider ziet de Indische Oceaan ter linker zijde en de armoede van het township Khayelitsha aan de andere kant als hij de Moddergat-rivier oversteekt om uit te komen bij een rudimentaire oud-Hollandse vesting, nu verbouwd tot islamitisch heiligdom.

Het is maar een klein moskeetje; gifgroen dak, witte muren en minaret. Binnenin het geluid van reciterende mannen. De rode loper ligt uit zodat Soeharto straks zelf de tombe van Sjeik Yusuf kan inspecteren. Buiten staan de Zuid-Afrikaanse moslims, gekleed in lange kurta's. Sommigen hebben inderhaast hun negotie verlaten, een schoon gewaad over de werkbroek aangetrokken en de trappen van de schrijn beklommen. Ze staan te hijgen.

Rijen schooljeugd staan opgesteld, de meisjes voorzien van witte hoofddoekjes, de jongens met zwarte fezzen waarop de vlaggetjes van beide landen zijn vastgemaakt. Sommigen weten dat er een 'premier' in aantocht is, andere denken dat hij wel uit een 'ver land' zal komen, maar wie hij is, weten ze niet. Oh ja, en hij gaat Sjeik Yusuf eren, dat weten ze wel.

Sjeik Yusuf, zo vermelden verscheidene plakkaten en minaretten, was een van de eerste Indonesiërs die zich tegen het Hollandse koloniale bestuur verzetten. Hij vocht in de Bantam-oorlog van 1682-'83, werd gevangen genomen en overgebracht naar Ceylon (nu Sri Lanka), een van de Nederlandse strafkolonies. Yusuf werd in 1694 nog verder van huis gebracht, met zijn deportatie naar de Kaap, op dat moment een prille buitenpost van de Verenigde Oost-Indische Compagnie. Hoewel van de Sheikh in Zuid-Afrika weinig grote daden meer zijn opgetekend, werd hij door moslims aan het begin van deze eeuw herontdekt en tot grondlegger van de islam in zuidelijk Afrika uitgeroepen. In Indonesië mag Yusuf zich sinds 1994 - 300 jaar sinds na deportatie - postuum met de titel Nationale Held tooien.

Als Soeharto aankomt valt er net een plensbui en de geluidsinstallatie kreunt vervaarlijk. Maar als de 'presiden' begint te spreken, in het Bahasa Indonesia, is alles weer onder controle. Zelfs de zon breekt, even, door. Soeharto gaat in zijn rede 400 jaar terug, naar het begin van de “Hollandse koloniale overheersing” en roemt Sheikh Yusuf als “een van de martelaren aan wie Indonesië zijn vrijheid heeft te danken”. Hij citeert uit de Indonesische grondwet: “onafhankelijkheid is het recht van elk volk; alle vormen van overheersing moeten verdwijnen want ze stemmen niet overeen met de intenties van menselijkheid”.

Een van de diplomaten in het gevolg van Soeharto is Juviano Ribeiro, een Oost-Timorees. Wat vindt hij van de uitspaak van zijn president, want wilden de Oost-Timorezen ook niet onafhankelijkheid? Nee, zegt Ribeiro. “Alle negatieve verhalen over Oost-Timor zijn propaganda.” De diplomaat ratelt naar hartelust weg over hoe goed het nu gaat in zijn vaderland. Tot een van Ribeiro's superieuren ingrijpt: afgelopen, geen commentaar meer.

Soeharto vertelt dat na de onafhankelijkheidsverklaring in 1945 de oorlog nog bijna vijf jaar doorging. “We waren door interne verdeeldheid militair gezien niet bijzonder succesvol tegen de Nederlanders.” De Indonesische minister van Buitenlandse Zaken, Ali Alatas, zegt dat de moslim-geschiedenis in Zuid-Afrika van groot belang is voor Indonesië. “Oh, meneer is van Holland. Ja, we kijken hier naar een gezamenlijk stuk koloniale tijd”, zegt hij.

En de Zuid-Afrikaans moslim-historicus Achmat Davids plaatst Sjeik Yusuf op een voetstuk: “De verbanning van Sheikh Yusuf naar Zuid-Afrika was het begin van de bevrijdingsbeweging van ons land', zegt hij fier, “zelfs president Mandela heeft zijn rol erkend.”

De president van Indonesië is allang weer weg als de moslims van het Zuid-Afrikaanse Macassar - mannen eerst, dan de vrouwen - zich nog te goed doen aan een bordje lamsvlees met rijst en een glaasje prik.